Zelfs landen die al decennialang veel aandacht schenken en geld uitgeven aan het terugdringen van territoriale ongelijkheden hebben geen spectaculaire resultaten behaald. Uit een recent onderzoek van Eurostat blijkt duidelijk de omvang van het probleem. Zo bedraagt het bbp per inwoner van de mensen in de Londense City 334% van het Europees gemiddelde. In het noordwesten van Bulgarije is het slechts 26% van het gemiddelde BBP per inwoner van de Europese Unie.

Uit deze statistieken blijken zeer bijzondere verschillen. In Duitsland bijvoorbeeld is de koopkracht per inwoner in de deelstaat Saksen-Anhalt vrijwel even groot als in Estland of in sommige rijke streken van Griekenland. Er blijken echter enorme verschillen te bestaan als de stad Chemnitz, in Saksen, waar het bbp per inwoner 82% van het Europees gemiddelde bedraagt, vergeleken wordt met Hamburg, dat op 192% van het Europees gemiddelde uitkomt.

Voor Spaanse regio’s geldt hetzelfde. Het zuiden van het land (Andalusië/Murcia) is goed voor ongeveer 82% van het bbp per inwoner, terwijl dat in Madrid en Catalonië respectievelijk tot 136 en 123% van het gemiddelde van de EU oploopt. In Italië echter is de kloof tussen de regio’s echter het best zichtbaar. Het bbp per inwoner neemt flink af van het noorden naar het zuiden van het schiereiland. In Piëmont en Lombardije (Milaan en Turijn) ligt deze indicator op 134 en 119% van het gemiddelde van de EU. Terwijl hij in Campanië (Napels) al jarenlang iets boven de 65% van dit gemiddelde blijft hangen.

Werkloosheid Oost-Duitsland twee keer zo hoog als in West-Duitsland

De federale Duitse regering heeft zonder enige twijfel het meest geïnvesteerd om deze regionale verschillen weg te werken. In het kader van het “Fonds Duitse eenheid” en het solidariteitspact hebben de Duitse deelstaten de afgelopen twintig jaar ongeveer 1,5 biljoen euro ontvangen. Krachtens de “Aufbau Ost” voor de wederopbouw van de deelstaten van de voormalige DDR zijn er pensioenen en uitkeringen gefinancierd, wegen en stedelijke infrastructuur aangelegd, waarbij investeringen werden aangemoedigd.

Deze verandering, die in het oog springt is als we de Duitse autowegen nemen om van het oosten naar het westen van het land te reizen, is zo omvangrijk geworden dat sommige streken in het westen, vooral de grote industriegebieden, beginnen te vrezen een achterstand op te lopen ten opzichte van de Oost-Duitse dynamiek. Toch bedraagt het gemiddelde bbp in de deelstaten van het oosten niet meer dan 71% van het West-Duitse bbp. Dit verschil zien we terug in de gemiddelde inkomens. Het werkgelegenheidsbeleid is echter een ware mislukking: het werkloosheidspercentage blijft in het oosten tweemaal hoger dan in het westen.

De Duitse politici van de CDU/CSU-FDP-coalitie hebben hun buik vol van dat eindeloze promoten van de oostelijke gebieden. Matthias Platzeck, de sociaaldemocratische minister-president van de deelstaat Brandenburg heeft ervoor gewaarschuwd dat er geen politieke meerderheid bestaat om het solidariteitspact na 2019 in stand te houden.

Napelse autowegen net zo belabberd als in Polen

Het Spaanse Andalusië levert een interessant voorbeeld op van de effecten van de structuurfondsen van de EU, waar de regionale regering lang gebruik van heeft gemaakt, net als de Poolse overheid trouwens. De ontwikkelingsprogramma's van dit deel van Spanje, die in de jaren 1980-2000 zijn doorgevoerd, hebben de locale situatie echter niet aanmerkelijk verbeterd. Uit onderzoek, dat gedaan is door economen uit Malaga en Cadiz, hebben noch de door de centrale regering vrijgemaakt middelen, noch die van de Europese fondsen tot een ontwikkeling geleid die vergelijkbaar is met die in het noorden van het land.

De afgelopen jaren werd er voor de ontwikkeling van Andalusië voorrang verleend aan steun aan kleine en middelgrote bedrijven. De regio werd tot nu toe beschouwd als een thuishaven voor het toerisme die goed is voor 11% van het bbp, en moest zo een duurzame economie krijgen. In de periode 2007-2013 ontvangt Andalusië bijna 15 miljard euro van Europese fondsen. Het zuiden van het land krijgt 41% van alle aan Spanje toegewezen fondsen. Brussel toont trots de doelstelling van 2,4% groei van het bbp in Andalusië. Dergelijke resultaten laten echter nog op zich wachten.

De nog grotere verschillen tussen noord en zuid zijn in Italië hardnekkig. Mooie autowegen in het economische hart van het land rond Turijn en Milaan veranderen in de omgeving van Napels in wegen die net zo belabberd zijn als de Poolse wegen. En dat alles ondanks het equivalent van 140 miljard euro die de Italiaanse regering heeft uitgegeven tussen 1951 en 1992 in het kader van het Fonds voor het Zuiden (Cassa per il Mezzogiorno). Dit programma was zo’n fiasco dat de regering zich eruit heeft moeten terugtrekken onder druk van het Internationaal Monetair Fonds, dat zich zorgen maakte over de gezondheid van de Italiaanse overheidsfinanciën.

De Europese programma's die het Cassa per il Mezzogiorno min of meer hebben vervangen, blinken evenmin uit in doeltreffendheid. De maatregelen van de EU hebben zeker een positief effect op de groei van het bbp per inwoner, maar dit effect blijft uiterst zwak, is de econoom Francesco Aiello van de Universiteit van Calabrië van mening. Brussel is bang voor het “Mezzogiornosyndroom”, dat wil zeggen een zwart gat waarin de overheidsfondsen verdwijnen. Het is eveneens nog maar de vraag of er in de huidige conjunctuur waarin de lidstaten groei van de schulden vrezen, niet eenvoudigweg zal worden beknibbeld op de programma’s die regionale verschillen bestrijden.