Zou premier Matio Rajoy op de nieuwe Europese top die gisteren in Brussel is begonnen, om een tweede noodlening vragen voor de Spaanse economie? Dat is de grote vraag. Op gevaar af dat ik mijn mening morgen al moet bijstellen, denk ik toch dat hij dat niet zal doen.

De reden daarvan is volgens mij niet dat Mariano Rajoy, zoals vaak wordt beweerd, besluiteloos is en zich voortdurend afvraagt of hij iets wel of niet zal doen. De meest plausibele reden is dat hij heeft begrepen dat de reddingsoperatie veel weg heeft van een pokerspel, een spel waarbij je je kaarten goed moet verbergen en weten uit te spelen, en de andere spelers moet dwingen hun kaarten te laten zien. En ik verzeker u dat de kaarten tijdens deze top niet op tafel komen.

In Spanje denken veel mensen, vooral de financiële elite, dat er geen enkele kaart valt uit te spelen en dat maar het beste zo snel mogelijk om een noodlening kan worden gevraagd. Nog afgezien van het feit dat er onder hen nogal wat zijn die voor een noodlening pleiten omdat dat goed is voor hun bedrijf en ze heel goed weten dat zij niet voor de voorwaarden hoeven op te draaien, blijft het feit dat Spanje wel degelijk nog een kaart kan uitspelen.

Frans-Duitse oorlog bedreiging voor euro

Hoewel er reden is om kritiek te hebben op de manier waarop de regering de crisis aanpakt, wil ik in dit geval toch een lans in haar voordeel breken. Mariano Rajoy heeft begrepen dat hij de kaart van de noodlening kan uitspelen, maar dat hij daarvoor eerst de andere spelers moet dwingen hun kaarten op tafel te leggen, te weten de Europese bankenunie, het nieuwe noodfonds, interventie van de ECB en toezicht op de nationale begrotingen.

Duitsland wil niet de kaart van de bankenunie spelen (vermoedelijk omdat de Duitse banken gatenkaas zijn) en geeft de voorkeur aan de kaart van toezicht op de nationale begrotingen door een Europees superministerie. Frankrijk verzet zich, omdat het geen Duitse hegemonie wil en eist dat er eerst een bankenunie komt. En in deze nieuwe Frans-Duitse oorlog vangen wij de klappen op.

Feitelijk is de torenhoge premie voor de Spaanse schuld, dat wil zeggen de extra kosten die de Spaanse schatkist moet betalen om de schuld te financieren, niet alleen te wijten aan de zieke Spaanse economie, maar ook aan die Frans-Duitse oorlog die een bedreiging vormt voor de euro. Een deel van die extra kosten is een gevolg van de angst van investeerders dat de euro uiteindelijk zal instorten. We hebben gezien dat de Spaanse premie omlaag ging nadat Mario Draghi had gezegd dat de ECB alles zou doen om de euro te redden. Een duidelijk bewijs voor besmettingsgevaar in de eurozone.

Wie besmet is, moet zelf om hulp vragen

Maar hoewel de ECB zich bereid heeft verklaard om te hulp te schieten, stelt ze wel als eis dat de belanghebbenden daar eerst om vragen. Je zou het kunnen vergelijken met een openbaar ziekenhuis, dat in actie moet komen als er een besmettelijke ziekte uitbreekt, maar verlangt dat wie besmet is eerst om hulp vraagt. Onzin dus. Anderzijds is nog niet bekend hoe het nieuwe Europese noodfonds gaat functioneren en hoeveel slagkracht het zal hebben.

Zoals ik al zei, we hebben te maken met een gecompliceerd pokerspel. Spanje moet zijn kaarten pas op tafel leggen als de anderen dat ook hebben gedaan. Maar dat gaat op deze top niet gebeuren.