Rond de slachthuizen in Anderlecht hangt een onfrisse geur. Niet die van slachtafval, maar die van uitbuiting en sociale dumping. Sommige vrouwen verdienen er slechts zes euro per uur.

Wie op marktdagen op de site van de slachthuizen en markten van Anderlecht rondloopt, ‘den Abattoir' in de volksmond, kent de bedrijvigheid van mensen van alle kleuren die er hun vlees komen inslaan. Omdat het er vrij goedkoop is en omdat het in het hart van een internationale wijk ligt. De site wordt beheerd door de nv Abatan, terwijl de slachtlijnen worden uitgebaat door twee bedrijven, bvba Abaco (voor runderen) en bvba Seva (voor varkens).

Daarnaast zijn er ongeveer 45 KMO's [KMO: Midden- en Kleinbedrijf, red.] actief die het runds- en varkensvlees in gehuurde lokalen verder versnijden en in de kraampjes aan de man brengen. Vooral die bedrijfjes lijken gebruik te maken van arbeidskrachten uit de Oost-Europese landen, zoals Roemenen. Maar dat gebeurt niet altijd volgens de regels. Dat zeggen twee vrouwen die in ‘den Abattoir' werken. "We zijn met velen. En niemand heeft een contract. We werken in het zwart. En we worden onderbetaald."

De ene vrouw krijgt acht euro per uur, de andere zes euro, ver onder het minimumloon. Hun naam willen ze niet in de krant, hun leeftijd evenmin. "Ja, we worden uitgebuit, maar we zwijgen, uit schrik om aan de deur te worden gezet. Er zijn genoeg mensen die meteen onze plaats kunnen innemen. En we kunnen het ons niet veroorloven zonder werk te vallen."

Tien minuten lunchpauze

Volgens Codruta-Liliana Filip van de vrouwenorganisatie van de Roemeense Sociaaldemocratische Partij lopen de verhalen van de Roemeense vrouwen allemaal gelijk: ze hebben vaak geen contract, verblijven soms illegaal in het land, worden onderbetaald, kloppen lange dagen, hebben recht op één lunchbreak van tien minuten en werken dikwijls in het weekend. Van vakantiegeld of een eindejaarspremie is al helemaal geen sprake. Doorgaans mogen ze van hun baas ook hun eigen taal niet spreken.

"Ik probeerde zelf één keer in contact te komen met vrouwen die vlees aan het verkopen waren", zegt Filip. "Ik wilde hen uitnodigen voor een Roemeens cultureel evenement. Binnen de twee seconden stond hun werkgever erbij en vroeg hij mij om alles wat ik had gezegd te vertalen, 'om zeker te zijn dat ik eerbare bedoelingen had'. Wat dat ook mocht betekenen."

"Ik werk tien uur per dag", zegt de ene vrouw die acht euro verdient. "Ik soms elf uur, zeker in het weekend", zegt de andere. "Ik heb ook nog als verkoopster gewerkt, dan kun je iets meer verdienen."

De ene arbeidster heeft begrip voor de situatie van haar werkgever. "Het is economische crisis. Vleesbedrijven maken veel kosten, zoals het betalen van een dierenarts. Als ze ons dertien euro per uur zouden moeten betalen, zouden ze misschien geen winst meer maken. En alles is beter dan wat ik in Roemenië verdien. Daar krijg je amper 150 euro per maand, zelfs als je een diploma hebt. Geen wonder dat we elders een toekomst zoeken."

Duitsland, de schuldige

Codruta-Liliana Filip: "Door mijn politieke werking kom ik vaak in contact met Roemeense arbeidsmigranten, in alle sectoren. Overal zijn er problemen, maar toch vooral in de vleesverwerkende sector. De arbeiders werken er onder heel zware omstandigheden. De vrouwen zijn het meest kwetsbaar. Er is in België een grote nood aan slagers, veel Roemeense vrouwen kunnen aan die nood beantwoorden. Toch worden ze niet correct behandeld."

"Ik begrijp hun angst om te praten. Ze kunnen makkelijk worden vervangen door anderen die de opgelegde voorwaarden wel aanvaarden. Aan het einde van de dag zijn ze 'blij' dat ze hun dagelijks brood kunnen kopen en wat geld kunnen opzijzetten. Toch is het nodig dat we hiertegen reageren. Bedrijven die wel correct met hun personeel omgaan, worden oneerlijk beconcurreerd. Het is in ieders belang om dezelfde arbeidsomstandigheden na te streven. Anders spreken we over sociale dumping en fraude. Met menselijk leed als gevolg."

"Ik wil niet met modder naar de werkgevers gooien. Ik wil hen niet veroordelen. Ik ken de moeilijkheden op de Europese arbeidsmarkt. België moet de concurrentie aangaan met andere lidstaten." Vooral de vleesverwerkende industrie in Duitsland, waar geen minimumlonen gelden, verstoort de markt. "Dit is geen Belgisch, maar een Europees probleem."

Filip wil het gesprek aangaan met de vakbonden, de werkgevers en overheidsinstellingen om het probleem aan te pakken en ‘een win-winsituatie' te bekomen. "Economische groei moet kunnen met gelijk loon voor gelijk werk, arbeidscontracten en deftige arbeidsomstandigheden."

Dit artikel werd gereproduceerd met toestemming van de uitgever, alle rechten voorbehouden.