De ''Wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen'verdween, na 28 jaar dienst te hebben gedaan, op 1 januari 2009. Het Zweedse parlement verving deze en zes andere anti-discriminatiewetten door één gemeenschappelijke wet op discriminatie.De Zweedse regering probeert hiermee eenvoudiger bescherming tegen discriminatie te bieden, een bescherming die volgens de Zweden lang niet zo goed is geregeld in andere Europese landen of de Verenigde Staten. Deze nieuwe wet, die niet langer direct de positie van de vrouw probeert te bevorderen, impliceert daarnaast ook een andere aanpak. Het doel van de wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen was helder: “op de eerste plaats de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt verbeteren.” Deze tekst komt niet meer voor in de nieuwe wet. De jaarlijkse analyse van de beloning van werknemers [gericht op het opsporen van salarisverschillen tussen de seksen, red.] die tot nu toe verplicht was, hoeft nu nog maar eens per drie jaar gedaan te worden en zal vanaf nu bij minder ondernemingen worden uitgevoerd.

Hoewel Zweden één van de meest egalitaire landen ter wereld is, waar alle politieke leiders in het parlement – met uitzondering van de christendemocraten en de leden van de Moderata Samlingspartiet – zeggen feminist te zijn, werden er de afgelopen vijfentwintig jaar maar weinig belangrijke politieke besluiten genomen op het gebied van gelijke behandeling. In de huidige campagne voor de verkiezingen van dit najaar doen noch rechts noch links hervormingsvoorstellen op dit gebied. Zou een van de laatste maatschappelijke projecten van onze generatie aan z’n eind zijn gekomen?

Pionier

Jarenlang was Zweden een pionier. De jaren zeventig waren de Gouden Eeuw voor gelijkheid. Na het zwangerschapsverlof zag het ouderschapsverlof er het licht. De gezamenlijke belastingheffing voor echtgenoten werd afgeschaft, er werd een nieuwe abortuswet aangenomen, crèches werden een algemeen verschijnsel en ouders van jonge kinderen kregen het recht op een werkdag van zes uur.

Nieuwe maatregelen bleven vervolgens echter uit en de discussie veranderde van toon. In de jaren tachtig en negentig verschoof het accent naar de vertegenwoordiging van vrouwen in de politiek, in organisaties en ondernemingen. De laatste jaren werd er vooral naar gestreefd een halt toe te roepen aan het geweld tegen vrouwen, vooral eerwraak, maar ook naar het verharden van de strafmaatregelen tegen seksuele misdaden. Dit beleid was echter evenzeer gericht op het bestrijden van misdaad als op de bevordering van gelijkheid.

Tegenwoordig schitteren besluiten die een invloed kunnen hebben op het dagelijks leven van de burgers en op de macht en invloed van vrouwen op de maatschappij, door afwezigheid. In het debat van vandaag de dag is er één initiatief dat zich onderscheidt van de rest: de hervorming van het systeem voor de rechten van ouders [hieronder vallen met name de ouderschapsverloven en de arbeidstijdverkorting voor ouders, red.], waarmee mannen gestimuleerd worden meer van al deze regelingen te profiteren dan ze nu doen. Maar het onderwerp is controversieel. Volgens een studie van vakbond Unionen in 2008 wil veertig procent van de ondervraagde leden het huidige systeem handhaven. En de meerderheid van hen die zeggen dat ze voorstander van verandering zijn, zeggen ook dat ze de 'volledige vrijheid' willen houden om te kiezen of ze thuis willen blijven of niet. Een onderwerp dat zo nu en dan weer voor onrust zorgt, is het recht op voltijdswerk dat door de linkse alliantie nu gepresenteerd wordt als een feministische zaak omdat de meerderheid van de vrouwen parttime werkt. Maar ook over dat onderwerp worden geen beloftes over legalisatie gedaan.

Vrijheid punt van discussie

Waarom worden er geen grote hervormingen opgestart? Wellicht is het antwoord dat mannen en vrouwen tegenwoordig in theorie dezelfde mogelijkheden hebben, zelfs als hun keuzevrijheid nog een punt van discussie is. Overigens weet de politiek dat gezinsbeleid één van de gevaarlijkste gebieden is om op in te grijpen. “Dat gelijkheid niet een van de speerpunten van deze verkiezingscampagne is, komt doordat we bij de traditionele politieke partijen een patriarchale houding zien waarbij er vanuit wordt gegaan dat gelijkheid een bijkomstigheid is”, vertelt Gudrun Schyman, woordvoerder van de partij Feministisch Initiatief. Zij trekt de vergelijking met de ecologische partij en hun aanvankelijke problemen om het thema milieu op de kaart te krijgen in de periode voordat alle regeringspartijen dat mondjesmaat in hun programma’s begonnen op te nemen.

Het feit dat de partijen er moeite mee hebben gelijkheid in hun politieke programma op te nemen, kan op meerdere manieren worden verklaard. Eén verklaring is dat het voor een ooit dominante partij zoals de sociaaldemocraten, bijna de staatspartij, gemakkelijker was een beleid op te leggen dat gebaseerd was op een ideologie zonder dat ze zich op korte termijn zorgen hoefden te maken over de publieke opinie. Tegenwoordig is de situatie anders, de partijen zijn opportunistischer en gelijkheid is een thema geworden waarmee je veel kunt verliezen en maar weinig kunt winnen als je risico’s neemt. De rechtse alliantie – die op dit gebied nog niet eerder actief was – waagt zich er toch aan, in de hoop vrouwelijke kiezers voor zich te winnen, een groep die rechts minder groot is dan links.

Gudrun Schyman blijft ervan overtuigd dat de partij Feministisch Initiatief hetzelfde lot beschoren zal zijn als de Groenen, en dat op termijn alle partijen stelling zullen moeten nemen over de gelijkheidskwestie.