Het is al meer dan twee weken geleden dat de Kroatische generaals Ante Gotovina en Mladen Markač, die werden beschuldigd van oorlogsmisdaden tijdens de oorlog tussen Servië en Kroatië in de jaren negentig, werden vrijgesproken. Niettemin lopen de emoties in de regio nog steeds hoog op. De betrokken partijen reageren verschillend op de vrijlating. De Serviërs vinden het een schandaal en volgens hen bewijst dit nog maar eens dat het Joegoslavië-Tribunaal een vooringenomen en eenzijdige anti-Servische houding heeft. Voor de Kroaten bevestigde de uitspraak de legitimiteit van Operatie Storm, in de zomer van 1995, toen Kroatische troepen een groot deel van het gebied dat de Serviërs hadden ingenomen, terugveroverden. Zij beschouwen het vonnis als een triomfantelijke overwinning in een discussie die nog altijd op de Balkan woedt: wie was het slachtoffer in de oorlog en wie de agressor?

In eerste instantie had het tribunaal in Den Haag, in april 2011, Gotovina en Markač, aanvoerders van het Kroatische leger tijdens het conflict op de Balkan, schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden, waaronder plunderingen, onmenselijke behandeling, moord, opzettelijke verwoesting en beroving. Met een meerderheid van drie tegen twee heeft het Joegoslavië-Tribunaal nu echter die uitspraak herroepen en beide generaals van alle beschuldigingen vrijgesproken, op één na: dat zij op de hoogte waren van de misdaden van hun ondergeschikten en die hadden moeten onderzoeken.

De vrijspraak en de daaropvolgende vrijlating van Gotovina, een nationale held, en Markač werden in Kroatië buitengewoon enthousiast ontvangen. In de meeste steden werd het voorlezen van het Haagse vonnis rechtstreeks uitgezonden op grote schermen in openbare gelegenheden. Veel kijkers baden in stilte in afwachting van de uitspraak. Na de vrijspraak waren de mensen door het dolle heen. Veteranen huilden openlijk, net als de vrouwen en de oorlogsgewonden.

Bittere controverses met Bosnië-Herzegovina

Een nationale manie brak uit, niet alleen in Kroatië, maar ook wereldwijd in de Kroatische diaspora, waar mensen hun vreugde over het vonnis toonden. Toen Mario Mandžukić van Bayern München een doelpunt had gescoord, rende hij naar de zijkant van het veld en gaf een militaire groet. Volgens de meeste Kroaten betuigde hij met dit gebaar zijn steun aan de vrijspraak van de generaals.

De Serviërs reageerden snel op de vrijspraak en de Kroatische euforie die daarop volgde. In Belgrado werd een conferentie over de erfenis van het tribunaal in Den Haag afgelast. Het Joegoslavië-Tribunaal heeft “zijn geloofwaardigheid volledig verloren”, zei Rasim Ljacić, de Servische minister van Buitenlandse Zaken, en Suzana Grubješić, vicepremier en belast met Europese integratie, annuleerde haar geplande bezoek aan Zagreb, waar zij een protocol over Servisch-Kroatische samenwerking bij de EU-integratie zou verlengen. Enkele dagen later startten Servische aanklagers zes nieuwe onderzoeken naar oorlogsmisdaden die de Kroaten tijdens Operatie Storm zouden hebben begaan. “Op deze manier proberen we tegenwicht te bieden aan deze grote onrechtvaardigheid”, zei Vladimir Vukčević, Servië's aanklager voor oorlogsmisdaden. Hij stak de intenties van zijn regering niet onder stoelen of banken. Servische aanklagers waren reeds bezig met een aantal onderzoeken naar misdaden die tijdens het conflict in de andere Joegoslavische republieken zouden zijn gepleegd. Dit leidde vaak tot bittere controverses, vooral met de regering van Bosnië-Herzegovina.

Oude of zieke mensen die niet konden vluchten

Het doel van Operatie Storm, die in augustus 1995 door generaal Gotovina in gang werd gezet, was om de Servische troepen uit Krajina, een regio die voorheen bij Kroatië hoorde, te verdrijven. De meeste Kroaten zien deze campagne als een beslissende confrontatie in een louter defensieve oorlog. Na een reeks nederlagen werd het conflict uitsluitend dankzij Operatie Storm beëindigd, in het voordeel van de Kroaten. Natuurlijk waren er burgerslachtoffers, maar zij worden in Kroatië zelden genoemd omdat ze niet passen in het plaatje van de “defensieve oorlog”. Er vielen meer dan 600 Servische slachtoffers tijdens Operatie Storm, hoofdzakelijk oude of zieke mensen die niet uit Krajina konden of wilden vluchten. Een totaal van 600 doden en 200.000 gedwongen vluchtelingen – dat zijn cijfers die niemand in Servië vergeet. De families van de slachtoffers, die tegenwoordig voor het merendeel in Servië wonen, waren woedend over de uitspraak in Den Haag. De weinige Serviërs die nog in Krajina verblijven, wilden liever niet hun nek uitsteken en hielden zich gedeisd.

Geen enkele Kroatische legerofficier is veroordeeld

Leden van Kroatische non-gouvernementele organisaties, die worden geleid door activisten Vesna Teršelić en Zoran Pusić, benadrukken dat Kroatië de door zijn eigen troepen gepleegde misdaden – de duistere zijde van het conflict – niet moet vergeten.

Maar mensen als zij vormen een minderheid. Er is in Kroatië nog geen enkele legerofficier veroordeeld voor misdaden die tijdens Operatie Storm zijn begaan. Enkele Kroatische soldaten hebben wel een proces aan de broek gehad wegens slachtpartijen tijdens de gevechten, maar ze zijn allemaal vrijgesproken. Ongestraft blijven onder meer de misdaden die op 6 augustus 1995 in de dorpen Mokro Polje en Golubić gepleegd zijn, de aanvallen op vluchtelingen op 7 en 8 augustus in dat jaar, en de misdaden in de dorpen Komic en Grubori op 25 augustus, ook in 1995, toen Kroatische soldaten Miloš Grubor (80 jaar), Jovo Grubar (65 jaar), Marie Grubor (90 jaar), Duro Karanović (41 jaar) en Milica Grubor (51 jaar) vermoordden.

De Kroatische premier Zoran Milanović en president Ivo Josipović lieten zich niet meeslepen in de nationale euforie en beklemtoonden dat Kroatië de plegers van oorlogsmisdaden zo spoedig mogelijk zal berechten. Zeventien jaar na het einde van de oorlog klonk deze belofte nogal als een holle frase.

Iedereen was echter verbaasd door de uitlatingen van Ante Gotovina, toen hem door het Servische roddelblad Kurir werd gevraagd of hijzelf de Serviërs zou willen oproepen naar Krajina terug te keren: “Hoe kan ik hen oproepen naar hun eigen huis terug te keren? Het is hun thuis! Zij [Serviërs] zijn burgers van Kroatië. Zij horen bij ons. Wij zijn samen. We moeten doorgaan. De toekomst is aan ons. Het verleden is verleden tijd”.

Beleid van ontkenning

Er zijn sinds de oorlog inmiddels bijna twee decennia verstreken en het Joegoslavië-Tribunaal heeft veel werk verzet. Desondanks heeft elk van de voormalige Joegoslavische republieken zijn eigen visie op de oorlog. In Servië rept niemand over de slachtoffers van de Servische misdaden in Vukovar of Sarajevo en in Kroatië stelt slechts een handjevol “verraders” de tegen de Serviërs begane misdaden aan de orde. En dat geldt niet alleen voor deze twee landen. Een soortgelijk beleid van ontkenning manifesteert zich in de relaties tussen Servië en Kosovo, Servië en Bosnië-Herzegovina en recentelijk zelfs tussen Bosnië-Herzegovina en Montenegro.

De regeringen in Belgrado, Zagreb, Sarajevo, Pristina, Podgorica en Skopje zijn gewend geraakt aan voorspoedige en minder voorspoedige momenten in de diplomatieke betrekkingen. Ze betichten elkaar gemakkelijk van alles en nog wat, raken snel beledigd en hitsen de massa's op. Onlangs reisde een groep Servische veteranen naar Srebrenica. Ze legden bloemen bij het monument ter nagedachtenis van de genocide en ontmoetten de families van de Bosniërs die daar begraven liggen. Een uiting van moed zoals die nog altijd zelden onder politici in de regio wordt aangetroffen.