EU-begroting: Maximale uitgaven, minimale resultaten

“Reuzen en dwergen!”. Europese astronomie.
“Reuzen en dwergen!”. Europese astronomie.
22 november 2012 – Der Standard (Wenen)

De Europese Unie besteedt een derde van haar budget aan pogingen om de kloof tussen arm en rijk in Europa te verkleinen. Maar ondanks de miljarden uit Brussel hebben de armere landen hun achterstand niet goedgemaakt. Kunnen de 27 landen van de EU geen andere strategie bedenken, nu zij over de Europese begroting aan het onderhandelen zijn?

Hoe de onderhandelingen over de Europese begroting ook uitpakken, het is zeer waarschijnlijk dat – naast andere begrotingsposten – in de komende jaren ook op het zogenoemde Cohesiefonds zal worden bezuinigd. Tegelijkertijd kan men er gevoeglijk van uitgaan, dat dit fonds – al tientallen jaren lang een pijler onder het beleid van de Europese Unie – grotendeels behouden zal blijven. Noch aan de hoogte van de beschikbare middelen, noch aan de strategie van het door de Oostenrijker Johannes Hahn beheerde programma zal veel veranderen.

Maar eigenlijk is het hoog tijd voor een stevige discussie over het Cohesiefonds, dat ongeveer een derde van de hele EU-begroting opslorpt. Het Cohesiefonds heeft als doelstelling de verschillen tussen arm en rijk in de Europese Unie terug te dringen, door in de minder ontwikkelde regio's de productiviteit te verhogen en de economische groei aan te zwengelen. Tientallen jaren lang hebben de Zuid-Europeanen het meest geprofiteerd van dit beleid. Dat ook het Oostenrijkse Burgenland [deelstaat in het oosten van het land, red.] bijna een miljard euro ontving, was eerder een zoethoudertje dan bittere noodzaak. Sinds de uitbreiding van de EU hopen ook de ex-communistische staten van Oost-Europa te kunnen profiteren van de geldstroom uit Brussel.

De inhaalslag bleef uit

Maar hoe aangenaam het voor individuele staten ook is als noodzakelijke infrastructuurprojecten van buitenaf worden meegefinancierd, de economische balans is uitermate miserabel. Want ondanks alle hulp is de kloof tussen Noord- en Zuid-Europa niet kleiner geworden. De armere landen zijn weliswaar een paar jaar sterk gegroeid, maar qua productiviteit en concurrentiekracht hebben ze geen inhaalslag gemaakt.

De kortstondige economische bloei is betaald door schulden te maken, en momenteel worden de verschillen tussen rijk en arm weer snel groter. De schuldencrisis in de eurozone toont het mislukken aan van het hele Europese 'convergentiebeleid,' waarvan ook het Cohesiefonds deel uitmaakt.

Juist aan dit instrument kan men goed zien dat het geven van geld niet altijd de juiste manier is om welvaart te verwezenlijken. De meeste subsidies vloeien van oudsher naar verkeerswegen. Betere wegen en spoorwegen verhogen de productiviteit van een economie, maar andere factoren zijn veel belangrijker: onderwijs, ondernemerschap en rechtszekerheid. De EU-gelden hebben in de ontvangende landen weliswaar voor banen en koopkracht gezorgd, maar de structurele zwakten wisten ze niet aan te pakken. Integendeel: omdat ze hielpen deze aan het zicht te onttrekken, hebben ze bijgedragen aan het uitstel van noodzakelijke hervormingen.

Een echt crisisfonds kan wél soelaas bieden

In de crisis van de eurozone hebben deze programma's bewezen van weinig nut te zijn. Een muntunie heeft behoefte aan grootschalige geldtransfers, om onevenwichtigheden glad te strijken. Maar de bestemming van de Europese structuurmiddelen is al jaren van te voren vastgelegd en de ontvangers moeten voor de zogenoemde cofinanciering veel eigen geld ter beschikking hebben. Daarom zijn deze middelen juist niet beschikbaar op het moment dat men ze werkelijk nodig heeft – bijvoorbeeld om de jeugdwerkloosheid in Spanje of Portugal te bestrijden.

In geval van een zinvolle hervorming zou de EU niet nóg meer wegen en bruggen financieren, maar in plaats daarvan een echt crisisfonds in het leven roepen, dat flexibel op de behoeften van de lidstaten reageert en de scherpe kantjes van het bezuinigingsbeleid afhaalt. Maar voor de Oost-Europeanen zou dit onacceptabel zijn, ook al blijken ze minder van het Cohesiefonds te profiteren dan verwacht. In een Europese Unie, waar politiek succes wordt afgemeten aan de vraag hoeveel geld een land betaalt en/of incasseert, is zo'n paradigmaverschuiving helaas onvoorstelbaar.

Vertaald uit het Duits door Menno Grootveld

Factual or translation error? Tell us.