De laatste keer dat er in België algemene verkiezingen werden gehouden, in 2007, kostte het 282 dagen om een volledige coalitieregering te vormen. Het land moet op 13 juni opnieuw naar de stembus. De volgende coalitie zou wel eens nog veel lastiger kunnen worden.

Onder de Nederlandssprekende Vlamingen in het noorden van land staat Bart De Wever (N-VA) bovenaan in de peilingen, een populistische rauwdouwer die de Franssprekende bevolking in het zuiden beschrijft als “afhankelijk”, verslaafd aan geldtransfers van de welvarende Vlamingen. Hij wil het belastingsysteem in tweeën splitsen, en ook de welvaartsstaat en de meeste openbare uitgaven. De koning en het land met de naam België kunnen voorlopig blijven, maar de “natuurlijke ontwikkeling” van Vlaanderen gaat richting een onafhankelijke staat, zegt De Wever.

In de Belgische verkiezingscampagne is nauwelijks gesproken over de economische crisis

Onder de Walen die 40% van de bevolking van België uitmaken, staat volgens de peilingen Elio Di Rupo aan kop, een socialist met de strijdkreet “solidariteit” in België (d.w.z., doorgaan met geld overhevelen uit Vlaanderen). Hoewel de overheidsschulden van België 99% van het nationale inkomen bedragen, belooft Di Rupo inflatiedekkende koopkrachtverhoging inzake zorg en pensioenen. Op de een of andere manier moet er een coalitie worden gevormd die de goedkeuring van deze beide heren kan wegdragen.

De verkiezingscampagne is niet indrukwekkend geweest. De Belgische leiders hebben nauwelijks gesproken over Europa’s gevaarlijkste economische crisis van deze generatie. In plaats daarvan hebben ze het gehad over taalrechten in een aantal Vlaamse gemeenten met veel Franssprekende inwoners, en andere mysterieuze lokale aangelegenheden.

Het Noorden van België doet het Zuiden verwijten, net als in Europa

Jarenlang heeft federaal België gedacht dat het model kon staan voor de Europese Unie, waar de macht omlaag naar de regio’s zou gaan en omhoog naar een Eurosuperstaat, met de staten als lege schelpen ertussenin. Dat de Belgen gek waren op dit beeld is niet verbazend: het beloofde het opgaan van hun lastige koninkrijk in een Verenigde Staten van Europa (met Brussel als hoofdstad). Maar Europa sloeg een andere richting in. De staten bleken moeilijk uit te roeien en een paar grote nationale leiders domineren de EU.

Deze verkiezingen hebben echter België geopenbaard als een ander soort model voor Europa: een unie waarin de noord-zuidkloof de economische en politieke integratie ondermijnt. Kijk maar eens naar De Wevers slogan. Hij roept niet alleen over stromen van miljarden euro’s uit Vlaanderen. Hij beschuldigt ook de belastinginspecteurs in het zuiden van het land van gebrek aan ijver. Hij moppert dat de autowegen van Vlaanderen vol staan met radarapparatuur, terwijl er in Wallonië geen camera’s staan. De Vlaamse regionale minister van begroting, een partijgenoot, klaagt dat het zuinige Vlaanderen een overschot op zijn begroting voorziet voor 2011, terwijl de Franssprekende regeringsleiders in Brussel en Wallonië van plan zijn hun tekorten nog vijf jaar te laten doorlopen.

Boven de Belgische noordgrens, in Nederland, kwam Europa tijdens de parlementsverkiezingen van 9 juni nauwelijks ter sprake. Maar Mark Rutte, partijleider van de rechts-liberale VVD en vermoedelijke aanstaand minister-president, heeft een verlaging van Nederlandse afdracht aan de EU beloofd en deed de EU-hulp aan arme regio’s voornamelijk af als “recycling van geld”. Dit zijn de symptomen van een noord-zuid cultuurclash, die net zo duidelijk zijn als de krantenkoppen in Duitsland die vragen waarom de Duitsers zouden moeten betalen zodat de Grieken op hun 55e met pensioen kunnen.

Dit heeft gevolgen voor de EU. Europa is verdeeld in een Germaans blok dat de euro beslist wil redden door begrotingsdiscipline en een zuidelijk blok, met Frankrijk aan het hoofd, dat de slag wil winnen met zaken als goedkoper lenen met eurobonds en transfer van rijk naar arm in een “fiscale unie”.

Zuidelijke voorstanders van "solidariteit" beschuldigen noorderlingen van egoïsme

Maar als België, één enkel land met één enkele schatkist, worstelt om de eigen Transfer Unie te redden, welke kans heeft Europa dan om er een van de grond af op te bouwen? Zuidelijke voorstanders van “solidariteit” beschuldigen noorderlingen van egoïsme. Dat is wat simplistisch gesteld: dit is niet alleen een gevecht over geld. België biedt Europa nog een les: om toe te stemmen in de transfer van rijkdom moeten de kiezers wel het gevoel hebben dat de ontvangende partij hier democratisch verantwoording voor kan afleggen.

'Eurodromers' zeggen dat een fiscale unie van geldtransfers zou kunnen bouwen op de wettigheid van het Europarlement. In de praktijk weten de meeste kiezers niet wie ze in het EU parlement vertegenwoordigt en kan het ze ook niets schelen. Een te zwaarwichtig project op zwakke fundering zakt in elkaar. Welnu, zeggen de dromers, bij toekomstige Europese verkiezingen moeten voorzitters van de Europese Commissie en sommige leden van het Europarlement uitkomen voor pan-Europese kiesdistricten. Als het continent een pan-Europees beleid omarmt, worden allerlei budgettaire en fiscale unies vanzelf mogelijk. Dat klinkt allemaal logisch maar de democratische verdeeldheid van Europa is diep. Vraag maar aan België, een land met 10 miljoen inwoners die worstelen om pan-Belgisch beleid in de praktijk te brengen.