Dankzij de kredietcrisis heeft iedereen inmiddels wel eens gehoord van de zogenaamde ‘Ninja’s’ in Amerika (‘no income, no jobs, no assets”). Maar hoe bekend zijn de ‘NEETs’ van Europa?

Neets (“Not in education, employment or training”) zijn jongeren tussen de 15 en 29 jaar die niets hebben: geen werk, geen studie, geen beroepsopleiding. We hoeven niet ver te zoeken, want in elke familie, vriendenkring of buurt duikt er wel eentje op: het zijn er namelijk 14 miljoen in Europa. Dat wil zeggen één op de zes jongeren.

Maar de NEET begint duur te worden : jaarlijks wordt er volgens een onderzoek van het Europese bureau Eurofound 153 miljard euro aan inkomstenderving geleden. Dat is meer dan de jaarlijkse begroting van de Europese Unie (142 miljard euro).

Weten de NEET’s dat de EU immens rijk is?

Nu we het daar toch over hebben: zouden de Europese NEETs de afgelopen dagen de klucht van de eindeloze besprekingen over deze begroting voor de komende zes jaar ook hebben gevolgd? Weten ze dat het Europa van Brussel, in tegenstelling tot wat je in deze tijden van crisis en bezuinigingen zou verwachten, immens rijk is? Zo rijk dat het van plan is om de komende zes jaar wel 1.000 miljard euro her en der uit te delen? 420 miljard voor de landbouw. 300 miljard voor de “cohesie voor groei en werkgelegenheid” – in feite bedragen die door de zogenaamde rijke regio’s worden overgeheveld naar de zogenaamde arme regio’s. Jammer dan dat (a) vijftien departementen in Frankrijk een bbp per hoofd van de bevolking hebben dat lager ligt dan dat van Griekenland; en dat (b) de 350 miljard die de afgelopen zes jaar in de economie zijn gepompt een discutabel effect hebben gehad op de cohesie (kijk maar naar Griekenland), de groei (-0,3% verwacht voor 2012) en de werkgelegenheid (25 miljoen werklozen in de EU).

58 miljard voor “Europa als wereldspeler”, hoewel Europa internationaal gezien schitterde door afwezigheid bij gebrek aan een Europese verdedigingsmacht bij het oplossen van alle conflicten en recente kwesties (Libië, Syrië, Israël en de Palestijnen, Iran). En laten we vooral de 56 miljard administratiekosten van de EU niet vergeten.

Erasmus is het enige concrete succes van de EU

Natuurlijk kan er ook een ander begrotingsbeleid worden gevoerd, waarin we stoppen met het subsidiëren van vergissingen en het verleden van de EU en onze blik eindelijk eens richten op de toekomst, op de jeugd en dan met voorrang op de NEETs.

Het is niemand ontgaan dat de EU-leiders van plan zijn het uitwisselingsprogramma Erasmus gewoonweg te schrappen in hun pogingen nationale of bureaucratische belangen te verdedigen. Uitgerekend het enige concrete, meetbare en pan-Europese succes van de Europese Unie in de afgelopen jaren. Het Erasmusprogramma heeft sinds het in 1987 van start ging drie miljoen Europese studenten in staat gesteld in een van de EU-lidstaten te studeren met een bescheiden studietoelage (250 euro per maand). Dit heeft het ontstaan van een Europese spirit en realiteit tot gevolg gehad, precies het omgekeerde dus van wat ons nu wordt voorgespiegeld, namelijk dat we ons terugtrekken achter onze eigen grenzen, dat er geen projecten zijn voor nieuwe generaties en dat dringende financiële kwesties vooral op de korte termijn worden geregeld. Sinds zijn oprichting heeft het Erasmusprogramma 4,1 miljard euro gekost: dat is nog minder dan de betalingsfouten die werden gemaakt bij het uitvoeren van de EU-begroting in 2011 (4,9 miljard euro).

EU-begroting is belediging voor lidstaten

Wordt het nu dan niet eens tijd om het uit te breiden met een programma voor werkgelegenheid in plaats van het Erasmusprogramma ten dode op te schrijven? Via dit programma zouden jaarlijks 1 miljoen jaarcontracten in de private sector kunnen worden gesubsidieerd, bijvoorbeeld met hetzelfde bedrag als de sociale lasten. Het zou dan wel moeten gaan om echte banen in het bedrijfsleven. Zo zouden elk jaar 1 miljoen jonge Europeanen de kans krijgen om in de eerste plaats te gaan werken en vervolgens in een van de lidstaten. Dat betekent reizen, leren werken in een andere cultuur en een andere taal. Zo zouden we het benauwende nationalisme en dodelijke protectionisme achter ons laten en overgaan naar het Europa van het bedrijfsleven – liever zo’n Europa dan dat van de bureaucratie. Als we uitgaan van een gemiddeld salaris van 20.000 euro per jaar en sociale lasten van 40%, dan hebben we het over een subsidie van 8 miljard euro per jaar. Is het soms te veel gevraagd om 6% van de EU-begroting te besteden aan een dergelijke investering?

We geven de voorstanders van bezuinigingen en begrotingscontrole van de EU in dit opzicht gelijk: deze begroting van 1.000 miljard is een belediging voor de lidstaten, voor de huishoudens en voor de bedrijven die drastische pogingen doen om hun tekorten terug te dringen of hun kosten te verlagen. Maar als er één investering is die we moeten zien te behouden en uitbreiden, dan is het die in onze toekomst. Een Erasmusprogramma voor werkgelegenheid zou jongeren weer hoop kunnen geven, kunnen zorgen voor meer groei voor iedereen in Europa en de Europese spirit kunnen versterken. Trouwens, zo’n programma zou ook het concurrentievermogen van Europese bedrijven verbeteren omdat de lasten voor hun nieuwe medewerkers zouden worden verlicht. En tot slot zou het ten goede komen aan de legitimiteit van de Europese instellingen die vandaag de dag ver verwijderd zijn geraakt van de dagelijkse praktijk van burgers en bedrijfsleven.