Iedereen is het erover eens: Europa lijdt aan een democratisch tekort en een gebrek aan legitimiteit en staat ver van de burgers af. Iedereen, behalve de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone. Zij hebben tijdens de Europese top van afgelopen vrijdag doodgemoedereerd de huidige topman van de centrale bank van Luxemburg benoemd tot directielid van de ECB. En dat terwijl het Europees Parlement hierover een negatief advies had uitgebracht.

Met deze benoeming laat de Europese Raad zien wat de werkelijke waarde is van het Europees Parlement, waarvan toch sinds het Verdrag van Lissabon wordt gezegd dat het voortaan ´echt´ macht heeft. De reden waarom het Parlement deze kandidatuur heeft verworpen, in dit geval omdat Mersch een man is, doet er niet zoveel toe. Je zou het zelfs een ongeldige reden kunnen noemen. Maar in een democratie kun je niet om de stem van het parlement heen. Dat is een gouden regel die heel wat essentiëler is dan de gouden regel op begrotingsgebied. Maar deze is blijkbaar niet opgenomen in de Europese Verdragen.

Uit de toetreding van Yves Mersch tot de directie van de ECB blijkt ook dat Europa de verkeerde weg is ingeslagen. De staatshoofden en regeringsleiders zijn vastbesloten om slechts naar hun eigen stem te luisteren. Het vervelende is dat dit nog veel grotere problemen met zich meebrengt dan de benoeming van de Luxemburger. Een uitvloeisel van dit desastreuze functioneren is de wijze waarop de schuldencrisis wordt beheerd: de afgelopen twee jaar is men niet verder gekomen dan het inzetten van lapmiddelen tijdens de ene na de andere ´laatste-kans-top´. Dat bleek vorige week weer eens met de mislukte vergadering van de Eurogroep over Griekenland, die vandaag zal worden voortgezet.

Krokodillentranen in 2014

Een van de manieren om een echt Europees gemeenschapsgevoel te creëren, dat momenteel jammerlijk ontbreekt, zou zijn om een Europees parlementair stelsel in te voeren. Dan zouden de kiezers, de gekozenen en de staatshoofden een verantwoordelijkheid krijgen die uiterst heilzaam zou zijn. Het is overigens amusant om te bedenken dat deze zelfde staatshoofden die de stemming van de Europarlementariërs aan hun laars hebben gelapt, zich bij de komende Europese verkiezingen met tranen in hun ogen zullen beklagen over de – ongetwijfeld – lage opkomst en verzuchtingen zullen slaken over ´dit kwaad dat onze democratie aanvreet´.

Maar in feite is de benoeming van Yves Mersch nog zorgwekkender dan zij al lijkt. Het is een bepaald idee van Europa dat hiermee zegeviert. Om te beginnen betekent het op monetair gebied dat er een havik toetreedt tot de ECB-directie. Een havik die de stem van de Bundesbank zal vertolken en die ongetwijfeld – in ieder geval intern – de noodzakelijke bijdrage van de ECB aan het crisisbeheer zal afremmen uit hoofde van ´stabiliteit´.

Spanje aan de kant gezet

Op het gebied van de representatie van lidstaten in Europa bevestigt de komst van Yves Mersch dat Spanje nu niet langer een permanente vertegenwoordiger binnen de ECB-directie heeft [na het aftreden van José Manuel González-Páramo, red.]. Madrid had trouwens verzet aangetekend tegen deze benoeming. Wij moeten onszelf niet voor de gek houden: dat Spanje aan de kant is gezet, komt door de problemen waarmee dit land kampt. Met andere woorden: de landen die in crisis verkeren, worden duidelijk tweederangslanden. Of nog erger: met deze benoeming zouden de staatshoofden en regeringsleiders het nodig hebben gevonden om binnen de ECB-directie een zeker evenwicht tussen het ´noorden´ en het ´zuiden´ van Europa te waarborgen, waarmee zij een ´etnische´ visie bekrachtigen. Dit alles belooft niet veel goeds voor het bestuur van ons continent.

Tot slot versterkt deze benoeming van de Luxemburger het buitensporige gewicht van het groothertogdom binnen de belangrijkste Europese instanties, aangezien de premier van Luxemburg ook al voorzitter van de Eurogroep is. We willen best toegeven dat de onderdanen van Groothertog Hendrik van Luxemburg wat meer in hun mars hebben dan anderen. Maar nu de Europese Commissie zelf de onwil van dit landje in de strijd tegen belastingparadijzen aan de kaak stelt, terwijl grote landen tegelijkertijd strijd leveren om hun financiën weer gezond te krijgen, kan de houding van Luxemburg niet als neutraal worden omschreven.