Victor Hugo droomde al van Europa, maar in zijn tijd was dat een utopie: "De dag zal komen dat de kogels en bommen vervangen zullen zijn door stemmen, door universele verkiezingen voor de volkeren, op eerbiedwaardige wijze geleid door een grote soevereine senaat... Er komt een dag dat we de Verenigde Staten van Amerika en de Verenigde Staten van Europa tegenover elkaar zullen zien staan, waarbij ze over de oceaan heen elkaar de hand reiken, en hun producten, handel, industrie, kunst en wetenschap zullen uitwisselen..."

Dat Europa is er nu, en maakt inmiddels de grootste crisis uit haar geschiedenis door. Maar hoe de uitkomst van de crisis ook zal zijn, Europa is geen virtueel idee of utopie meer. Europa is een complexe, incomplete en steeds veranderende realiteit, een entiteit in wording die meer inzet en bezieling nodig heeft.

Ik heb de indruk dat de EU bevolkt wordt door verwende kinderen

Europa is een kans. Het idee van een unie van verschillende landen op basis van geografie, geschiedenis en waarden als democratie en vrijheid is de positieve opbrengst van de Tweede Wereldoorlog. Maar wie herinnert zich de geboorte nog van deze unie, die van zeven naar zevenentwintig landen uitgroeide? Ik heb de indruk dat deze eenheid, die bevolkt wordt door verwende kinderen, niet helemaal geslaagd is en nog altijd dreigt te imploderen. Sommige jonge Europeanen zijn zich niet bewust van het geluk dat ze hadden hier geboren te worden, in deze vrije ruimte waarin iedereen zonder problemen rond kan reizen, waar maar één munteenheid is (behalve natuurlijk in Groot-Brittannië en Zweden), waar geen oorlog woedt of hongersnood heerst, en waar werkloosheid wordt opgevangen door de staat. Laat ik Frankrijk, dat ik het beste ken, als voorbeeld geven: dat land heeft, ondanks alles wat men erover zegt, het beste sociale stelsel ter wereld, afgezien van een paar problemen op pensioengebied. In dit land is iedereen welkom in ieder ziekenhuis en je wordt er behandeld zonder dat er om je creditcard wordt gevraagd, zelfs als je niet werkt en geen sociale lasten hebt kunnen afdragen. In een Frans ziekenhuis wordt geen enkel onderscheid gemaakt tussen patiënten. Iedereen krijgt er dezelfde behandeling. Daar moeten we op blijven hameren, want het is één van de belangrijkste kwaliteiten van dit land.

Sommige Europanen denken dat alles al gewonnen is en dat hun situatie alleen nog maar beter kan worden. Ze doen zelfs geen moeite meer. Ze cultiveren hun egoïsme, weigeren zelfkritiek of om zich heen te kijken om te zien wat er in de rest van de wereld, in Afrika, Azië, de moslimlanden gebeurt. "Ze willen altijd meer", merkte François de Closet op, journalist en observator van de Franse samenleving. Het solidariteitsgevoel verbleekt, en wordt steeds zwakker. Vroeger, in de jaren zeventig, gingen de Europeanen de straat op om te protesteren tegen de Latijns-Amerikaanse dictaturen, tegen de oorlog in Vietnam, tegen de apartheid in Zuid-Afrika, tegen het racisme en de discriminatie in Europa zelf. Het was de tijd waarin de intellectuelen aanzetten tot actie: J.P. Sartre, Michel Foucault, Jean Genet, Claude Mauriac, Maurice Clavel, enz. enz. Tegenwoordig zijn er geen leidsmannen meer, noch grote betogingen, noch werkelijke solidariteit met mensen in nood.

Europese solidariteit en broederschap zijn overgegaan in egoïsme van staat en burger

Er is iets moois verloren gegaan. De Europese solidariteit en broederschap zijn overgegaan in egoïsme van staat en burger. Sommige politici, vooral van rechts, spelen in op de angst en buiten dat uit tijdens verkiezingen. De Europese economie heeft zich deels door de inzet van buitenlandse arbeidskracht kunnen ontwikkelen, oftewel dankzij de immigratie. De politici die dat inzien en die deze buitenlandse bevolkingsgroepen daarvoor erkentelijk zijn, zijn dun gezaaid. Tegenwoordig zijn het de kinderen van deze miljoenen immigranten die voor problemen zorgen. Wat doen we met deze lichtbruine, donkerbruine of zwarte Europeanen? Hoe leer je samen te leven met een andere cultuur, een andere religie?

Europa moet leren in de spiegel te kijken: haar spiegelbeeld, haar menselijke landschap is niet helemaal wit, helemaal christelijk. Het is het resultaat van mengsels, en bestaat uit van alles wat. We zien het op straat, maar men denkt bij zichzelf: "het zijn mensen op doorreis in Europa; ze gaan wel terug naar waar ze vandaan komen, naar hun eigen dorp." Mis! Die mensen, dat zijn Europeanen, hun land is Europa, hun nationaliteit Europees, hun cultuur dubbel of driedubbel. Het illustreert de mondialisering op menselijk niveau in plaats van op industrieel en financieel gebied. De mens vormt het kapitaal van de wereld, niet de techniek.

De Franse filosoof Etienne Balibar schrijft in "La proposition de l'égaliberté" dat "Europa geen doel op zich is maar gezien moet worden als transformatie-instrument in het mondialiseringsproces". Met de transformatie van Europa, waardoor haar toekomst zal worden gevormd, wordt geen rekening gehouden. Zou een Europa met weer een even witte cultuur als vroeger echter nog mogelijk en levensvatbaar zijn? Ik denk het niet.