Als de euro instort, sleept hij heel Europa mee in zijn val…”: een citaat van Angela Merkel, de Duitse bondskanselier.

Na de hevige financiële crisis van begin mei, die bijna de ondergang van de Europese monetaire unie betekende, verdedigde de Duitse bondskanselier Angela Merkel in de Bundestag haar in veler ogen weifelende houding ten opzichte van het reddingsplan voor Griekenland, dat door de regeringsleiders van de EU was opgezet en een lening van 105 miljard euro behelsde. Ondanks dit reddingsplan, het stabilisatiefonds van 440 miljard euro ter ondersteuning van de andere verzwakte EU-landen en het ingrijpen van de Europese Centrale Bank kon de ineenstorting van de financiële markten op 6 en 7 mei ternauwernood worden afgewend.

Merkel vindt dat de centrale bank zijn enorme macht moet behouden

Tijdens de daaropvolgende discussie werd de crisis toegeschreven aan de duidelijke tekortkomingen in de structuur van de muntunie zelf. In talrijke landen van de eurozone zijn de vastgestelde grenzen voor het begrotingstekort en de staatsschuld ruimschoots overschreden, en toch zijn de schuldigen nooit gestraft. De Franse president Nicolas Sarkozy wees op het ontbreken van politiek tegenwicht aan de Europese Centrale Bank in de vorm van een politieke unie of een economisch bestuur. Zelfs de voormalige Duitse bondskanselier Helmut Schmidt geeft Frankrijk gelijk. “Op geen enkel moment in de wereldgeschiedenis is er ooit een centrale bank geweest die vrij in de ruimte zweefde”, verklaarde hij in een vraaggesprek met het Duitse tijdschrift Cicero.

Ondanks deze kritiek verzet Duitsland zich nog steeds tegen een politiek-economische instelling op EU-niveau. De regering-Merkel vindt dat de centrale bank zijn enorme macht moet behouden en zijn anti-inflatiebeleid moet voortzetten.In plaats van een hervorming van het Verdrag van Maastricht [waarbij de eenheidsmunt en de ECB zijn ingesteld] voor te stellen, heeft Merkel ervoor gekozen de hakken in het zand te zetten en al haar troeven uit te spelen. De bondskanselier verklaarde dat de “Europese gedachte” zonder de euro geen stand kan houden.

Crisis van mei had zich over de hele wereld kunnen verbreiden

Dat getuigt echter van een voluit elitaire houding die door de geschiedenis wordt gelogenstraft. Voordat de gemeenschappelijke munt tien jaar geleden in omloop werd gebracht, hadden de argumenten voor de euro doorgaans de volgende strekking: afschaffing van de nationale munten betekent dat bedrijven niet langer wisselkosten hoeven te betalen en dat de handel binnen de interne markt zal toenemen. Het klopt dat bedrijven en toeristen wat geld hebben kunnen besparen. De groei van de handel aan de eenheidsmunt toeschrijven, is echter eerder een hypothese dan een verifieerbare stelling. Immers, bij de invoering van de euro in 1999 waren de tariefmuren reeds geslecht en stond de toetreding van de nieuwe markten van Oost-Europa op de agenda van de EU.

Een derde argument luidde dat de Europese economieën profijt zouden trekken van de nieuwe status van de euro als reservemunt en daarmee als concurrent van de Amerikaanse dollar. Hoe meer handel er zou worden gedreven in euro’s, hoe meer ondernemingen en klanten binnen de eurozone op wisselkosten zouden kunnen bezuinigen. Daarbij zouden leningen in euro’s voor de lidstaten eveneens minder duur worden. Tot de crisis van dit voorjaar werden deze voordelen echter tenietgedaan door de overgewaardeerde koers van de euro, die de kosten van de export naar landen buiten de EU deed oplopen. De huidige lagere koers van de euro mag dan wat dit betreft gunstiger uitpakken, er ligt wel een crisis in de monetaire unie aan ten grondslag. En de crisis van afgelopen mei had zich over de hele wereld kunnen uitbreiden, juist omdat de euro als reservemunt fungeert. De voordelen zijn dus niet bepaald evident.

Tot op heden blijft het lapwerk

Men dient zich dan ook af te vragen waarom de Europese regeringsleiders en Brussel zich zo vastbijten in het standpunt dat de toekomst van Europa onlosmakelijk verbonden is met de euro. Herinvoering van de nationale munten kan een verwoestende en oncontroleerbare kettingreactie veroorzaken. Maar de huidige situatie laten voortduren is ook beslist geen optie.

De asymmetrische schok, die vooral werd voorspeld door Amerikaanse tegenstanders van de monetaire unie, kreeg de gedaante van een regionale financiële crisis in de Zuid-Europese landen. Door hen midden in een economische crisis te dwingen draconische bezuinigingen door te voeren, wordt de kans op herstel alleen maar kleiner. En als men de Noord-Europese landen gigantische bedragen aan Griekenland, Spanje, Portugal en wellicht Italië laat betalen om de euro te redden, dan leidt dat tot een opleving van de euroscepsis en de teloorgang van de politiek. Dat zou politici ertoe moeten aanzetten visionaire alternatieven te overwegen. Maar tot op heden blijft het bij lapwerk.