Wij weten dat Europa bijna altijd in crisis heeft verkeerd. Het verschil tussen een permanente crisisdreiging zoals die in het verleden is gevoeld en de huidige situatie zit hem in het feit dat Europa voorheen een vermogen tot zelfbespiegeling en zelfkritiek had, waardoor het in staat was opeenvolgende crises te overwinnen. Dat vermogen ligt vandaag de dag niet langer binnen haar bereik. Het Europa van vroeger bestaat gewoon niet meer.

We kunnen ons moeilijk een toekomstbeeld van de wereld voorstellen zonder Europa, misschien niet met Europa als een leider, maar als drager van fundamentele normen en principes, voor onszelf en voor toekomstige generaties. Europa is onze bestaansvorm, de enige die we kennen. Als Europa wegvlucht, verdwijnt en sterk verzwakt, dan staan wij erbij en kijken ernaar, zonder dat we weten wat we moeten doen.

Intellectuele en geestelijke angst

Meestal worden er drie soorten antwoorden gegeven. Het eerste verwijst naar beproefde oplossingen, doorgaans één of andere vorm van een verzorgingsstaat.

In het tweede type antwoord stelt men dat de crisis niet uitsluitend of voornamelijk economisch van aard is, en een politieke verandering vergt. Onder de meest karakteristieke politieke visies is die van een federaal Europa, verbonden door sterke interne banden. Deze sympathieke zienswijze is echter net zo oud als Europa, en is altijd een vergissing gebleken. Haar grootste tekortkoming is dat geen enkele Europese samenleving een federaal Europa wil, om de eenvoudige reden dat zelfs als men erin zou slagen dit nieuwe Europa vorm te geven, het volledig zou verschillen van het Europa dat wij als onze bestaansvorm beschouwen. Het derde soort antwoord is tenslotte gebaseerd op de overtuiging dat het economisch herstel automatisch betekent dat op alle terreinen van het Europese leven winst zal worden geboekt.

Al deze antwoorden hebben één gemeenschappelijke noemer: ze zoeken de oplossing in het heden. We willen alles hier en nu oplossen, bij voorkeur door middelen te gebruiken die we goed kennen, maar door ze beter in te zetten.

We maken gebuik van de gebaande paden, niet omdat we niet genoeg verbeelding of moed hebben, maar omdat we niet weten wat we anders zouden moeten doen. Als je er goed over nadenkt, zou je kunnen zeggen dat Europa vandaag de dag vooral wordt gekenmerkt door angst. En dat is niet de angst voor een mogelijke instorting van de munt, maar vooral een intellectuele en geestelijke angst.

Beproefde oplossingen

Meestal worden er drie soorten antwoorden gegeven. Het eerste doet een beroep op beproefde oplossingen, doorgaans één of andere vorm van de verzorgingsstaat.

Het tweede type antwoord bestaat eruit dat wordt gezegd dat de crisis niet voornamelijk economisch van aard is en daarom een politieke verandering vergt. Onder de meest karakteristieke politieke visies is die van een federaal Europa, verbonden door sterke interne banden. Deze sympathieke zienswijze is echter net zo oud als Europa, en is altijd een vergissing gebleken.

Haar grootste tekortkoming is dat geen enkele Europese samenleving een federaal Europa wil, om de eenvoudige reden dat zelfs als men erin zou slagen dit nieuwe Europa vorm te geven, het volledig zou verschillen van het Europa dat wij als onze bestaansvorm beschouwen. Het derde soort antwoord is tenslotte gebaseerd op de overtuiging dat het economisch herstel automatisch alle terreinen van het Europese leven zal gaan verbeteren.

Al deze antwoorden hebben één gemeenschappelijke noemer: ze zoeken de oplossing in het heden. We willen alles hier en nu oplossen, bij voorkeur door middelen te gebruiken die we goed kennen, maar door ze beter in te zetten.

We maken gebuik van de gebaande paden, niet omdat we niet genoeg verbeelding of moed hebben, maar omdat we niet weten wat we anders zouden moeten doen. Als je er goed over nadenkt, zou je kunnen zeggen dat Europa vandaag de dag vooral wordt gekenmerkt door de angst. En dat is niet de angst voor een mogelijke instorting van de munt, maar vooral een intellectuele en geestelijke angst.

Impopulaire besluiten zouden nodig zijn

De huidige toestand van hulpeloosheid van Europa is het gevolg van vier grote breuken in de spiritualiteit en filosofie van de moderne tijd. De eerste tegenstelling is die tussen de religie en het mysterie als sleutel tot het begrip van de wereld, en het idee dat alle religie bijgeloof is. De tweede is die tussen het nationalisme en de natiestaat, en de waarden en praktijk van het universalisme. De tegenstelling tussen het utilitarisme, oftewel het streven naar plezier, en de neiging van individuen om zich te beperken tot behoedzaamheid en bescheiden doeleinden, is de derde breuk, gevolgd door die van de democratie, dat wil zeggen de gemeenschapszin, en het liberalisme als motor van de individuele vrijheid.

We konden de huidige crisis al lang en breed zien aankomen. Briljante economen wisten heel goed dat de staatsschulden onhoudbaar waren geworden, dat Griekenland al heel lang veel te ver was gegaan, en dat het laten ontsnappen van de financiële speculatie aan iedere controle van overheidswege zou leiden tot een catastrofe.

Ook de daling van het geboortecijfer was geen geheim, evenmin als de toekomstige rampen op het gebied van de pensioenen, de gezondheidszorg en het onderwijs […] Dat alles was bekend, maar de politici wilden het niet onder ogen zien, of waren niet in staat de problemen echt intellectueel tot zich door te laten dringen.

Voor iedere serieuze aanpak zouden impopulaire besluiten nodig zijn, wat de verantwoordelijke politici in de huidige democratieën het meest vreesden. Het volstaat om te zeggen dat bijvoorbeeld de onlangs in bijna alle Europese landen ingevoerde pensioenshervormingen al tien jaar geleden hadden moeten worden doorgevoerd om resultaat te kunnen boeken.

Of dat de onderwijsspecialisten van de Europese Unie ervoor hebben gezorgd dat de universiteiten werden vervangen door scholen voor hoger beroepsonderwijs, wat duidt op een volledig onbegrip van het feit dat de geesteswetenschappen gebaseerd zijn op de filosofie en de exacte wetenschappen op de wiskunde. Die twee discplines moeten het vandaag de dag met het minste geld doen.

Onze groepsbelangen bepalen

Dat wist men allemaal. Ons probleem is dus niet zozeer ons onvermogen om te anticiperen, maar onze aarzeling om daadkrachtig te treden. Bovendien waren de door talloze economen voorgestelde technische methoden om uit de crisis te komen niet alleen economisch volslagen ineffectief, maar totaal ongeschikt om de diepere geestelijke en intellectuele oorzaken van deze crisis aan te pakken.

De democratie moet, als gemeenschapsgedachte, van nature betrekking hebben op alle burgers. Zij moet iedere neiging tot elitair gedrag uitsluiten en rekening houden met individuele en collectieve irrationaliteit. Om deze twee elementen met elkaar te verzoenen, moet aan de democratische gemeenschap worden uitgelegd wat haar collectieve belang is, of een gezamenlijke emotionele toestand worden geschapen waardoor dat belang voor iedereen zichtbaar is (wat men in het verleden patriottisme noemde). Het gemeenschappelijk belang slaagt er beter in dan het gemeengoed om burgers onder één banier te verenigen, ondanks hun meningsverschillen over talloze vraagstukken.

Maar voordat we kunnen vaststellen wat dat gemeenschappelijk belang is, moeten we eerst bepalen wat onze individuele of groepsbelangen zijn. Wie moeten ook weten hoe we prioriteiten moeten stellen. Alleen een consensus over de hiërarchie van doeleinden zal het ons mogelijk maken verder te komen dan een luttele correctie van de huidige stand van zaken. Op dit moment is dat onmogelijk.