Het schouwspel is van een zeldzame schoonheid. En alleen ingewijden kunnen volgen hoe Europa tegenwoordig moeizaam en op een ingewikkelde manier wordt opgebouwd. Maar wat er gebeurt, hoe moeilijk en gehinderd door de crisis dan ook, is een langzame transformatie van de eurozone in een werkelijke monetaire unie. Een noodzakelijke en positieve ontwikkeling.

De 17 lidstaten die de eenheidsmunt hebben, zijn op weg naar een begrotingsharmonisatie zonder welke de monetaire unie niet zou kunnen functioneren. In Parijs ratificeerde het Franse parlement op 9 oktober het Europees verdrag over stabiliteit, coördinatie en toezicht – alleen in Europa kunnen er dergelijke poëtische namen verzonnen worden. En afgelopen woensdag nam het parlement een voorstel aan voor een organieke wet waarmee de 'gulden regel' van kracht wordt.

In normale mensentaal is dat een begrotingspact dat de ondertekenaars verplicht een evenwichtige overheidsbegroting na te streven. Onder een andere barbaarse naam, die van structureel tekort, voegt het pact daar wat soepelheid aan toe.

Aan het begin van de week trad het Europees stabiliteitsmechanisme in werking. Het EMS, waarmee maximaal 700 miljard euro kan worden vrijgemaakt, is een soort Europees Monetair Fonds. Het is bedoeld als hulpmiddel voor landen die moeite hebben met het financieren van hun staatsschuld op de markt, of die hun bancaire sectoren moeten herkapitaliseren. Eindelijk zijn de Europeanen op weg naar een gemeenschappelijk toezicht op hun banken.

Nog niet vroeg naar bed in Brussel

Harmonisatie van begrotingen, financiële solidariteit en een bankenunie: het verloopt allemaal moeizaam. De sociale kosten zijn hoog, ten minste op korte termijn, zoals Angela Merkel tijdens haar bezoek aan Athene afgelopen dinsdag heeft kunnen zien. De Spanjaarden aarzelen vanuit misplaatste trots om een beroep op het EMS te doen. De Duitsers hebben helemaal geen zin om hun banken te laten 'controleren' door Europa. De Fransen staan van nature al terughoudend tegenover een begrotingsevenwicht en ga zo maar door.

Maar het was niet alleen maar hoog tijd. Als we de euro willen behouden, moest er gecorrigeerd worden wat de grondleggers van de Unie in elkaar hebben geflanst: een wankele werkwijze die bij de eerste de beste schok in elkaar stortte. Er kan geen monetaire unie zijn zonder begrotingseenheid, bankenunie en financiële solidariteit. En daar moet snel het onmisbare democratische element aan worden toegevoegd: op de een of andere manier moet het beheer van deze drie-eenheid plaatsvinden onder toezicht van de parlementen van zeventien landen.

De weigering om deze sprong naar economische harmonisatie te wagen, moet natuurlijk gerespecteerd worden. Maar dan moet er ook ‘nee’ worden gezegd tegen de euro. De Britse premier had gelijk toen hij er afgelopen zondag op de BBC op wees dat Europa niet kan werken met één begroting. Er zal er een voor de eurozone zijn, voorzien van geavanceerde overdrachtsmechanismen. En er is een andere, beperktere versie, nodig voor de hele Unie. David Cameron wil daarvan profiteren om, op een lafhartige manier, opnieuw te onderhandelen over het Britse lidmaatschap van de Unie.

Dat was ongetwijfeld onvermijdelijk: hoe verder de monetaire unie zich ontwikkelt, hoe meer een ander Europa uit elkaar valt. Er zal een besloten kring ontstaan, de eurozone, en een andere, veel grotere, maar minder hechte groep. In Brussel kunnen ze voorlopig nog niet vroeg naar bed.