Slechts 43% van de Europese kiezers nam vorige week de moeite om naar de stembus te gaan, 2,5% minder dan in 2004. Voor Jose Manuel Barroso was dit echter wel voldoende. "Over het algemeen genomen waren de resultaten een duidelijke overwinning voor de partijen en kandidaten die het Europese project steunen en die van de Europese Unie beleid verwachten over dagelijkse aangelegenheden", zei hij als reactie op de beschamende vertoning.

Als de voorzitter van de Europese Commissie de weigering van de meerderheid van de kiezers naar de stembus te gaan omschrijft als een "duidelijke overwinning" vraag je je af in wat voor politieke wereld hij leeft, want de houding ten opzichte van de Europese verkiezingen wijst duidelijk op wantrouwen, onvrede en frustratie. Volgens een Duits onderzoek onder 12.000 Europeanen zag 60% van de ondervraagden af van een gang naar de stembus omdat ze ‘met verkiezingsbeloftes om de tuin worden geleid’. Bijna een op de twee ondervraagden zei dat ze het gevoel hadden ‘dat hun stem niets zou kunnen verbeteren’.

Het is kenmerkend voor de Europese politieke klasse deze fatalistische houding te bestempelen als het gevolg van een publieke misvatting. "Het is niet zo dat de mensen niet stemmen omdat ze kritisch staan ten opzichte van de Europese Unie en het politieke proces", zegt Dr. Hermann Schmitt van het Mannheim Centre for European Social Research. Gebrek aan interesse is volgens hem voornamelijk het gevolg van de problemen die de EU heeft om zich te presenteren. Dus probeerde de Europese Commissie jonge kiezers te paaien met ´coole´ verkiezingsadvertenties op MTV.

Graham Watson van de liberale fractie van het Europese Parlement zegt dat hij niet begrijpt waarom de opkomst zo slecht was, en dat "we moeten onderzoeken waarom de mensen niet gaan stemmen". Vooraanstaande EU-politici hebben zo weinig voeling met de realiteit dat ze hun kiezers als een exotische en onbegrijpelijke soort beschouwen waarvan habitat en specifieke kenmerken moeten worden bestudeerd.

Het is echter duidelijk dat het verlies van publieke belangstelling het gevolg is van een project dat de politieke besluitvorming aan het gezichtsveld van de Europese burger heeft onttrokken. Kenmerkend voor het politieke proces van de EU is dat het plaatsvindt ver van het soort publieke druk en verantwoording afleggen waar nationale parlementen mee te maken hebben.

Bruno Waterfield, correspondent in Brussel voor de Daily Telegraph, spreekt van "een unieke vorm van 21e eeuws staatsmanschap" waarbij "steeds meer kwesties van overheidspolitiek kunnen worden bedisseld in een gesloten privé-wereld van bureaucraten en diplomaten". Het grootste deel van de EU-wetgeving wordt opgesteld door honderden geheime werkgroepen opgezet door de Europese Raad. Deze niet-openbare instellingen omzeilen de gebruikelijke vormen van democratische verantwoording.

Het onvermijdelijke gevolg van de institutionalisering van geïsoleerde besluitvorming is dat het vermogen van Europolitici om hun electoraat te motiveren en te inspireren afneemt. De slechte opkomst is geen presentatieprobleem maar het logische gevolg van het Europese systeem van politiek gemanoeuvreer achter de schermen. Met als resultaat dat EU-functionarissen eerder als bureaucraten overkomen dan als politiek leiders.

En als alles dan mislukt, tracht de EU paniek te zaaien om zo de kiezers alsnog over te halen te gaan stemmen. "Als de mensen niet gaan stemmen bestaat het gevaar dat er meer extremistische partijen komen of partijen buiten de heersende stromingen" zo waarschuwde Hans-Gert Pöttering, voorzitter van het Europese Parlement. De belangrijkste boodschap van de EU-leiders is dat de mensen moeten kiezen om extremisten buiten de deur te houden, in plaats van positief vóór iets te stemmen.

Deze cultuur van politiek achter gesloten deuren heeft paradoxaal genoeg een voedingsbodem gecreëerd voor politieke frustratie en bitterheid. In dergelijke omstandigheden krijgen bewegingen die de woede en onvrede over de traditionele politiek kunnen politiseren min of meer de vrije hand. Het is dus niet vreemd dat de rechtse nationalistische partijen in landen als Nederland, Hongarije, Oostenrijk, Frankrijk en Polen hebben gewonnen. De steun voor deze partijen komt voort uit het cynisme van de EU-elite zelf.