Bij een winkeltje in tweedehands boeken in de Froissartstraat hangt een bord met een opschrift in roze, gele en groene letters dat klanten naar binnen moet lokken: "Large choice of books in English, Spanish, Italian, German, Dutch, Greek, Russian and Scandinavian." Achter de toonbank staat Coralie, die tussen twee klanten door even de tijd neemt om een pizza naar binnen te werken. De boekhandel is nu tweeënhalf jaar in de buurt van de Europese instellingen gevestigd. "Wij zijn hier naartoe verhuisd omdat we hoopten een andere clientèle aan te trekken dan met onze eerste winkel, die in het centrum van Brussel lag. Wij stelden ons de Europese functionarissen voor als een veel ontwikkelder publiek met belangstelling voor boeken, maar dat is niet per definitie het geval. Er zijn ook veel buurtbewoners die onze winkel weten te vinden." Toch is de boekhandel, die in het weekend gesloten is, vooral in trek tijdens de lunchpauze en na sluitingstijd van de kantoren.

Apart wereldje

Verderop in de straat is apotheker Louis-Philippe bezig het schap met biologische producten te ordenen. Al vijftien jaar bedient en adviseert hij een hoofdzakelijk Europese klantenkring. "Het is een apart wereldje en een apart leven, met hun onderlinge relaties en de manier waarop ze tegen de dingen aankijken. Ze vinden het vanzelfsprekend dat ze overal recht op hebben", is zijn commentaar. Er zijn volop apotheken in de wijk, omdat het om een ´rechtstreekse dienst´ gaat. "Ik heb heel veel natuurlijke producten in mijn assortiment – en dat geldt ook voor de andere apotheken -, omdat de Europeanen hun kwaaltjes liever op een natuurlijke manier behandelen dan door medicijnen te slikken. Daar moet je je aanbod op afstemmen", vervolgt hij. Louis-Philippe erkent dat de werknemers van de instellingen "proberen te integreren in de Brusselse samenleving", maar "hoewel ze een hoge levensstandaard hebben, klagen ze dat ze niet genoeg verdienen; ze staan buiten de alledaagse realiteit van de mensen."

Getooid met een grote zwarte zonnebril en met een sigaret in de hand gaat Belgin op weg om boodschappen te doen. Zij woont al drieëntwintig jaar in een sociale huurwoning in de Europese wijk. "Ik ben heel blij dat ik hier woon. Het is een erg schone en veilige buurt. Alleen als er weer eens een Europese top is, is het hommeles; dan hebben wij veel problemen, vooral om ergens te komen, zelfs lopend", vertelt Belgin. Een ander probleem wordt gevormd door de kosten van huisvesting en levensonderhoud. "De huurprijzen zijn heel hoog voor Brusselaars. Consumptieartikelen zijn hier duurder. Daarom doe ik mijn boodschappen buiten de wijk."

Stad van tegenstellingen

Met 46 procent inwoners van buitenlandse afkomst wordt Brussel vaak beschouwd als de smeltkroes van Europa. Maar Brussel is ook een stad van tegenstellingen: terwijl Brussel twintig procent van het Belgische BBP genereert, schommelt het werkloosheidspercentage er eveneens rond de twintig procent en leeft een op de vier inwoners van Brussel onder de armoedegrens. Voor Brusselaars die niet direct of indirect profiteren van de instellingen, staat Europa heel ver van hun dagelijkse beslommeringen af. "Ik heb het gevoel dat de eurocraten bevoorrecht worden: ze hebben een goed salaris en ze betalen minder belasting. Maar ik heb helemaal niets tegen hen, hoor!" merkt de 71-jarige Nelly glimlachend op. Zij zit in de schaduw op een bankje aan de Place du Jeu de Balles in de wijk Marolles. Terwijl ze haar boodschappenwagentje in de gaten houdt, vervolgt ze: "In deze wijk bekommeren de mensen zich vooral over een dak boven hun hoofd en een inkomen. Het is niet altijd even makkelijk. Ik heb 34 jaar gewerkt, maar ik heb geen recht op een volledig pensioen. Gelukkig woon ik een sociaal huurflatje en eet ik in een sociaal restaurant."

Een paar straten verder helpt Alain de kinderen van "Les Ateliers Populaires" [een verening zonder winstoogmerk die basisschoolkinderen allerlei activiteiten aanbiedt] met de verkoop van hun zakjes popcorn, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de activiteiten. "Ik vind het prima dat de instellingen in Brussel gevestigd zijn en dat ze geld in het laatje brengen, maar ik ben er niet trots op", verklaart hij. "Mede hierdoor is de stad enigszins verminkt, en we hadden best zonder gekund."

Slechte imago

En inderdaad. Nicolas Bernard van de universitaire faculteit Saint-Louis (FUSL), die doctor in de rechten is en een licentiaat in filosofie heeft, is van mening dat "het slechte imago dat de EU-functionarissen bij de inwoners van Brussel hebben, in de eerste plaats veroorzaakt is doordat de meest elementaire stedenbouwkundige voorschriften bij de bouw van de Europese instellingen in de wind zijn geslagen. Bovendien heeft men nooit moeite gedaan een Europese identiteit te creëren die aansloot bij België. Men is er nooit in geslaagd de Brusselaars echt bij het Europese project te betrekken, omdat Europa grotendeels over de ruggen van de inwoners tot stand is gekomen, zonder dat hun mening werd gevraagd." Socioloog en cultuurfilosoof Eric Corijn van de Vrije Universiteit Brussel analyseert: "Van de architectuur moet een mobiliserende werking uitgaan op het bestaande stedelijke web waarin zij zich inbedt, en daarvan is in Brussel absoluut geen sprake geweest. De Europese wijk zou de Grote Markt van Europa moeten worden. Er zouden een Europees museum, Europese universiteiten, enzovoort moeten worden gevestigd. Op die manier zou Brussel zijn rol van smeltkroes van Europa kunnen waarmaken", besluit hij.

© La Libre Belgique. Alle rechten voorbehouden. info@copiepresse.be