Haar leesbril hangt om haar hals als Pilar Goytre (65) achter haar 2-jarige kleinzoon aanrent. Net voordat hij te dicht bij de straat komt, grijpt ze hem bij zijn hand en loopt met hem door naar de speeltuin in de bedding van de Manzanares-rivier. Iedere vrijdag haalt deze energieke grootmoeder met haar kortgeknipte, grijsblonde haar, Mario op bij de crèche in Puerta del Angel, een volksbuurt in het zuidwesten van Madrid. Voor het hek staan nog veel meer abuelas (grootmoeders) zoals zij te wachten.

Volgens een onderzoek van het Spaanse ministerie van Volksgezondheid en Sociale Zaken, zorgt bijna de helft van de Spaanse grootouders dagelijks voor hun kleinkinderen, en doet bijna 70% dat tijdens de schoolvakanties. In Spanje namen grootouders altijd al een centrale plaats in, maar door de crisis is hun hulp meer dan ooit een noodzaak geworden. Een onderzoek van de Spaanse Sociaal-economische raad (CES), waarin de sociale partners verenigd zijn, schat dat op een totaal van 17 miljoen huishoudens in 2011 422600 huishoudens op het pensioen van de grootouders leefden. Dat is 21% meer dan in het jaar daarvoor.

Gaten in de sociale voorzieningen

Pilar, die sinds maart met pensioen is, reist drie kwartier met de metro om voor Mario te kunnen zorgen totdat haar zoon Miguel en haar schoondochter Virginia thuiskomen. Beiden zijn 37 jaar oud en mileuristas (ze verdienen 1000 euro per maand). Hij werkt bij een reisbureau, zij voert kwaliteitscontroles uit in een laboratorium. Een voltijds oppas inhuren is onmogelijk. Maar Pilar klaagt niet. “Ik ben dol op mijn kleinkinderen”, zegt ze, terwijl ze Mario een dinosauruskoekje geeft.

In Spanje zijn in 1,7 miljoen huishoudens alle gezinsleden werkloos, en sinds het begin van de crisis verloren bijna 300.000 gezinnen hun huis. Hoe kan het dan dat het land niet instort? Economen en sociologen geven allemaal hetzelfde antwoord: “het gewicht dat de schaduweconomie in de schaal legt”, en die wordt geschat op 20 à 25% van het bbp. Maar vooral “de solidariteit tussen familieleden” vormt een waar vangnet in zware tijden. Vangnet is waarschijnlijk een understatement voor de rol die grootouders in de huidige crisis spelen. Ze maken essentieel onderdeel van de maatschappij uit door de gaten in de sociale voorzieningen te dichten. Die beginnen al bij het plaatsgebrek in de openbare kinderdagverblijven of bij de openingstijden ervan, die vaak niet te combineren zijn met de werktijden van de ouders. Daarnaast vangen grootouders kinderen op die hun huis kwijt zijn, en vullen ze werkloosheidsuitkeringen aan wanneer die worden stopgezet of dragen bij om op vakantie te kunnen gaan.

Seniorentak van de indignados

Maar grootouders worden ook dubbel getroffen door de crisis: ten eerste hebben ze net als alle andere burgers te lijden onder het bezuinigingsbeleid van de Spaanse regering (in 2011 werden de pensioenen bevroren en in 2012 met nog geen 1% geïndexeerd, wat ver onder het inflatieniveau van 3% ligt). Bovendien moeten ze tegenwoordig zelf een deel van hun medicijnen betalen, die tot nu toe gratis waren voor gepensioneerden. Daarnaast lijden de senioren als zijnde vader en moeder: ze zien dat de crisis hun kinderen en hun gezinnen hard raakt, en deze leunen vaak zowel financieel als emotioneel op hun.

Ik ben ervan overtuigd dat de generatie van mijn kinderen het minder goed zal hebben als wij”, betreurt Pilar, die haar land met lede ogen “achteruit ziet gaan”. Boos heeft ze besloten tegen de gevolgen van de crisis te strijden door “haar familie te helpen maar ook door de straat op te gaan”. Zoals zoveel andere grootouders staat ze in de voorste gelederen bij demonstraties waarbij tegen maatschappelijk onrecht en bezuinigingen in het onderwijs en de gezondheidszorg wordt geprotesteerd. Ze maakt deel uit van de Yayoflautas, waarmee de seniorentak van de “idignados” wordt aangeduid. Zij zijn de veteranen van deze burgerprotestbeweging die in het voorjaar van 2011 het licht zag.

Yayo betekent opa in het Castiliaans, flautas (fluiten) verwijst naar het scheldwoord perroflautas (hond-fluiten). Dat woord gebruikte de voormalige regiopresident van Madrid, Esperanza Aguirre, om de “idignados” mee aan te duiden. Die associeerde zij met de hippies die je op straat, naast hun hond zittend, ziet fluitspelen.

44-jarige zoon woont weer thuis

De yayoflautas lijken echter helemaal niet op hippies. Met hun grijze haren, moderne brillen en gerimpelde gezichten staan ze net als iedere maandag om zeven uur ‘s avonds met een man of dertig op het Puerta del Sol-plein om te demonstreren tegen het beleid van de regering van Mariano Rajoy. Martos Ruiz-Gimenez (74) heeft een bordje omgehangen met de tekst: “Hij die woede zaait, zal revolutie oogsten”. Trots vertelt deze opa met zijn ronde gezicht, waarin de ogen mij vanonder zijn pet sprankelend aankijken: “Dat heeft mijn kleindochter voor me opgeschreven.” Van zijn pensioentje van 700 euro per maand onderhoudt Martos niet alleen zijn echtgenote, maar ook een van zijn kleindochters, Marta van 29 jaar, die haar studie biologie weer heeft opgepakt en liever bij hem dan bij haar gescheiden ouders woont. Sinds 2008 heeft Martos ook zijn 44-jarige zoon Marcos weer in huis opgenomen; een huis dat hij “gelukkig” al heeft afbetaald. Marcos werkte als zelfstandige monteur van zonneschermen. Dat was tijdens de onroerend-goedbubbel een lucratieve sector, maar nu niet meer. Nu verdient hij zelfs niet genoeg om een eigen woning te kunnen betalen. “Vraag me niet hoe we het doen. Mijn vrouw doet de boekhouding, en aan mij geeft ze geen cent”, zegt de oude man lachend, voordat hij verderloopt met de groep demonstranten.