Zijn de banken bezig om de projecten inzake regulering van de internationale financiële sector uit te hollen? In ieder geval zijn ze uiterst actief in de gangen van het Parlement in Straatsburg en de Europese Commissie in Brussel om hun standpunten kenbaar te maken. En aangezien ze nauwelijks serieuze tegenstand ondervinden, worden alle mogelijke middelen aangewend. Bankbelasting, toezicht op de bonussen, regulering van hedgefondsen, verbod op short selling, enzovoort. Er zijn genoeg onderwerpen om voor te lobbyen. En dat baart een aantal Europarlementariërs van alle politieke kleuren zorgen. Vorige week hebben zij dan ook het initiatief genomen een oproep te doen om de ongelijke machtsstrijd aan de kaak te stellen tussen enerzijds de oppermachtige financiële sector en anderzijds een zo goed als afwezige burgermaatschappij.

Gisteren heeft een socialistische lid van het Europarlement, Pervenche Berès, die de belangrijkste conclusies van haar rapport over de financiële crisis presenteerde, gezorgd voor lichte sensatie door voor te stellen de lidstaten op te roepen de handelsbank Goldman Sachs te boycotten. Maar al te enthousiaste reacties kunnen achterwege blijven, de Europarlementariër zelf maakt zich geen enkele illusie. “Dit voorstel zal uiteindelijk niet worden overgenomen,” zegt ze, “maar het is een manier om het probleem van de tweevoudige machtspositie van deze banken onder de aandacht te brengen”.

Een deskundigengroep onder leiding van BNP-Paribas

Infiltratie is een specialiteit van de banken geworden. Zo komt de wetgeving over de Europese financiële supervisie waaraan nu wordt gewerkt bijvoorbeeld rechtstreeks uit een rapport waartoe opdracht is gegeven door de Commissie en dat op 25 februari 2009 is ingediend. Deze zeer voorzichtig geachte wetstekst is echter opgesteld door een groep ‘deskundigen’ onder leiding van Jacques de Larosière, oud-directeur van de Banque de France, maar vooral huidig adviseur van de president-directeur van BNP-Paribas, samen met zeven financiële specialisten waarvan drie afkomstig uit de particuliere sector, ook al hebben allen op enig moment wel een overheidsfunctie bekleed: Rainer Masera (ex-Lehman Brothers), Otmar Issing (Goldman Sachs) en Onno Ruding (Citigroup). Dus vier bankiers (van drie Amerikaanse instellingen…) en een vijfde, Callum McCarthy, die voormalig voorzitter is van de Britse Financial Services Authority, notoir tegenstander van iedere al te dwingende supervisie. Dus een meerderheid afkomstig van of verwant aan de financiële sector… Waarom zouden we ons dan nog verbazen over het resultaat?

Geheel en al normaal, luidt de verdedigende reactie uit de kringen rond Michel Barnier, de commissaris Interne Markt en Financiële Diensten, dit zijn de beste deskundigen in een vakgebied dat ongelofelijk veel vakmanschap vraagt. Wie moet er anders geraadpleegd worden?” Daar ligt inderdaad het probleem. “De ambtenaren van de Commissie zijn incompetent op dat gebied", bevestigt een Franse ambtenaar in Brussel. "Dus vertrouwen zij op het oordeel van de banken.

Commissie houdt niet van vragen over expertgroepen

De zaak is redelijk ernstig, want Michel Barnier erkende vorige week dat er een probleem was en dat de fameuze “deskundigengroepen” opener en meer gediversifieerd moeten zijn. De commissie heeft zich in de loop der jaren bij gebrek aan de benodigde interne menskracht en competenties omringd met meer dan duizend “deskundigengroepen” die adviseren bij de totstandkoming van wetgeving.

Het functioneren, de samenstelling en het gezag van deze groepen zijn niet helder, stelt de NGO Alter-EU regelmatig, die zich heeft gespecialiseerd in het opsporen van Brusselse lobby’s. Alleen al in de financiële sector zijn er 19 ingesteld door het directoraat-generaal interne markt. Volgens Alter-EU, dat in oktober 2009 hierover een rapport heeft uitgebracht, worden acht van deze werkgroepen zoals die inzake financiële derivaten, problemen in de banksector en marktmanipulaties, volledig gedomineerd door de financiële wereld.

De Commissie houdt er absoluut niet van als er vragen worden gesteld over deze deskundigengroepen: Libération heeft de commissie om een volledige lijst met hun exacte samenstelling gevraagd. Na twee maanden kregen we een lijst met... internetlinks. De verstrekte informatie is op zijn minst onvolledig: de groep betrokken bij de “problemen in de banksector” geeft wel de namen van de deskundigen maar niet van welke bedrijven zij afkomstig zijn. De groep die actief is op het gebied van de derivaten meldt dat 34 deskundigen de banken vertegenwoordigen en 10 de overheid, maar de namen uit de privésector worden niet bekendgemaakt… Het is frappant dat er bijna tweemaal zoveel vertegenwoordigers van de financiële sector in deze groepen zitten dan ambtenaren die belast zijn met het uitwerken van wetgeving op financieel gebied.

Dan moet men ook niet verbaasd staan als geen van de teksten die voorgelegd worden aan het Europees Parlement en de Raad van Ministers een werkelijke ommezwaai inhouden. “Het meest verbazingwekkende is nog wel dat de Commissie zeer gevoelig is voor de heersende opvatting van de Angelsaksische banken, vervolgt onze Franse ambtenaar. "Alsof het er vooral om gaat geen ruzie te krijgen met de Verenigde Staten.” Volgens verscheidene Europarlementariërs is de lobby van de banken relatief doorzichtig. Maar ook krachtig, zeer krachtig. En dus doeltreffend.