In de negentiende eeuw speelde de maatschappelijke verbeelding een cruciale rol bij het ontstaan van nationale gemeenschappen op het Europese continent, zoals onder meer blijkt uit Imagined Communities van Benedict Anderson. Het gaat erom dat burgers met elkaar verbonden zijn op het niveau van de verbeelding, hoewel ze geen persoonlijke relatie met elkaar hebben en uiteenlopende belangen najagen. Dat gemeenschappelijke moet bedacht, verwoord en voelbaar gemaakt worden, maar dit stadium hebben we in Europa echter nog altijd niet bereikt. Veel leiders houden ons steeds het economische voordeel van de Europese integratie voor, maar durven hun vingers niet te branden aan de culturele verschillen en maken zelden voelbaar dat het Europese project ook intellectuele en morele kanten heeft.

**Dit is niet zo gemakkelijk. Europa kent behoorlijk wat sociale en culturele verschillen.

Ik wil twee contrasten uitlichten. Het eerste is horizontaal van aard en doet zich voor tussen het Noordwesten en het Zuidoosten. Een van de voornaamste verschillen is dat de eerste regio een hoge mate van secularisatie kent. Velen vrezen dat dit desastreuze gevolgen heeft voor de samenleving. Als mensen hun geloof in God opgeven, laten ze zich weinig gelegen liggen aan anderen, wordt vaak gedacht. De feiten wijzen anders uit. Zo is vrijwilligerswerk het sterkst ontwikkeld in landen als Zweden, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.**

High trust societies

**Een ander verschil is dat burgers zich in het Noordwesten vaker betrokken voelen bij de publieke zaak. Ze tonen meer belangstelling voor politiek en hebben meer gelegenheid om zich uit te spreken of invloed uit te oefenen. Ook worden er allerlei sociale, culturele en recreatieve initiatieven ontplooid en is er een hoog ontwikkelde civil society. Niet voor niets worden landen in deze regio omschreven als high trust societies. Het feit dat bedrijven, burgers en andere actoren een zeker vertrouwen in elkaar stellen, draagt bij aan economische ontwikkeling. De moderne, geseculariseerde, welvarende en democratische samenleving met haar waardering voor professionaliteit, vitaliteit en menselijke waardigheid treffen we vooral aan in het Noordwesten en minder in het Zuiden en Oosten.

Behalve in horizontale richting doet zich evengoed een kloof voor in verticale richting. Neem de vraag of men vertrouwen heeft in de Europese Unie. Hier is een groot verband met de opleiding. Bij mensen die voor hun vijftiende van school gingen, bedraagt het vertrouwen slechts 37 procent. Onder studenten is dit 63 procent.

Hetzelfde zien we bij de vraag hoe men staat tegenover het uitbreiden van de Europese Unie. Bijna de helft van de respondenten wijst zo’n uitbreiding van de hand. Deze houding vind je vooral bij mensen met een geringe opleiding (51 procent) en veel minder (29 procent) bij mensen die nog studeren.

De burgers die zich door processen van modernisering bedreigd voelen, hebben over het algemeen een minder optimistische houding, dus ook over Europa. Wil het Europese project zich ontwikkelen, dan is het overbruggen van deze twee kloven noodzakelijk.**

Denkbeelden en gevoeligheden

**Bij de ‘horizontale’ dialoog stel ik me voor dat er op het niveau van de bevolking een echte uitwisseling ontstaat tussen mensen die in het Noorden en het Zuiden, het Westen en het Oosten van ons continent zijn geworteld. Het zou erom moeten gaan dat men kennismaakt met elkaars levenswijze, bijvoorbeeld doordat men gedurende een jaar in een ander deel van Europa woont. Er zou met name aandacht moeten zijn voor de manier waarop denkbeelden en gevoeligheden, waarden en idealen, tradities en ambities doorwerken in het gewone leven.

De tweede dialoog die ik zou toejuichen, is gericht op de verticale kloof. Er bestaat vooralsnog een wereld van verschil tussen de manier waarop de welvarende en hoogopgeleide bovenlaag aankijkt tegen het Europese project en de houding van talloze burgers die minder opleiding hebben genoten en worden geconfronteerd met veel onzekerheid. Deze kloof is niet te overbruggen door voorlichting te geven of een uitgekiende communicatiestrategie te ontwikkelen. Wil je dat Europa tot de verbeelding spreekt, dan moet je de ervaringen en verwachtingen, de waarden en de zorgen van gewone mensen als uitgangspunt nemen.**

Betrokkenheid en menselijke waardigheid

**Een dergelijke dialoog slaagt alleen als de bestuurders een nieuwe habitus ontwikkelen. Een grote groep burgers voelt zich in de steek gelaten door de bestuurlijke moderne elites die niet uitblinken door empathie of sociaal engagement. Hun wereldbeeld is even hard als liberaal.

Is een dergelijk gesprek mogelijk? Ik geloof dat de culturele dynamiek die uiteindelijk tot het moderne leven heeft geleid een aantal filosofische beginselen bevat die bewust of onbewust worden gedeeld door talloze Europeanen. Dit betreft trefwoorden als vrijheid, redelijkheid, gelijkwaardigheid, zelfstandigheid, betrokkenheid en menselijke waardigheid. Het debat zou ook moeten gaan over de vraag hoe we deze beginselen vormgeven.

Overigens betekent het beginnen van een dergelijke dialoog dat we de Europese integratie niet langer opvatten als een ‘onomkeerbaar proces’. De geschiedenis verloopt dialectisch. Machthebbers hebben een stem, maar onderdanen ook. Wie het Europese project als een noodzaak wil opleggen, mag niet verbaasd zijn als de aanhang van partijen als de SP en de PVV vanzelf groeit.**