Of op 6 november Mitt Romney of Barack Obama wordt verkozen, de volgende Amerikaanse president zal zich richten op zijn partners in de Stille Oceaan en niet langer op zijn partners aan de overzijde van de Atlantische Oceaan. Vanaf nu zal Azië, en niet Europa, centraal staan in het beleid van de VS. Het beste bewijs hiervoor is dat tijdens hun debat over de buitenlandse politiek beide kandidaten geen enkele maal de woorden Europa of NAVO in de mond namen, terwijl de hele Amerikaanse diplomatie de afgelopen zeven decennia op deze bondgenoot en deze alliantie was gestoeld.

Omdat Europa sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie geen strategische problemen meer oplevert en er geen nieuwe markten meer zijn om te veroveren, heeft Amerika al zijn aandacht op de opkomende Aziatische landen gevestigd. Daar moet het nog de positie van zijn bedrijfsleven zekerstellen en valt er nog een machtige concurrent, namelijk China, te beteugelen voordat die de overhand krijgt over zijn buren en rivalen van deze nieuwe Nieuwe Wereld.

Titanenstrijd tussen Amerika en China

Nu de USSR tot het verleden behoort, ontspint zich een titanenstrijd tussen Amerika en China. Die strijd zal deze eeuw domineren en het politieke landschap veranderen. Er is immers geen sprake meer van een ‘Westen’ aan beide zijden van de Atlantische Oceaan: aan de ene kant hebben we nu de Verenigde Staten en Azië en aan de andere kant Europa en zijn oostelijke en zuidelijke grensgewesten – twee grote gebieden die op zoek zijn naar een intern evenwicht dat pas op lange termijn zijn beslag zal krijgen.

Dat betekent niet dat alle solidariteit tussen beide oevers van de Atlantische Oceaan op slag zal verdwijnen. Deze bevoorrechte relatie zal uiteraard blijven bestaan, maar het wel steeds minder intens worden omdat de Verenigde Staten en de Europese Unie andere prioriteiten hebben.

De Verenigde Staten willen allereerst tegenover Azië een pan-Amerikaans front vormen door een gemeenschappelijke markt te creëren die zich uitstrekt van Argentinië tot Alaska, en daarnaast hun bondgenootschap met Japan, Zuidoost-Azië en, zo mogelijk, India versterken om China het hoofd te bieden. Deze bewegingen zijn al zichtbaar: de militaire uitgaven in Azië gaan sterk omhoog, de Amerikanen verplaatsen troepen naar het gebied van de Stille Oceaan en China en Japan zijn in een krachtmeting verwikkeld over enkele onbewoonde, maar betwiste eilandjes.

De nieuwe eeuw is in de Stille Oceaan begonnen en ontluikt gelijktijdig in Eurafrika, rondom de gemeenschappelijke Middellandse Zee.

EU moet Rusland democratische horizon bieden

Of ze het nu leuk vindt of niet, of ze het wil zien of niet, de Europese Unie kan op militair vlak niet langer onvoorwaardelijk op de bescherming van de Verenigde Staten blijven rekenen. Uiteindelijk ontkomt de EU niet aan een gemeenschappelijke krijgsmacht. Bovendien moet zij voortaan zelf de stabiliteit aan haar grenzen bewaken door nauwe banden te smeden met haar drie grote buren Rusland, Afrika en het Midden-Oosten. De ingrijpende ontwikkelingen bij deze buren, die hoe dan ook op kleinere afstand van de Unie liggen dan Amerika, kunnen haar niet onverschillig laten.

Onder de knoet van Vladimir Poetin doet Rusland weer een paar stappen terug. Poetin droomt ervan bij China aan te haken om zijn dictatuur ver van de Europese democratie te kunnen consolideren, maar dat plan heeft geen toekomst. Rusland heeft Europa nodig om te voorkomen dat Chinese arbeidskrachten en handelaars zich steeds meer Siberië toeëigenen. De nieuwe middenklasse in de Russische steden kijkt naar Europa en zeker niet naar Azië. De Unie moet Rusland een democratische horizon bieden, de mogelijkheid van verankering in Europa, waarvoor Rusland kan kiezen als de impasse waarin het land zich bevindt, zich ten volle openbaart. Hetzelfde geldt voor Afrika en het Midden-Oosten.

Als Europa voor stabiliteit aan de overzijde van de Middellandse Zee wil zorgen, als het de ontkiemende groei in Afrika en de eerste stappen naar Arabische democratie wil ondersteunen, als het nieuwe markten wil aanboren, de illegale immigratie wil stoppen en de bladzijde van het jihadisme definitief wil omslaan, moet het in de Maghreb, in de Mashrek en in Zwart Afrika investeren en deze regio's door langdurige economische samenwerking aan zich binden. Net als met Rusland moet Europa het fundament leggen voor een gemeenschappelijke bestemming, die met deze gebieden heel wat meer voor de hand ligt dan met China, waarvan de stabiliteit overigens evenmin is gewaarborgd. Daar ligt de toekomst van Europa, zoals die van de Verenigde Staten in Azië ligt.