Staakt-het-vuren in de polemiek over GGO in Europa”, kopt La Vanguardia. Op 13 juli heeft de Europese Commissie voorgesteld de staten het recht te geven de teelt van genetisch gemodificeerde organismen op hun grondgebied te verbieden. “Deze nieuwe voorstellen”, merkt het Spaanse dagblad op, “openen de weg voor een verbod, niet alleen om landbouwkundige en wetenschappelijke redenen, vaak bekritiseerd door Brussel, maar ook, op lange termijn, om ethische redenen en op grond van sociale argumenten.”

De Europese Commissie, voegt La Vanguardia hier aan toe, hoopt dat “de landen die jarenlang het gebruik van transgene producten hebben tegengehouden nu nieuwe teelt in Europa zullen toestaan”. Zo is Spanje, dat 80% van de Monsanto maïs in Europa produceert, “voor gemeenschappelijke regels voor de hele EU”, en landen als Nederland, een van de meest innoverende landen op dit gebied, “geven de voorkeur aan een overeenkomst over een oplossing die een einde maakt aan de huidige blokkade”. Het dagblad benadrukt dat “het huidige goedkeuringssysteem [via een Commissie van experts die vallen onder de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA)] niet zal veranderen, en de regels voor het naast elkaar bestaan van verschillende teeltwijzen ook niet”. Dit laatste punt was “een van de stokpaardjes van de ecologen en een reden voor onenigheid in grensgebieden”.

"Politici zijn gezwicht voor lomp lobbyen"

Oostenrijk, waar één op de zeven boeren biologisch werkt en deze sector ieder jaar 1 miljard euro omzet genereert, zou er alle belang bij hebben om te lobbyen voor een verbod op GGO, stelt het Oostenrijkse dagblad Die Presse vast. Maar politici en lobbyisten geven de voorkeur aan antiwetenschappelijke demagogie boven “deze gerechtvaardigde overweging”. Sommigen dreigen met het gevaar “van de gemene reuzen van de voedingsmiddelenindustrie”, anderen zijn juist blij dat “ieder land kan besluiten welk type voedingsmiddelenproductie het wenst en kan kiezen tussen een smaakloze industriële productie of een gediversifieerde productie die dicht bij de natuur staat”. “Was het maar zo eenvoudig”, roept Die Presse uit. “In Europa is de landbouw al heel lang een industrie. De biologische landbouw kan de wereld niet voeden. Daarom is het zo verontrustend dat de Commissie haar beslissingsbevoegdheid afstaat aan de lidstaten. In plaats van verstandig discussiëren met de burger over gentech, zijn de politici […] gezwicht voor lomp lobbyen en onruststokerij. Dat is natuurlijk wel pragmatisch, maar nog lang geen goed beleid.”

Als de voorstellen van de Europese Commissie worden aangenomen door het Europees Parlement, “gaat er een nieuwe wind waaien over Europa’s landbouwakkers. En het ziet ernaar uit dat die wind meer dan ooit drager zal zijn van transgeen stuifmeel en zaden van genetisch gemodificeerde planten”, waarschuwt Thijs Etty, jurist en docent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. In De Volkskrant wijst hij erop dat er “een definitief einde lijkt te komen aan de unieke status van de EU als ’s werelds grootste ‘gentechvrije zone’”. En dat “ondanks de meningsverschillen tussen de lidstaten en in weerwil van de afkeer van een overgrote meerderheid van EU-burgers”.

"Kritische lidstaten uit hun loopgraven gelokt"

Etty is van mening dat de Europese Commissie de voorstellen presenteren “als een handreiking aan gentech kritische landen als Oostenrijk, Italië, Griekenland en Luxemburg […] waarmee de ze de kritische lidstaten uit hun loopgraven tracht te lokken”. Ook wijst hij erop dat “de mogelijkheden voor deze lidstaten om gentech te weren nihil blijven” […]. Concreet bestaat de beleidswijziging juist uit een inperking van nationale autonomie en een machtsverschuiving richting Brussel.” Alleen al in de komende maanden “zullen minstens vier transgene maïsgewassen en een sojaboon worden toegelaten tot de Europese akkers”.

Nog afgezien van het morele aspect en de voedselveiligheid, is liberalisatie van GGO-teelt ook een slechte economische operatie, merkt de Poolse krant Dziennik Gazeta Prawna op. “Het besluit van Brussel zou de markt van landbouwproducten in Europa ingrijpend kunnen veranderen en kunnen zorgen voor overheersing van GGO-machten zoals de Verenigde Staten, Brazilië, Argentinië, India, Canada en China”, meent het dagblad. Landen zoals Polen, die zich verzetten tegen transgene producten en beperkingen hebben ingevoerd voor de teelt ervan, verliezen aan concurrentievermogen en inkomsten uit export. En voor de EU “komt dat tot uiting in meer subsidies aan landbouwers en een toename van hulpprogramma’s”.