Morgen gaan de Amerikanen naar de stembus met nog vers in het geheugen een provocatie op het allerlaatste moment van de Republikeinse kandidaat Mitt Romney aan het adres van Europa. “Italië, Spanje en Griekenland”, de symbolen van de Europese gekte op het vlak van begroting en sociaal beleid, zouden model staan voor de samenleving die Barack Obama voor ogen heeft. Is de tijd rijp voor een aanval op Europa? Gaat Europa straks een van de grote 'strategische' thema's vormen die de komende maanden onderwerp van gesprek zullen zijn als Romney de tweestrijd wint? En als Obama als winnaar uit de bus komt? Is hij voor of tegen Europa? Had hij zichzelf niet uitgeroepen tot “eerste president van de Stille Oceaan”, waarmee hij een nieuwe wending aan de trans-Atlantische dialoog gaf? Wat zal hij met zijn tweede mandaat doen? Zal hij zijn eerste buitenlandse bezoek opnieuw aan Azië brengen en daarmee Europa naar het tweede plan verwijzen?

Al deze vragen zijn legitiem. Maar wat Europa betreft, de grote afwezige in de verkiezingsdebatten voordat Mitt Romney een schimpscheut aan ons uitdeelde, moet er onderscheid gemaakt worden tussen de campagnetoespraken, de belangrijke ontwikkelingen die op de achtergrond spelen, en de feiten. Wanneer we naar de cijfers kijken, zien we dat de banden tussen Europa en de Verenigde Staten zeer sterk en zeer vertakt zijn. Vanuit dat gezichtspunt is deze polemiek eigenlijk absurd.

Romney heeft in Europa altijd lucratieve zaken gedaan

De rechtstreekse investeringen van de Verenigde Staten in Europa en omgekeerd liggen veel hoger dan die van China en Japan samen; in 2011 is de handel met 14 procent gestegen tot 636 miljard dollar [bijna 500 miljard euro], de economie van de twee trans-Atlantische blokken genereert een omzet van 5.000 miljard dollar en verschaft werk aan 15 miljoen mensen; 65% van al het onderzoek en ontwikkeling in de hele wereld vindt in deze twee blokken plaats. Verder neemt de trans-Atlantische economie 54 procent van de mondiale productie en 40 procent van de koopkracht voor haar rekening; als we de helft van de handelsbarrières zouden slechten, zou de handel met 200 miljard dollar kunnen groeien. Om maar te zwijgen van de soliditeit van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), een van de grootste bondgenootschappen in de geschiedenis.

Laten we eerst eens kijken naar Mitt Romney: zijn toespraken werken op de zenuwen, omdat hij berekenend is. Het zijn echter vluchtige, ideologisch gekleurde en op de verkiezingen toegesneden betogen. Bovendien heeft de Republikeinse kandidaat in Europa, en zelfs in Italië, geïnvesteerd en daar altijd lucratieve zaken gedaan. Als hij aan het langste eind trekt, zal pragmatisme het winnen van de retoriek.

Politiek gezien zal het Amerika van Romney nauwelijks verschillen van dat van Obama. Dat komt vooral omdat Ben Bernanke aan het roer blijft staan van de Federal Reserve, de centrale bank, die de grootste rol in de bilaterale betrekkingen speelt als het om de beheersing van de crisis gaat. Hij zal zorgen voor continuïteit en de nodige coördinatie.

En Obama? Hij verkoos in het begin de Stille Oceaan boven Europa. Maar hij zag vrijwel onmiddellijk in dat de grote geopolitieke problemen, van de stabiliteit van het Middellandse Zeegebied tot de economische moeilijkheden, zich aan de andere oever van de Atlantische Oceaan afspelen, waar de etnische, ideologische en culturele wortels van Amerika liggen. En al snel veranderde de president van toon.

Het is aan ons het tempo van de VS bij te houden

Een heel andere kwestie is die van de belangrijke ontwikkelingen op de achtergrond: het is waar dat de economische grootmachten China en de Verenigde Staten bezig zijn ons voorbij te streven. Maar het is aan ons hun tempo bij te houden, gemeenschappelijke structuren op te zetten, zoals tijdens de G20 in Los Cabos, de 'federale' instellingen verder te ontwikkelen, te dereguleren en onflexibele constructies weg te werken.

Wij kunnen niet én verontwaardigd zijn omdat Europa geen enkele rol speelt in de Amerikaanse presidentsverkiezingen én ons beledigd voelen als er kritiek wordt geuit.

De polariserende uitspraken van Mitt Romney en Barack Obama dragen een kern van waarheid in zich, wanneer zij ons van een trage aanpak van de economische crisis beschuldigen: in onze economieën speelt de overheid een buitensporig grote rol en met het model dat wij gebruiken, kunnen we slechts met moeite tegen de mondiale concurrentie opboksen. Ook dat zijn feiten. Met deze feiten moeten wij rekening houden, ongeacht de min of meer agressieve of antipathieke argumentatie die Romney en Obama tijdens en na de verkiezingscampagne voor eigen gewin hanteren.