Telkens wanneer westerse leiders zich afvragen waarom ze in Afghanistan zijn, komen ze min of meer met hetzelfde antwoord op de proppen: "Om te voorkomen dat Afghanistan een mislukte staat en een toevluchtsoord voor terroristen wordt." Totdat Afghanistan een stabiele natie is, zo luidt de redenering, is terugtrekken te riskant. Er zijn echter maar heel weinig aanwijzingen dat Afghanistan werkelijk stabieler wordt. Integendeel, de gevechten nemen in intensiteit toe, het aantal slachtoffers groeit en de Taliban krijgen meer zelfvertrouwen.

Wellicht is het dus tijd de vraag te herformuleren. In plaats van te vragen “Waarom zijn we in Afghanistan?” moeten we ons de volgende vraag stellen: “Als we in Afghanistan zijn, waarom zijn we dan niet in Somalië, Jemen of Pakistan?” Het is aannemelijk dat deze drie landen momenteel een uitvalsbasis voor potentiële terroristen vormen.

Vooral Somalië lijkt steeds meer op Afghanistan vóór 2001. Het is een vrijwel volledig mislukte staat en westerse burgers worden er door terroristen opgeleid. De centrale regering van Somalië heeft eigenlijk alleen maar zeggenschap over een paar blokken rond het presidentiële paleis in Mogadishu en de luchthaven. De rest van het land is ten prooi gevallen aan een opstand van radicale islamisten en aan piraten die internationale schepen belagen. Tevens exporteert Somalië het terrorisme naar zijn buren, zoals blijkt uit een recente dodelijke bomaanslag in Oeganda.

Al-Qaida leiders bevinden zich in Pakistan, niet in Afghanistan

Ook Jemen, dat grenst aan Saoedi-Arabië en aan de andere kant van de zee tegenover Somalië ligt, vormt steeds meer een punt van zorg voor westerse inlichtingendiensten. En het is reeds lang bekend dat de resterende leiders van Al-Qaida momenteel in Pakistan verblijven, niet in Afghanistan. Het Westen voert een oorlog tegen het terrorisme in Afghanistan. Maar de terroristen bevinden zich elders. Ondertussen is ons vermogen om dreigingen wereldwijd tegen te gaan, afgenomen omdat de oorlog in Afghanistan zoveel middelen opslokt.

Deze constatering kan tot twee mogelijke strategieën leiden. De eerste strategie betreft toepassing van het Afghaanse model op Somalië: massaal grondtroepen inzetten om het terrorisme te bestrijden en een functionerende staat helpen op te bouwen. De tweede optie betreft toepassing van het Somalische model op Afghanistan. Hierbij wordt erkend dat militair ingrijpen van buitenaf vaak contraproductief werkt, dat de kosten in termen van mensenlevens te hoog zijn, dat opbouw van de staat vermoedelijk niet zal lukken en dat het Westen de terroristen moet isoleren, in plaats van ze op het slagveld op de knieën proberen te dwingen.

Westerse beleidsmakers huiveren bij de gedachte in Somalië opnieuw in een bloedige operatie tegen opstandelingen verstrikt te raken. De afgelopen twintig jaar heeft het land te maken gehad met opeenvolgende mislukte buitenlandse interventies, die het stuk voor stuk in slechtere staat achterlieten. Nu kiest het Westen voor een andere aanpak die evenmin volmaakt is: mogelijke terroristische activiteiten in Somalië worden op afstand in de gaten gehouden, waarbij zowel mensen van vlees en bloed als satellieten worden ingeschakeld. En waar mogelijk en nodig worden gerichte militaire aanvallen uitgevoerd.

Het is mogelijk terrorisme te bestrijden zonder oorlog

Hetzelfde model is met enig succes toegepast in de tribale gebieden van Pakistan. De Amerikanen beweren dat raketaanvallen vanaf onbemande gevechtsvliegtuigen voor zware verliezen onder de Al-Qaida-leiders hebben gezorgd. Tevens zou de organisatie niet langer gebruik kunnen maken van elektronische communicatiemiddelen en geen terroristen meer kunnen opleiden. Bij deze raketaanvallen worden soms onschuldige mensen gedood. Maar bij de oorlog in Afghanistan gebeurt dat regelmatig.

Van Somalië en Pakistan kunnen we leren dat terrorismebestrijding en onderdrukking van een opstand verschillende zaken zijn. Het is mogelijk terroristische groepen te bevechten zonder in een grote oorlog verzeild te raken en zonder te proberen een staat op te bouwen volgens het model waaraan het Westen zich in Afghanistan heeft gecommitteerd. Dit suggereert dat de NAVO haar troepen veel sneller uit Afghanistan moet terughalen dan zij op dit moment van plan is, en zich veel sterker op terrorismebestrijding moet gaan richten.

Tegen deze handelwijze zullen zowel goede als slechte argumenten worden aangevoerd. Het beste argument luidt dat het Westen de morele plicht heeft in Afghanistan te blijven omdat het beloofd heeft daar een fatsoenlijke staat te creëren. Veel moedige en respectabele Afghaanse burgers hebben een groot vertrouwen in de oorlog die onder leiding van de NAVO wordt gevoerd. Maar het is nu wel duidelijk dat de mensenrechten in Afghanistan uiteindelijk niet met de loop van een buitenlands geweer kunnen worden gewaarborgd. Alleen de interne ontwikkelingen in de Afghaanse samenleving kunnen voor een duurzame situatie van behoorlijk bestuur zorgen.

Als we falen in Afghanistan, kan de NAVO uiteenvallen

Het tweede belangrijke argument tegen terugtrekking uit Afghanistan is dat de geloofwaardigheid van het Westen op het spel staat. Als wij falen in Afghanistan, kan de NAVO uiteenvallen en zullen Amerika’s vijanden wereldwijd nieuwe moed vatten. Denk maar eens terug aan de val van Saigon in 1975 en vervang de bijbehorende beelden door de intocht van de Taliban in Kabul.

Maar ook dit argument is te stellig. Een veel kleinere buitenlandse troepenmacht kan de Afghaanse regering helpen de controle over Kabul te behouden, zoals de troepen van de Afrikaanse Unie tot op heden de inname van Mogadishu door de islamisten hebben verhinderd. Zelfs de val van Saigon was niet zo catastrofaal voor de Verenigde Staten als het zich destijds liet aanzien. Slechts zestien jaar later stortte de Sovjet-Unie in, geholpen door een uitputtende oorlog in Afghanistan.

Wanneer westerse politici spreken over ‘geloofwaardigheid’ in Afghanistan, maken ze zich dikwijls vooral zorgen over hun eigen geloofwaardigheid. Amerika lijkt reeds een tijdsschema voor de militaire operatie in Afghanistan te hanteren dat moet waarborgen dat het land de oorlog niet 'verliest' vóór de volgende presidentsverkiezingen. Het is echter immoreel van soldaten te blijven verlangen dat zij in Afghanistan vechten en sterven om electoraal ongemak te vermijden.