Ook Frankrijk heeft inmiddels een sobere begroting gepresenteerd. Voor 37 miljard euro aan bezuinigingen om het overheidstekort terug te brengen tot onder de grens van 3 procent die de landen van de eurozone zichzelf hebben opgelegd. Hoewel de economische activiteit al sterk is afgenomen, kunnen de Franse, Italiaanse, Spaanse en Portugese plannen, die allemaal een remmende werking hebben, er slechts toe leiden dat 2013 een nog zwaarder jaar wordt dan 2012, toen de werkloosheid recordhoogten bereikte. Terugdringen van de werkloosheid zou absoluut voorrang moeten krijgen. De recente demonstraties in Spanje, de opkomst in Griekenland van een partij die niet anders dan neonazistisch kan worden genoemd, de groeiende weerstand tegen Europa bij grote delen van de Europese publieke opinie: niets helpt. Steeds meer economen, zoals Paul Krugman, Nobelprijswinnaar en commentator van The New York Times, stellen echter dat al die bezuinigingen Europa niet uit het slop zullen trekken maar juist nog verder zullen verarmen. En misschien zelfs in een cyclus zullen brengen die dit keer wel degelijk zou kunnen lijken op die van de grote depressie van de jaren dertig.

De gulden middenweg vinden, de juiste dosering tussen bezuinigingen die nodig zijn om de verlammende staatsschulden af te lossen en maatregelen die de groei stimuleren en de bevolking weer hoop geven, dat is op dit moment het allermoeilijkst.

Gebrek aan concurrentievermogen

De Franse premier Jean-Marc Ayrault legt het probleem bij de dictatuur van de markten. Hij stelt dat Frankrijk en Spanje voor het aflossen van hun schuld op de markt geld moeten kunnen lenen tegen een zo laag mogelijke rente. Voor Frankrijk geldt dit sinds de verkiezing van François Hollande. Als Frankrijk niet overtuigend weet aan te tonen dat het er alles aan doet om weer onder de grens van 3 procent te komen, zal het onmiddellijk worden afgestraft met rentetarieven die de schuldenlast ondraaglijk zullen maken. Daarom denken velen dat de eurozone moet proberen wat een land in zijn eentje niet vermag, door de eis van 3 procent te verzachten en de noodzakelijke weg van terugkeer naar evenwicht per land in tijd te spreiden.

Laat dit duidelijk zijn: afgezien van Duitsland lijden we allemaal aan een gebrek aan concurrentievermogen. Alleen al daarom is een groot deel van de gevraagde bezuinigingen en opofferingen onontkoombaar. Dat neemt echter niet weg dat we om te voorkomen dat Europa in een langdurige recessie belandt middelen moeten zien te vinden die het systeem weer flexibel maken. Vanuit dit standpunt bezien is er geen tijd te verliezen. Overigens biedt het nieuwe verdrag dat nu moet worden geratificeerd een opening die moet worden aangegrepen door onderscheid te maken tussen structurele tekorten en conjuncturele tekorten. Structurele tekorten dienen te worden aangezuiverd waarbij moet worden geprobeerd om op nul uit te komen, terwijl conjuncturele tekorten, die immers worden bepaald door het tempo van de conjunctuur, aan dit tempo zouden moeten kunnen worden aangepast. Als zo'n opening er is, laten we die dan aangrijpen.

Inspanningen per land spreiden

Misschien moeten we ons eerdere fasen van de economische crisis nog eens in herinnering roepen. De crisis begon in de Verenigde Staten. Die Amerikaanse crisis leek de hele internationale economie en financiële wereld in gevaar te brengen. De landen van de G-20 vonden daarop een antwoord door hun standpunten en acties te coördineren. Nu de Verenigde Staten, wier export naar Europa met bijna 10 procent is teruggelopen, China, dat zijn export naar Europa met 5 procent heeft zien dalen, maar ook Brazilië en andere landen de negatieve gevolgen ondervinden van de afgenomen economische activiteit in Europa, waarom verenigen ze zich dan niet om binnen een vernieuwde G-20 tot een gezamenlijk antwoord te komen? Wat ooit werkte voor de Verenigde Staten zou in alle redelijkheid en billijkheid immers ook voor de Europese Unie moeten werken. Helaas hebben we nadat het dieptepunt van de Amerikaanse crisis achter de rug was, een opleving gezien van de aandacht voor nationale belangen, met steeds duidelijker pogingen tot protectionisme. Het is hoog tijd om die tendens te keren en via de G-20 te zorgen voor de zo dringend noodzakelijke coördinatie. Zoals het hoog tijd is dat Europa gaat inzien dat de tekorten niet door iedereen in hetzelfde tempo kunnen worden teruggebracht en dat het dus van wijsheid getuigt om de inspanningen per land te spreiden in tijd. En zoals het ook hoog tijd is om de genomen beslissingen eindelijk eens uit te voeren. François Hollande vleit zich met de gedachte dat hij het begrotingspact heeft aangevuld met een groeipact waarvoor ten minste 120 miljard euro is uitgetrokken. Waar wachten onze regeringen op voor ze al dat geld aanwenden voor economische groei?