De stemming in het Lagerhuis van afgelopen woensdag, over een verlaging van de EU-begroting, kan een belangrijk moment markeren in het veertigjarig lidmaatschap van Engeland van de EU. De regering stelt misschien dat het besluit niet bindend is, maar politiek gezien is het beslist ondenkbaar dat David Cameron [die zelf voor bevriezing pleitte] nu zelfs maar met een reële bevriezing van de uitgaven kan instemmen als deze maand in Brussel over de begroting wordt onderhandeld.

Cameron gelooft dat hij met de steun van andere lidstaten een zevenjarige overeenkomst uit het vuur kan slepen, waarin de jaarlijkse uitgavenstijgingen van de EU worden gekoppeld aan de stijging van de inflatie. Maar dat zou nog steeds betekenen dat de EU meer geld krijgt; en de parlementsleden zijn het duidelijk zat te worden afgepoeierd met de belofte dat er morgen zal worden hervormd. Op een moment dat ministeries, gemeenteraden, ziekenhuizen, de politie en anderen zwaar moeten bezuinigen, is het onaanvaardbaar dat de EU niet hetzelfde zou doen. Dit mag geen onderhandelingskwestie zijn. Het Lagerhuis heeft gesproken voor een land dat wordt gevraagd offers te brengen die de uitgedijde Brusselse bureaucratie weigert zelfs maar in overweging te nemen.

Grotesk opportunisme

Het is uiteraard waar dat de steun van de oppositie voor het amendement, dat op tafel werd gelegd door het Conservatieve parlementslid Mark Reckless en waarin wordt opgeroepen tot een verlaging van de uitgaven, uitermate cynisch is. In alle dertien jaren dat er een Labour-regering aan het bewind was, zijn de uitgaven van de EU harder gestegen dan de inflatie, en werd een aanzienlijk deel van de korting die Groot-Brittannië ooit genoot weggegeven in ruil voor hervormingen van de landbouwsubsidies die nooit werkelijkheid zijn geworden. Tegen de tijd dat de partij de macht moest afstaan, was de Britse nettobijdrage met 47 procent gestegen. Dat Labour nu betoogt dat de EU zijn uitgaven in absolute zin moet verlagen getuigt dus van grotesk opportunisme.

Niettemin is de teerling geworpen. Cameron kan zijn nederlaag van woensdag betreuren, maar voor Groot-Brittannië is de tijd gekomen om zich te verzetten tegen de spilzucht en de ongebreidelde begroting van de Europese Commissie. Greg Clark, de Britse staatssecretaris van Financiën, zei tegen de parlementsleden dat de Commissie een Brits verzoek had genegeerd om een serie mogelijke bezuinigingen op haar administratieve uitgaven te onderzoeken, omdat haar overbetaalde staf het daarvoor te druk zou hebben. In een tijd dat nationale overheden op hun eigen kosten bezuinigen en sommige lidstaten in feite insolvabel zijn, mag een dergelijke onbeschaamdheid niet langer worden getolereerd.

De nederlaag van woensdag gaat niet alleen over geld. Zij moet worden gezien in de bredere context van de Britse toekomst in – en steeds verder toenemende verwijdering van – de EU. Nu ministers als Michael Gove de verdiensten van ons aanhoudende lidmaatschap openlijk in twijfel trekken, is er een tastbaar gevoel dat we, na vier decennia deel te hebben uitgemaakt van de Europese Unie, op een kruispunt staan. De regering moet nu het juiste pad kiezen.