Nog maar twintig jaar geleden behoorden Litouwen en Wit-Rusland toe aan de Sovjet-Unie. De buurlanden waren formeel slechts van elkaar gescheiden door een lijn op de kaart. Nu worden de grenzen gemarkeerd door hekwerken, een soort nieuw IJzeren Gordijn, maar dan opgetrokken na de val van het communisme. Terwijl Litouwen lid is geworden van de NAVO en de Europese Unie en deel uitmaakt van de Schengenruimte, zwaait autocraat Aleksandr Loekasjenko de scepter over Wit-Rusland.

Dit metalen hek waarboven rollen prikkeldraad zijn gespannen, heeft niet alleen een land in tweeën gesplitst, maar ook een dorp. Norviliškės is het Litouwse gedeelte, dat bekend staat om zijn gerestaureerde kasteel uit de zestiende eeuw en zijn muziekfestival Be2gether. Het Wit-Russische gedeelte aan de andere kant heet Piackunai. Sommige families zijn uit elkaar gerukt, andere kunnen niet meer hun buren, de kerk of het kerkhof bezoeken.

“Mijn tante woont aan de andere kant van de grens. We kunnen door het hek met elkaar praten. Noch de Wit-Russen, noch de Litouwers leggen ons een strobreed in de weg. We hebben alleen hulp van de buren nodig om een tijd af te spreken”, vertelt Stanislaw Alencenowiczius wiens huis het einde van het Litouwse grondgebied markeert. De grens loopt dwars door zijn aardappelveld.

Twee verschillende werelden die aan elkaar grenzen

Hoewel beide gedeeltes van het dorp slechts een paar passen van elkaar verwijderd zijn, stap je aan de andere kant in een andere wereld. In het noordwesten van het veld van Stanislaw Alencenowoczius is het witte kasteel van Norviliškės tussen de bomen te onderscheiden. In het oosten zijn alleen verlaten houten krotten te vinden die in rij achter een dubbele haag aan hekwerken staan.

Vroeger ontving de in Litouwen geboren man regelmatig bezoek van familieleden uit Wit-Rusland en zelf ging hij er ook om de zoveel tijd naartoe. Maar als hij nu langs wil gaan bij zijn tante die hij kan roepen als hij zijn stem verheft, moet hij naar het veertig kilometer verderop gelegen dorp Šalčininkai gaan om daar een visum aan te vragen in het Wit-Russische culturele centrum. Daarna kan hij zich pas bij de grenspost melden.

De weg die voor het huis van Stanislaw Alencenowiczius loopt, komt uit op een deur die op slot zit. Enkele stappen van de grens verwijderd is er aan Litouwse zijde geen enkel teken van leven te zien in de groene metalen container van de grenspost. Aan de andere kant is geen Wit-Russische grenswacht te bekennen. Maar schijn bedriegt: het is verboden om voorwerpen over de grens te gooien of te proberen om eroverheen te klimmen. We liepen nog maar net langs het hekwerk, of er kwam een donkergroene bestelwagen zonder opschrift aanrijden. Het busje hield een paar minuten halt en vertrok even stilletjes als het aankwam.

Smokkelhandel in sigaretten en benzine

In Norviliškės heeft de grens ervoor gezorgd dat Leokadija Gordiewicz van haar man en twee zussen werd gescheiden. Een van haar zussen woont in Piackunai, op nog geen vijfhonderd meter van haar huis. Haar oud-klasgenoot woont daar ook, maar het was onmogelijk voor ze om hun relatie voort te zetten. De vrouwen communiceren zelfs niet door het hek met elkaar. “Waarom zou ik de wet overtreden?”.

Gordiewicz trouwde tijdens de Sovjettijd en woonde eerst met haar man in Litouwen. Maar toen hij werk vond in Wit-Rusland en een Wit-Russisch paspoort verkreeg, besloot hij aan de andere kant van de grens in Ašmiany te blijven. Onze verslaggeefster zal haar familieleden niet opzoeken. Alleen al de reis naar Šalčininkai en een jaarvisum kosten 600 litas [174 euro, red.] en dat geld heeft ze niet.

Ze moet even nadenken over de vraag hoe lang het geleden is dat zij haar man voor het laatst heeft gezien. Enkele jaren geleden, maar ze weet niet meer precies wanneer. “Ik zou graag willen scheiden, maar dat is te duur”, zegt ze schaterlachend. Ze beantwoordt alle vragen met humor, maar haar pijn kan ze moeilijk verbergen, of het nu is vanwege het feit dat ze van haar man gescheiden leeft of vanwege haar financiële problemen.

Halverwege het gesprek rijdt een busje op hoge snelheid naar het kasteel van Norviliškės. Volgens Leokadija Gordiewicz lopen bezoekers in het weekend de deur plat. “Het zijn zulke prachtige auto’s. Maar toch zegt iedereen dat we het slecht hebben. Waar komen die auto’s dan vandaan? Uit Wit-Rusland.” Voor haar is er geen twijfel mogelijk: de auto’s zijn gekocht met geld dat is verdiend met de smokkelhandel in sigaretten en benzine.

Een ander dorp, Sakalinė, is precies zo opgesplitst. Het straatbeeld is hetzelfde. De Litouwse huizen zijn allemaal in een andere kleur geverfd, de bloemperken op de binnenplaatsen zijn goed onderhouden, de moestuinen zijn goed gevuld en de takken van de appelbomen buigen door onder het gewicht van de rijpe vruchten. Net achter de grens zijn de huizen verlaten. Maar dicht bij de groene metalen container van de grenspost treffen we een terreinwagen en een grenswacht aan. Hij moet hier wel op de uitkijk staan, want als hij dat niet doet, vliegen de pakjes sigaretten door de lucht.

Het begin en het einde van Europa

“Hier begint Europa”, zegt Ceslava Marcinkevic trots. Ze staat aan het hoofd van het district van Dieveniškės, een dorpje op een stukje Litouwse grond in Wit-Rusland, op één uur rijden van Vilnius in Litouwen. “Maar Europa eindigt hier ook meteen, want het dorp is omgeven door een hoog, metalen hek dat landen en families van elkaar scheidt. De mensen kunnen niet bij elkaar op bezoek gaan. Er zijn wel mogelijkheden, maar dat kost tijd en geld.” Dit kleine gebiedje, de ‘lus’ van Dieveniškės, strekt zich op het Wit-Russische grondgebied over ongeveer dertig kilometer uit.

Nadat het gebied van Vilnius in 1939 aan Litouwen was teruggegeven, stelde het Kremlin de grenzen van Litouwen opnieuw vast. De pijpleiding van Stalin liep over de kaart en niemand durfde die te verleggen, dus ging men eromheen. Dat is de legende die de bewoners in deze streek elkaar met onverholen glimlach graag vertellen.

De realiteit is minder spannend. In een tijdsbestek van honderd jaar zijn de grenstracés ten minste vijf keer gewijzigd. De oudste inwoners van de streek vertellen geamuseerd dat ze zonder te verhuizen al in drie verschillende landen hebben gewoond: Polen, de Sovjet-Unie en vervolgens Wit-Rusland of Litouwen. Het gebied van Vilnius behoorde gedurende de gehele periode tussen de twee wereldoorlogen toe aan Polen. Het Rode Leger bezette het in september 1939, maar de grens kon pas in november 1940 worden getrokken, toen de Sovjet-Unie al heer en meester was in Litouwen.

Sneller in Londen of Parijs

Toen beide landen weer hun onafhankelijkheid verkregen, werd de binnengrens de grens tussen de twee landen en de inwoners konden over en weer bij elkaar op bezoek gaan zonder al te veel restricties. De Wit-Russen konden naar Litouwen gaan om te bidden en de graven van hun familieleden te bezoeken.

Maar met de toetreding van Litouwen tot de Europese Unie werd de grens met Wit-Rusland, die zich over 677 kilometer uitstrekt, de buitengrens van de Europese Unie en vervolgens de grens van de Schengenruimte. Vandaar de noodzaak om de grenzen te verstevigen om sluikhandel en illegale immigratie tegen te gaan. Vroeger kostte een visum vijf euro, tegenwoordig is dat zestig euro. Als de Wit-Russen die pal naast de grens wonen naar Litouwen willen, moeten ze eerst honderd kilometer rijden naar het consulaat in Hrodna om in de rij te staan en later weer terug te komen om het visum op te halen. Dan kunnen ze de grens oversteken om tot slot weer terug te keren naar Norviliškės, dat nota bene aan de andere kant ligt. Op bezoek gaan bij familie die maar honderd meter ver weg woont, heeft meer voeten in de aarde dan een weekendje naar Londen of Parijs gaan.