De Europese Unie stelt volgend jaar6,4 miljard euro beschikbaar voor innovatieve onderzoeksprojecten. Noodzakelijk, volgens de Ierse EU-commissarisMárie Geoghegan-Quinn (onderzoek, innovatie en wetenschap) want innovatie is “de enige slimme manier om uit de crisis te komen”. Het geld komt van het Europese programma voor onderzoek, dat tussen 2007 en 2013 een bedrag van 50 miljard euro mocht verdelen. Hoogleraar ’economie van innovatie’Alfred Kleinknecht (TU Delft) evalueerde wat er in de vorige jaren met het geld gebeurde. Hij is blij met de nieuwe regeling, maar ziet ook nadelen.

De Europese Unie presenteerde de 6,4 miljard euro als de grootste EU-investering in innovatie ooit. Het getal klinkt indrukwekkend, maar is het in de praktijk veel geld?

Het klinkt inderdaad als heel veel geld, maar in werkelijkheid is het geen geweldig groot bedrag. Het is bedoeld voor alle zevenentwintig lidstaten van Europa. Uitgesmeerd over de gehele EU lijkt het ineens een stuk minder indrukwekkend.”

Ziet u dit, zoals de EU-commissaris, als crisismaatregel?

Nee. Op korte termijn heeft deze maatregel geen effect op de economie. De projecten die met dit geld worden gefinancierd moeten eerst worden opgestart. Voordat je daar iets van merkt, ben je vijf of tien jaar verder. Het is een investering voor de lange termijn.”

Denkt u dat door de regeling meer innovatieve projecten van de grond komen?

De regeling heeft voor- en nadelen. Zo is het lastig om aanspraak te maken op het geld. Een aanvraag opstellen moet gebeuren volgens bepaalde protocollen en voordat je daar mee klaar bent als onderzoeker ben je weken verder. Het is een vreselijk bureaucratisch circus, waar je bijna een extra medewerker voor zou moeten aannemen. De boel is dichtgetimmerd om fraude te voorkomen. Voor de EU is het kiezen tussen twee kwaden: de kans op fraude of een stapel papierwerk. De keuze die is gemaakt, is begrijpelijk, maar ik zou er om die reden nooit aan beginnen om zo’n project zelf op te zetten.”

Als u er niet aan begint, wie doet dat dan wel?

Tijdens de evaluaties zagen we dat het hier vooral gaat om de elite van Europese innovatie. Zo wordt ook geselecteerd: meer dan de helft van de projecten valt af tijdens de selectieprocedure. Wat je overhoudt zijn bedrijven als Philips. Die hebben een afdeling die zich specifiek met dat soort papierwerk bezighoudt. Het voordeel daarvan is dat de projecten die worden gerealiseerd met dit geld veelal hoogstaand en ambitieus zijn. Projecten die zonder dit geld waarschijnlijk niet gerealiseerd konden worden.

De EU reserveert binnen de regeling geld voor bijvoorbeeld de ict-sector. Zo stuurt Brussel waar onderzoek naar wordt gedaan. Is dat een goede zaak? "Brussel bepaalt op deze manier grofweg in welke sectoren het meeste onderzoek wordt gedaan.Nanotechnologie is één van de onderdelen die momenteel veel aandacht krijgen. Onderzoekers schrijven hun project naar die tak toe: elk project heeft ineens een nanocomponent. Je kunt je afvragen of die nadruk van Brussel juist is. Toch heeft het ook zijn voordelen. De ict-sector in Amerika is groot geworden door subsidies van de overheid die specifiek voor deze sector bedoeld waren. Microsoft en Intel hadden zonder dat geld nooit zo groot kunnen worden.