Als je de campagneposters van dichtbij bekijkt, zou je niet zeggen dat er over een paar dagen [12 juni] parlementsverkiezingen plaatsvinden in Slowakije: het zijn alleen holle frasen die lijken op leuzen voor wasmiddelen of hypotheken. Volgens de schattingen zal het opkomstpercentage niet boven de 50% uitkomen, ondanks een gespannen politieke context door de conflictueuze relaties met Hongarije en recente corruptiezaken. Waarom gaan de Slowaken niet stemmen? Begrijpen ze dan niet dat een dergelijk gedrag de democratie verzwakt? Dit soort overwegingen, en dat moet wel gezegd worden, is zinloos op veel plekken in Slowakije geen zin.

Bratislava uitrijden met een auto in oostelijke richting is net zoiets als een reis in de tijd maken. Steeds minder steden en steeds meer bergen waarin onafgemaakte snelwegen verdwalen. De schoonheid van het landschap verandert van gedaante. De rijke villa’s en de mooie auto’s verdwijnen geleidelijk aan terwijl de relatie van de mens met de natuur helemaal opbloeit.

Het duurt ongeveer vier uur voordat je aankomt in de Muránska Planina. Hier gehoorzaamt de tijd aan andere regels. De nacht valt veel vroeger in het dorp Muránska Zdychava. Het ligt ingesloten tussen hoge bergen. Zelfs in de zomer valt de schaduw heel vroeg over het dorp. In de winter dringt de zon er bijna helemaal niet door. Net zoals het communistische regime van vroeger trouwens, dat er nooit echt een plaats heeft weten te veroveren.

"Ik wil niets van de Staat. Alleen mijn 150 euro uitkering", aldus een werkloze mijnwerker

Jan Siman (63 jaar) zit in een taveerne, omringd door vijf mannen gekleed in een overall, een grove trui en met laarzen aan. “Ik was niet ongelukkig onder het communisme, ik ben het nu ook niet”, zegt hij voorzichtig. “Ik heb niet veel nodig om te leven. Een paar koeien, een paard en een dak boven m’n hoofd.” Sinds de Vlachen zich in de 16e eeuw hier hebben gevestigd en het recht kregen om geen belasting te betalen, is de onafhankelijkheid van de regio jegens de staat en het regime een traditie. Dat geldt ook voor het huidige democratische regime.

In dit dorp lijkt de politieke zaak zeer ver weg. In de straten resten nog enkele flarden van affiches van de verkiezingscampagne van 2006. “Ik ga niet stemmen. Ze zijn allemaal hetzelfde en het heeft toch geen zin”, beweert Siman. “Ik ken trouwens niemand die gaat stemmen.” Dat is niets bijzonders. Bratislava is zo ver weg dat Frankfurt, waar de euro vandaan is gekomen waarvan één munt genoeg is voor twee biertjes, zelfs nog dichterbij lijkt.

Guliarik (45 jaar) is vorig jaar ontslagen. Met de crisis is hij zijn werk in de magnesiummijn die zijn longen heeft verwoest kwijtgeraakt. Sindsdien heeft hij geen nieuw werk gezocht. “Ik wil niets van de Staat. Alleen mijn 150 euro uitkering”, zegt hij. Dat is voldoende voor hem om brood en alcohol te kunnen kopen in de dorpswinkel. De rest van wat hij nodig heeft, krijgt hij door het weiland van 20 hectare te verbouwen dat hij van zijn vader heeft geërfd.

De regionale identiteit is vaak sterker dan de nationale identiteit

Maar met deze 20 hectare, vertelt iemand hem, zou hij ieder jaar tot 5.000 euro Europese subsidies kunnen krijgen. Hij hoeft daarvoor alleen maar een verzoek in te dienen bij de overheid en zijn weiland regelmatig te maaien. Hij staat ineens met de mond vol tanden, denkt even na, en schudt dan met zijn hoofd: “Nee, dat interesseert me niet. Ik maai mijn weiland omdat ik hooi nodig heb, maar naar de overheid gaan, daar komt niks van in. Ik heb geen zin om opgezadeld te worden met hun inspecties, en dan zou ik ook nog belasting moeten betalen. En waarvoor? Zodat ze mijn geld naar de Grieken kunnen sturen?

Guliarik heeft geen elektriciteit of televisie, maar hij heeft wel een mobiele telefoon. Alles wat hij van de wereld moet weten, weet hij al. “Ik ga niet stemmen voor die dieven. Of ik er blij mee ben bij de Europese Unie te horen? Het kan me geen donder schelen. Het zal toch een keer over de kop gaan, net als het communistische systeem. Alles gaat uiteindelijk een keer over de kop.”

Als je met deze mensen in de bergen praat, is het moeilijk ze te beschouwen als deel van de Slowaakse politieke natie, een voorwaarde voor het goede functioneren van de democratie en de staat. Slowakije is veel meer dan Tsjechië een land waarvan de regio’s begrensd worden door natuurlijke grenzen: rivieren, bergen en diepe valleien. De regionale identiteit is vaak sterker dan de nationale identiteit. En toch kunnen we ook hier sporen vinden van het bestaan van een politieke natie waarvan de verdediging een offer waard is. Aan de voet van de bergen staat een klein stenen monument dat eraan herinnert dat op die plek, in de herfst van 1944, twee verzetsstrijders zijn omgekomen toen ze tegen de Duitsers vochten.

Sindsdien lijkt de regio Gemer, waarvan de werkloosheidsgraad de hoogste is van Slowakije (bijna 30%) en het opkomstpercentage bij de verkiezingen een van de laagste is van het land, de geschiedschrijving de rug toe te hebben gekeerd.