Het zou wel eens een vreemde migratiezomer kunnen worden. Eentje waarin het aantal beelden van krakkemikkige boten boordevol migranten die op de Europese kusten stranden, wel eens veel kleiner zou kunnen zijn dan de afgelopen jaren. Tenminste als we de laatste cijfers van het Hoge Commissariaat van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen (UNHCR) mogen geloven, waaruit blijkt dat er in de periode 2009-2010, afhankelijk van de bestemming, tussen de vijftig en 95 procent minder boten aankwamen .

Zo werd Malta, vanwege de kleine oppervlakte en de grote bevolkingsdichtheid, drie jaar geleden nog geconfronteerd met een ernstige crisis veroorzaakt door de komst van vijftienhonderd tot drieduizend migranten per zomer. Na een daling van vijftig procent tussen 2008 en 2009, is er volgens de Maltese autoriteiten sinds maart 2010 zelfs geen enkele boot op de kusten gestrand . Het eiland heeft in april daarom zijn terugtrekking uit de gezamenlijke operaties met het Europees agentschap voor het beheer van de buitengrenzen (Frontex) aangekondigd.

Spectaculaire daling

In Italië is de daling al even spectaculair, met name op het eiland Lampedusa. Volgens het kantoor van de UNHCR in Rome maken de laatste schattingen gewag van een daling van 94 procent tussen 2009 en het eerste halfjaar van 2010. Net als elders is de daling in de loop van 2006 ingezet. Dat jaar zijn er aan de Italiaanse kusten 22.000 migranten geland , afkomstig uit Noord-Afrika. In 2007 waren het er nog slechts 19.900 en in 2009 niet meer dan 8700.

De daling geldt ten slotte ook voor Spanje. Volgens het Madrileense kantoor van de UNHCR was deze tussen 2008 en 2009 ongeveer vijftig procent. In 2006 slaagden 39.000 migranten erin te landen op de verschillende Iberische kusten, in het bijzonder op de Canarische Eilanden en de Balearen. In 2007 waren het er nog slechts achttienduizend en in 2008 niet meer dan 13.400.

Cijfers die volgens het hoofd van de grenspolitie, Frédéric Perrin, ook voor Frankrijk gevolgen hebben. Volgens hem neemt de ‘migratiedruk’ af in het gebied rond Calais en langs de spoorverbinding Vintimiglia-Parijs die door de migranten vanuit Italië wordt gebruikt. De aanhoudingen zijn hier sinds het begin van het jaar met twintig procent gedaald.

Zeepatrouilles

Een van de oorzaken van deze kentering is Frontex. De zeepatrouilles zijn de afgelopen jaren voortdurend in aantal toegenomen en ook hun doeltreffendheid is groter, met name vanwege bilaterale overeenkomsten met de zogenaamde ‘herkomstlanden’ van migranten. Ook de economische crisis heeft hier zijn steentje bijgedragen.

Libië blijft echter een van de hoofdrolspelers in het behalen van dit resultaat. Nadat het een van de belangrijkste doorvoerlanden was geworden, vooral richting Italië, heeft het land de grenscontrole sinds het voorjaar 2009 versterkt en is er een diplomatieke overeenkomst met de regering van Silvio Berlusconi gesloten. Een akkoord waarin Italië erkende een aandeel te hebben gehad in de door de Libiërs geleden schade tijdens de koloniale periode. Het land schreef ook meteen een cheque van vijf miljard aan Libië uit.

Sindsdien hebben deze laatsten een contract van driehonderd miljoen euro getekend met een Italiaans bedrijf dat veiligheidsapparatuur verkoopt – met name infrarood materiaal – om de zuidgrens te controleren. Ze zijn eveneens besprekingen met de Europese Unie begonnen. Op 9 juni is er een ‘samenwerkingsprogramma’ , waar zestig miljoen euro aan vastzit, getekend met een aantal clausules over de beheersing van de clandestiene immigratie.

Nieuwe kaart migratiestromen

Dit alles heeft veel verwarring gezaaid, met een totaal nieuwe kaart van de migratiestromen in het Middellandse-Zeegebied als resultaat. De stroom is verlegd naar het oosten en de grote nieuwe toegangspoort tot Europa is Turkije. Volgens het kantoor van de UNHCR in Istanbul hebben de Turkse autoriteiten in 2009 ongeveer zeventigduizend illegale migranten gearresteerd . Een enorm hoog aantal, dat echter slechts een deel van de waarheid weergeeft.

Er kan nauwelijks uit worden opgemaakt of het om een ‘verschuiving’ van migratie gaat. De migranten die in Turkije aankomen zijn vaak Afghanen, Somaliërs en Eritreërs en dus niet afkomstig uit West-Afrika. Volgens de NGO’s zitten deze vast in Noord-Afrika in afwachting van betere tijden. Marokkanen hebben geen visa nodig om naar Thailand te reizen en omzeilen voor een deel het probleem via vluchten Marokko-Bangkok-Istanbul.

Grote zorgen

Vanaf Turkije bestaan er nu in ieder geval twee routes. Een ‘noordroute’, via Bulgarije, Roemenië naar Noord-Europa. En een ‘zuidroute’ via Griekenland richting Italië, Frankrijk, Spanje, enzovoorts. Griekenland heeft zeer veel moeite om iets te doen aan deze nieuwe configuratie. Volgens het kantoor van de UNHCR in Athene zijn er in 2008 bijna honderdvijftigduizend migranten aangehouden wegens illegale binnenkomst en illegaal verblijf in het land, ofwel 75 procent van het totale aantal in Europa, tegen vijftig procent in 2008. Sinds het begin van het jaar laten de cijfers bovendien zien dat er meer over het vasteland dan via de zee wordt gereisd.

Een van de grote zorgen van de NGO’s en de UNHCR met betrekking tot dit nieuwe plaatje blijft echter het lot van de asielaanvragers. Griekenland is het Europese land dat het minste aantal vluchtelingenstatuten verleend. En Turkije verleent het niet aan migranten die niet uit de Europese Unie komen.