Op 9 juni hebben vertegenwoordigers van het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) te horen gekregen dat zij Libië wegens "illegale activiteiten" moeten verlaten. Op dat moment was net het startschot gegeven voor een nieuwe onderhandelingsronde voor een partnerschapsovereenkomst tussen Libië en de Europese Unie. Het kan haast geen toeval zijn: sinds een paar jaar rekent Europa op de steun van Tripoli om de migratiestromen naar de mediterrane landen te beteugelen. En Khadaffi laat niet na om keer op keer hogere voorwaarden te stellen.

Libië, draaischijf voor immigratie naar het Middellandse-Zeegebied

Libië is vandaag de dag het belangrijkste doorgangsland voor tienduizenden Afrikanen die dromen van een bestaan in Europa. Volgens schattingen van de lokale autoriteiten verblijven op dit moment tussen de 1 en 2 miljoen vreemdelingen op Libisch grondgebied. Velen van hen zijn gekomen in de hoop de Middellandse Zee te kunnen oversteken om naar Italië door te reizen. In 2008 was het merendeel van de 37.000 migranten die met bootjes koers hadden gezet naar het zuiden van het schiereiland vanaf de Libische stranden vertrokken.

Silvio Berlusconi is voornemens korte metten te maken met deze migratiestroom, die door zijn bondgenoten van de Liga Noord wordt beschouwd als een invasie. De Italiaanse president heeft daarom een vriendschapsverdrag gesloten met Muammar Khadaffi. Een van de onderdelen van dit verdrag behelst de beteugeling van migratiestromen.Sinds de inwerkingtreding van het verdrag dit voorjaar zijn er zo'n 850 migranten teruggestuurd naar Libië, wat indruist tegen het internationale recht: in het Verdrag van Genève is immers bepaald dat potentiële vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar een land waar zij mogelijk gevaar lopen.

Uit getuigenissen die zijn opgetekend door Human Rights Watch blijkt dat migranten eenmaal terug in Libië doorgaans in de gevangenis terechtkomen. Of anders worden zij uitgezet naar hun land van oorsprong, en daar wacht degenen die aan vervolging trachten te ontkomen, een nog ongelukkiger lot. De Italiaanse regering laat zich niets gelegen liggen aan de beschuldigingen van internationale organisaties en maatschappelijke groeperingen. Zij benadrukt juist hoe efficiënt de samenwerking met de Libische autoriteiten verloopt: eind 2009 was het aantal illegale migranten dat voet zette op Sicilië of Lampedusa met circa 90 procent gedaald.

Overeenkomst EU-Libië opgeschort door de vluchtelingenkwestie

De overige landen van de Europese Unie, Frankrijk voorop, hebben deze praktijk niet veroordeeld maar het Italiaanse initiatief aangegrepen om aan te dringen op snelle ondertekening van een partnerschapsovereenkomst waarin de migratiekwestie wordt geregeld. De zevende onderhandelingsronde tussen de Commissie en de Libische diplomatie, die op 8 juni van start is gegaan, is deels aan dit uiterst netelige dossier gewijd.

Afgelopen zomer overwoog de Europese Unie om opvangpunten te openen op Libisch grondgebied, waar vluchtelingen hun asielaanvraag zouden kunnen indienen zonder het risico van een gevaarlijke overtocht te hoeven nemen. De Commissaris die is belast met asiel- en immigratiebeleid, Jacques Barrot, was persoonlijk naar Libië afgereisd om de mogelijkheid van een dergelijk initiatief nader te onderzoeken. Maar de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen, die deel uitmaakte van de missie, had een serieus voorbehoud uitgesproken in het licht van de "schrikbarende opvangomstandigheden" in Libië. En terecht, want het land heeft het Verdrag van Genève, waarin het internationale recht van vluchtelingen is verankerd, niet ondertekend.

Voor Cecila Malmström, die Barrot in februari heeft opgevolgd, kan er geen overeenkomst over migratie worden gesloten zolang Libië dit verdrag niet heeft ondertekend. Tegen deze achtergrond is het besluit tot sluiting van het UNHCR-kantoor en tot uitzetting van zijn 26 medewerkers een harde klap in het gezicht van de Europeanen, maar ook voor de circa 9.000 vluchtelingen waarover het kantoor zich had ontfermd. Volgens een westerse diplomaat zou Libië dit besluit hebben genomen om de toestroom van vluchtelingen op zijn grondgebied in te dammen. Maar Khadaffi weet heel goed dat Europa niet om een overeenkomst heen kan, waarvoor alleen groen licht kan worden gegeven als de rechtsvormen voor vluchtelingen in het hoofdstuk over migratie in acht worden genomen. En zo lijkt de sluiting van het UNHCR-kantoor in strategische truc om druk uit te oefenen op de Europese onderhandelaars.

Khadaffi eist 5 miljard euro per jaar

Sinds Khadaffi zich bewust is geworden van de extreme gevoeligheid van Europeanen voor de kwestie van illegale immigratie, schept de Libische leider er genoegen in om een zenuwslopend spel te spelen met Europa. Landen die rechtstreeks met Libië te maken hebben, zoals Italië, stellen alles in het werk om de dictator niet tegen zich in het harnas te drijven, uit angst dat hij de "migratiekraan" opendraait. Het meest recente voorbeeld hiervan vormt het geschil tussen Zwitserland en Libië over de willekeurige gevangenzetting van een Zwitserse staatsburger, die na vier maanden gevangen te hebben gezeten uiteindelijk op 10 juni 2010 is vrijgelaten. Een absurde zaak, die is ontstaan nadat de Zwitserse politie de zoon van de dictator had gearresteerd, met als climax het Libische besluit afgelopen februari om de afgifte van visa voor Europese burgers op te schorten. Italië had zich aan de zijde van Khadaffi geschaard en Bern ervan beschuldigd de Schengenlanden te hebben "gegijzeld".

Tripoli heeft een duidelijk doel voor ogen: als Europa daadwerkelijk met Libië wil samenwerken, moet het daarvoor een prijs betalen. Libië eist dat de Europese Unie de beveiliging van zijn eigen grenzen met Niger en Tsjaad financiert. De Commissie is bereid om 20 miljoen euro op tafel te leggen. Khadaffi heeft zijn zinnen echter gezet op een bedrag van 5 miljard euro.

Nog maar kort geleden stond Muammar Khadaffi op de zwarte lijsten van de westerse landen wegens terroristische activiteiten. Nu hij in de gunst is geraakt van de Europeanen, ontpopt hij zich tot een eersteklas afperser. Kadhafi mag dan wel een zogenaamde salonfähige partner zijn geworden, maar de Libische leider is en blijft een geducht man.