Een doorslaggevende versnelling van de Europese integratie, gebaseerd op een herverdeling van de soevereiniteit is het enige overtuigende antwoord op de speculatieve druk waaronder de euro momenteel te lijden heeft. Zelfs het Internationale Monetaire Fonds heeft regeringen verzocht om de overgang van een monetaire unie naar een economische unie te bespoedigen. De lessen uit het verleden en uit de crises, waardoor de vooruitgang van Europa werd geblokkeerd, komen daarbij goed van pas.

Ditmaal wordt het nieuwe elan echter geconfronteerd met een zwevende publieke opinie, een afname van de gemeenschappelijke verbondenheid, de verwerping van een integratie die wordt ervaren als een dwangbuis, een toename van radicaal-populistische bewegingen die voor regionalisme pleiten, separatisme (zie de verkiezingsuitslag in België) en ook met een brede onverschilligheid. Daar komen dan de vragen over Duitsland nog bij: is de liefdesgeschiedenis met Europa voorbij of wordt de relatie voortgezet, waarbij de weg wordt geëffend met het beleid van stabiliteit op zijn Duits als baken? Me dunkt dat bondskanselier Angela Merkel betrokken blijft bij het beschermen van de euro die niet op een retoriek over solidariteit stoelt, maar op de voordelen van bezuinigingen voor EU-burgers. Als het nu werkelijk tot een debat zou komen over het toekomstige economische en financiële beleid van de EU, dan zou zij daarvoor met de eer mogen gaan strijken.

Storm over Europa

Gezien de ernst van de storm die over de euro raast moeten we ook erkennen – al was het maar om herhaling te voorkomen – dat er fouten zijn gemaakt en ontdekken op welke punten we ons hebben vergist : grote landen zijn bang geworden voor hun eigen schaduw, daarnaast zat Europa zonder leiding op het moment waarop de euro werd geïntroduceerd en de instanties werden versterkt.

Juist op dat moment had Europa een stap vooruit moeten maken. In plaats daarvan raakte Europa verzeild in onenigheden, te beginnen met de weinig glorieuze verdeeldheid over het conflict in Irak in 2003. Elke fout leidde onherroepelijk tot een andere, zoals blijkt uit de onderstaande opsomming : 1) de supranationaliteit (oftewel gedeelde soevereiniteit) opgeofferd uit naam van de intergouvernementele samenwerking, met als gevolg dat de rol van de Commissie, die geacht werd hoeder van de algemene belangen te zijn, werd uitgehold ; 2) de onderwaardering van, om niet te zeggen de onwetendheid over, de weerstand van de publieke opinie ten aanzien van de uitbreiding van de EU naar het Oosten, ondanks het mislukken van de toetreding van Bulgarije en Roemenië ; 3) de teruglopende Europese geloofwaardigheid als gevolg van de wanverhouding tussen het rituele herhalen van doelstellingen – een Europa dat zich met één stem tot de wereld zou wenden, een gemeenschappelijke vertegenwoordiging in internationale instituten, enzovoort – en de realiteit van de resultaten ; 4) het voortschrijdende verval van het besef dat nationale belangen worden beschermd door te bouwen aan Europa in plaats van het beschermen van corporatistische belangen ; 5) het onvoldoende benutten van mogelijkheden die worden geboden dankzij universitaire uitwisselingen zoals Erasmus, van wezenlijk belang om in de toekomst een continentale publieke opinie te vormen 6) de rampzalige verwarring tussen een multi-etnische samenleving en een multiculturele samenleving, die wordt gevoed door het algemene karakter en de ondoorgrondelijkheid van het Europese immigratiebeleid ; 7) en tot slot de meest rampzalige fout : regeringen bleven op hun lauweren rusten terwijl ze wisten dat er een gecalculeerd risico werd genomen met de introductie van de euro, een verzekering tegen de oude demonen, een instrument voor stabilisatie dat zou moeten worden aangevuld met een gemeenschappelijk economisch en financieel beleid. Daar is niet veel aandacht aan besteed en bovendien zijn de regels voor de eurozone niet serieus genomen. Er was een speculatieve aanval nodig op de Europese munt om het besef te laten doordringen dat de instanties, die de stabiliteit van de euro moeten garanderen, niet op hun taak waren berekend. Daar krijgen we nu de rekening voor gepresenteerd.

Pro-Europese gezindheid

En nu zijn het ook de tegenstanders van Europa, die zich hebben opgeworpen als vertolkers van de algemene taal van de officiële pro-Europese gezindheid, in plaats van degenen te zijn die waarheden hebben verkondigd die lastig te verhapstukken waren. Neem bijvoorbeeld de verklaringen van de voormalige Italiaanse president Carlo Azeglio Ciampisur over de noodzaak van een economisch bestuur en van Angela Merkel tegen toetreding van Turkije.

De pro-Europese gezindheid wordt wederom op de proef gesteld: dit keer gaat het om de vraag of Europa in staat is een uitweg te vinden die de markten en de publieke opinie weet te overtuigen en kalmpjes op zoek te gaan naar politieke en sociale harmonie tussen de zevenentwintig lidstaten. Zouden de regeringen daarvoor de moed kunnen opbrengen en de noodzakelijke scherpe blik hebben? Een versterking van het Stabiliteits- en Groeipact kan pas duurzaam zijn wanneer het wordt gesteund door een nieuwe wil om te investeren in het voltooien van de monetaire unie, in het benutten van het nog niet eerder aangesproken kapitaal van de gemeenschappelijke markt en over de vooruitgang die de politieke unie boekt.

Unieke karakter onderstrepen

Ook al slagen we er niet in om een EU om te vormen tot een supranationale staat, dan kunnen we nog wel het unieke karakter van de EU onderstrepen. De politiek zou werkelijk onafhankelijke Europese autoriteiten moeten accepteren en dus een stapje terug moeten doen. We zullen zien wat er gebeurt als de Commissie de nationale begrotingen moet onderzoeken voordat ze door de parlementen van de lidstaten zijn behandeld (!) en hoe Italië zal reageren op het idee – dat op dit moment nog open staat – van een gemeenschappelijk economisch beleid, hoe de noodzakelijke banden met Frankrijk en Duitsland dan moeten worden onderhouden. Wanneer de (convergentie)criteria uit het Verdrag van Maastricht opnieuw worden gerespecteerd en de integratie herontdekt wordt, zou dat een welkome terugkeer betekenen op de weg die al generaties lang met succes wordt bewandeld.