Ik geef Europa één jaar! Of twee, hooguit." Dit zou zomaar een uitspraak kunnen zijn van een personage uit een tragikomedie over de huidige crisis. We weten allemaal nog hoe misselijk we werden van alle beloften die niet werden nagekomen.

Van de middeleeuwen, van de tijd dat de zwarte pest huishield in Europa, hebben wij niet alleen geleerd dat we onze handen beter moeten wassen. Onze voorouders hebben ons ook ´geïnspireerd´ op het gebied van crisismanagement. De Franse filosoof en historicus René Girard merkt op dat een samenleving in tijden van crisis (cholera, pest, politieke instabiliteit), als zij is ondergedompeld in chaos en alle regels verpulverd zijn, niet gaat zoeken naar de oorzaken van het kwaad, maar naar de (vermeende) schuldigen. Een buitenstaander (of in ieder geval iemand die voldoende ´anders´ is), is daarvoor de perfecte kandidaat. Doordat hij de rol van zondebok op zich neemt, kan de samenleving weer één worden. De werkelijke oorzaken, de feiten en serieuze argumenten doen er veel minder toe dan datgene waarin de meerderheid besluit zich vast te bijten.

De mythe van het aftakelende Europa

Waren de joden verantwoordelijk voor de pest? Is het misschien de schuld van de euro dat wij nu deze crisis doormaken? Of zijn wij – midden in deze chaos – uiteindelijk best ´blij´ dat we nog altijd Božena Němcová en ‘papa’ Masaryk in onze portemonnee hebben [resp. auteur en eerste president van de republiek die op de Tsjechische bankbiljetten zijn afgebeeld, red.]? Je zou denken dat wij in deze tijd van wetenschap en feiten de periode van de mythen ver achter ons hebben gelaten. Maar is het feit dat wij onkundig zijn van hun bestaan, op zich al niet het bewijs van hun grootste overwinning? Indermit Gill, topeconoom bij de Wereldbank, houdt zich bezig met het Europese economische model. Volgens hem bestaan er vijf mythen waarin wij sterk geneigd zijn te geloven.

Op het eerste gezicht lijkt de mythe dat Europa aftakelt alleszins acceptabel. Maar als je kijkt hoe Europa zich sinds 2000 heeft ontwikkeld, dan zie je dat Europa´s aandeel in de mondiale productie stabiel is gebleven op circa 30 procent, terwijl dat van de Verenigde Staten is gezakt van 31 naar 23 procent.

Een andere indicator, het bbp, die nauwlettend door analisten in de gaten wordt gehouden is de afgelopen twintig jaar met bijna 2 procent per jaar toegenomen. De Europese landen hebben een soort ´afstemmingsmechanisme´ uitgevonden, verklaart Gill. Als zij toetreden tot de Europese Unie versterken de armste lidstaten hun economische gewicht en halen ze de rijkste landen in dankzij het regionale handelsverkeer.

Verder wordt gezegd dat de toestand waarin de Europese financiën zich bevinden, de slechtste ter wereld zou zijn. Maar wie staat er in dat opzicht bovenaan? Het geld zou van de rijken naar de armen moeten vloeien. Dat zou althans volgens economen de ideale situatie zijn. Maar wat wij wereldwijd zien gebeuren, is precies het tegenovergestelde (door Gill het ´China syndroom´ genoemd).

Een andere mythe is dat Europese staten te groot zouden zijn. De regeringen van de Europese lidstaten, gebaseerd op het model van sociale bescherming, besteden ongeveer 10 procent meer van hun bbp dan wat de staten buiten de EU uitgeven.

De keerzijde van de medaille

Het is ook een feit dat de ontwikkelde Europese landen tegenwoordig veel verder zijn op dit gebied dan vroeger. De Fransen werken bijvoorbeeld negen jaar minder dan in de jaren zestig en hun levensverwachting is met zes jaar gestegen. Natuurlijk heeft deze medaille ook een keerzijde. Hoe kun je de mensen stimuleren om geen misbruik te maken van het systeem en mee te werken aan de instandhouding ervan? Het antwoord op die vraag komt misschien uit het noorden. De Scandinavische landen en hun bestuursmodel bieden mogelijk een oplossing. In ieder geval leveren zij het bewijs dat grote staten levensvatbaar zijn.

Een laatste mythe is dat wij het bestaande model moeten loslaten en vervolgens helemaal opnieuw zouden moeten beginnen. Met een dergelijke instelling is het niet verbazingwekkend dat het zo moeilijk is om mensen te enthousiasmeren vooruitgang te blijven boeken. Maar misschien gaan wij ons eindelijk realiseren dat het buiten weliswaar regent, maar dat wij nog altijd een regenjas hebben, en sommigen zelfs een paraplu.

Het belangrijkste probleem is niet zozeer de crisis zelf, als wel de oorzaak waardoor wij erin terecht zijn gekomen. We hebben in het verleden al kunnen constateren (Duitsland aan het begin van de jaren 2000 bijvoorbeeld) dat het mogelijk was de crisis te overwinnen en daardoor andere landen (Slowakije, in dit geval) te motiveren. In dit opzicht biedt de Europese verscheidenheid een rijk scala aan ervaringen met middelen om de crisis te bestrijden. Maar misschien verzinnen wij liever een passender verhaal, een verhaal waarin wij ons vervolgens vastbijten en dat een rechtvaardiging kan vormen voor deze ´pest´.