De nederlaag van de Verenigde Nationale Beweging bij de algemene verkiezingen van maandag luidt waarschijnlijk het einde in van de negenjarige heerschappij van president Michail Saakasjvili. Tegelijkertijd lijkt het zijn grootste triomf te zijn.

Het was tijdens het bewind van Saakasjvili dat er – voor de allereerste keer in de geschiedenis van de Kaukasus! – een democratische regeringswisseling heeft plaatsgevonden. Saakasjvili had de verkiezingsuitslag kunnen vervalsen, zijn politieke tegenstanders kunnen opsluiten of de tegendraadse media kunnen muilkorven (wat hij eerder wel heeft geprobeerd te doen). In plaats daarvan heeft hij ervoor gekozen het vernietigende oordeel van zijn burgers te aanvaarden. Alleen al daarom verdient hij een plaats in de geschiedenisboeken.

We hebben de verkiezingen verloren en gaan oppositie voeren. We zullen moeten leren samenwerken”, zei Saakasjvili dinsdag in een televisietoespraak.

Dit is een precedent op grotere schaal. Er zijn weinig landen aan de oostgrens van de Europese Unie waar een dergelijk scenario mogelijk zou zijn. In Moldavië heeft de democratie tot nu toe gefunctioneerd, en het zal snel duidelijk worden of Oekraïne de democratie trouw is gebleven als het land op 28 oktober parlementsverkiezingen houdt.

Alle andere voormalige Sovjetlanden zijn autoritaire regimes die louter verschillen in hun mate van onderdrukking.

De politie in Rusland opent, anders dan die in Azerbeidzjan, niet het vuur op stakende arbeiders. En Goerbangoeli Berdimoekhammedov, de dictator van Turkmenistan, heeft meer doden op zijn geweten dan zijn Wit-Russische collega Alexander Loekasjenko. Tegen deze achtergrond fonkelt de Georgische ster echter als geen andere.

Georgië slaagde waar het machtige Rusland faalde

In de Europese Unie, waar vrijheid en democratie worden aanbeden, zou dit moeten worden opgemerkt en geprezen. Maar niets van dat alles is gebeurd. De enige functionaris die commentaar heeft geleverd, was de woordvoerder van Catherine Ashton, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid van de EU. Diplomaten in Berlijn, Parijs en Londen hebben er het zwijgen toe gedaan. Er is ook weinig aandacht aan besteed in de media.

En toch heeft Georgië onder het bewind van Sakasjvili enorme vooruitgang geboekt, en is het Sovjetverleden steeds minder zichtbaar geworden. Saakasjvili heeft grote openbare gebouwen neergezet, het land opengesteld voor buitenlandse investeringen en met succes de corruptie bestreden. Dat is de reden dat hij zo wordt gehaat door de Russische elites; uit opiniepeilingen blijkt dat Georgië als een grotere vijand van Rusland wordt gezien dan de Verenigde Staten. Het kleine Kaukasus-land is geslaagd waar het machtige Rusland heeft gefaald. Het heeft zijn politieagenten bijgebracht geen steekpenningen aan te nemen en je kunt er tegenwoordig overal veilig zaken doen zonder bang te hoeven zijn in de gevangenis te belanden.

Het bewind van Saakasjvili kende ook een minder fraaie kant. Zijn liberale economische hervormingen hebben geleid tot een hogere werkloosheid. Er leven nu meer mensen in armoede dan vroeger. De grote openbare gebouwen werden met kredieten betaald, die zullen moeten worden afgelost, en bedrijven bieden nog steeds steekpenningen aan om lucratieve overheidscontracten in de wacht te slepen.

Overal wapperen EU-vlaggen

Maar als je door de hoofdstad Tbilisi rijdt, vallen je de vlaggen van de Europese Unie het meest op. Zij wapperen voor ieder overheidsgebouw. Saakasjvili, die door de West-Europese leiders over het algemeen als een gek wordt beschouwd, is erin geslaagd bij zijn landgenoten een enthousiasme voor Europa los te maken dat in Duitsland of Frankrijk allang is verdwenen. De Georgiërs geloven dat de Europese Unie en de NAVO de veiligheid en stabiliteit van hun land zullen waarborgen.

Het probleem is dat Europa Georgië weinig te bieden heeft. Hoewel de Georgiërs op de NAVO-top in Boekarest van 2008 is verteld dat ze ooit het lidmaatschap aangeboden zullen krijgen, is dit slechts een vage belofte. Toetreding tot de Europese Unie of zelfs maar affiliatie zijn niet aan de orde. Europa heeft te veel eigen problemen om aan de buurlanden te kunnen denken.

Georgië, dat zichzelf eeuwenlang een Europees land heeft gevoeld, ligt voor het hedendaagse Europa aan de uiterste periferie. En ondanks heldhaftige pogingen zijn Warschau, Praag en Stockholm er niet in geslaagd dit te veranderen. Het steunen van Georgië betekent immers ook het tegen de haren instrijken van Rusland, dat in 2008 een oorlog heeft uitgevochten met het buurland, waarbij de betwiste provincies Zuid-Ossetië en Abchazië zich van het land losmaakten. Het is voor Parijs of Berlijn politiek niet verstandig zich in deze ruzie te mengen.

Het enige waar de Georgiërs op kunnen rekenen is het Oost-Partnerschap-programma, waaraan zij deelnemen naast – bijvoorbeeld – de Azerbeidzjaanse dictatuur. Het programma was bedoeld om de voormalige Sovjetrepublieken dichter bij de EU te brengen, maar in een tijd waarin de aandacht van Europa zich richt op de Arabische staten, heeft het schipbreuk geleden.

Door de Georgische verkiezingen te negeren keert Europa niet alleen zijn grootste fan de rug toe, maar stuurt het ook een signaal uit dat het weinig belangstelling heeft voor democratie in het Oosten.