De eerbiedwaardige zakenlieden troffen elkaar vooral bij bijeenkomsten van het Zentralverband Elektrotechnik in Frankfurt. Daar spraken zij over nieuwe markten en technologieën, en wat er verder nog te doen was op het gebied van transformatoren – grote, uit magneten en draadspoelen bestaande apparaten, waar geen stroomleverancier zonder kan. Maar echt spannend werd het steeds pas na het einde van het officiële programma, op de avonden of bij gezamenlijke uitstapjes.

Volgens de opsporingsambtenaren kwamen de bedrijfsleiders en verkoopmanagers dan en petit comité bijeen voor 'projectmatige gesprekken,' die hoogst lucratief verliepen. Het ging om afspraken, die de veronderstelde concurrenten zonder enige stress wederzijds extra miljoenenwinsten opleverden. Gedetailleerd kwamen zij overeen, wie welke opdracht zou krijgen, en bovenal tegen welke prijs.

Minstens vijf jaar lang, zo ontdekten de ambtenaren van het Bundeskartellamt in Bonn, hebben het Siemens-concern, de Regensburger Starkstromgerätebau, het Franse Alsthom en het Zwitserse Elektroriese ABB op deze manier de Duitse markt voor transformatoren opgedeeld. Dit gebeurde zonder enige vorm van concurrentie, de kosten waren voor de klanten, die veel meer moesten betalen dan wanneer de aanbieders hadden moeten concurreren. Vier lange jaren duurde ook het onderzoek van de kartelwaakhond. Dat heeft in september dit jaar tot een heel pakket boetes geleid. Bij elkaar moesten de vier ondernemingen en de betrokken managers 24,3 miljoen euro aan de overheid betalen. Maar dat was het dan ook. Niemand hoefde zich voor de rechter te verantwoorden.Geen van de betrokkenen werd met naam en toenaam bekend. In de media werden aan deze hele geschiedenis slechts korte berichten gewijd.

Zelfs brandweerwagens en grijze garnalen

Zo gaat het bijna altijd als er in Europa kartels stranden. Jaar na jaar stellen de mededingingsautoriteiten onderzoeken in tegen honderden ondernemingen, die het kartelverbod overtreden. Koffie en afwasmiddelen, cement en chemicaliën, flatscreentelevisies en dvd-spelers, ruiten en electriciteitskabels voor auto's, ja zelfs brandweerwagens en grijze garnalen. De lijst van betrokken branches is bijna onbegrensd.

In feite zijn de kosten van het kartelspook veel hoger dan algemeen wordt aangenomen. Uiteindelijk verhogen de kartelleden volgens de opsporingsautoriteiten de prijzen van hun producten gemiddeld met 25 procent. Zo kunnen ze al binnen vier jaar een hele jaaromzet extra winst boeken. Nauwkeurige informatie is uiteraard onmogelijk. Kartels zijn immers ‘kinderen van de duisternis’, aldus Franz Jürgen Säcker, ooit zelf kartelrechter en vandaag een van de leidende deskundigen op het gebied van het mededingingsrecht aan de Vrije Universiteit van Berlijn. Niettemin schatte een negenkoppig economenteam van drie Europese onderzoeksinstituten in een studie voor de Europese Commissie al in 2007 de economische verliezen die kartels in Europa aanrichten op meer dan 260 miljard euro per jaar. Dat is 2,3 procent van het jaarlijkse Europese bbp of het tweevoudige van de jaarlijkse begroting van de Europese Commissie.

Tandenloze kartelbestrijding

De kennis over de verwoestende werking van de kartels is geenszins nieuw. Walter Eucken, een van de geestelijke vaders van het Duitse economische systeem, meende dat de overheersing van de economie door syndicaten en kartels een van de voornaamste problemen van de vooroorlogse economie was. Daarom stond hij er na de oorlog op dat de staat met harde hand de concurrentie zou afdwingen, om de prijzen laag te houden. In de werkelijkheid van alledag kwam hiervan echter weinig terecht. Weliswaar nam de Bondsdag al in 1957 de eerste wet tegen concurrentiebeperkingen aan, en kwam er na de Europese verdragen ook een Europees kartelrecht, maar in de praktijk bleef de kartelbestrijding toch nog tientallen jaren tandeloos. Zelfs nu nog is de vraag of zij werkelijk naar behoren functioneert omstreden.

De twijfel wordt onder meer gevoed door het hoge aantal recidivisten. Amerikaanse economen onderzochten in dit verband 283 internationale kartelafspraken. De uitkomst was verbluffend. Alleen het Duitse chemieconcern BASF bleek tussen 1990 en 2005 al bij 26 kartels betrokken te zijn, het Franse olieconcern Total bij 18 en het Duitse Degussa bij 13.

Bovendien kan de ambtelijke karteljagers geenszins een gebrek aan ijver worden verweten. Sinds begin 2010 kwam de Europese Commissie met vijftien grote zaken, waarbij aan 112 ondernemingen boetes van in totaal bijna vier miljard euro werden opgelegd. Dat was in drie jaar tijd vier maal zoveel als in de hele jaren negentig.

Genereuze regeling voor Kroongetuigen

De oorzaak van deze enorme stijging was echter niet zozeer de verbeterde bewapening van de autoriteiten, maar de invoering van een genereuze regeling voor kroongetuigen. Bij de Europese Commissie komen ondernemingen en hun managers, die vrijwillig melding maken van een kartel en de noodzakelijke bewijzen daarvoor leveren, er sinds 2004 zonder enige boete vanaf, ook als zijzelf in eerste instantie de grootste profiteurs waren.

Daar komt bij dat de boetes op maximaal 10 procent van de omzet zijn gesteld. Hoe weinig dat is, toont het in 2002 ontdekte cementkartel aan. Dat kostte zijn klanten volgens berekeningen van de kartelwaakhond zo'n twee miljard euro, terwijl de betrokken ondernemingen uiteindelijk slechts een boete van 400 miljoen euro moesten betalen.

Hoewel de kartelleden dus enorme schade veroorzaken, worden zij slechts bestraft alsof het overtreders van de verkeersregels zijn. Hun daden zijn louter overtredingen. Als gevolg daarvan hoeft geen van de daders zich persoonlijk voor de rechter te verantwoorden. In de regel komt de publieke opinie hun namen niet eens te weten.

Dat is in de Verenigde Staten heel anders. Daar hangt kartelleden al heel lang een celstraf boven het hoofd. In 2004 werd de maximumstraf zelfs op tien jaar vastgesteld. Ierland en Groot-Brittannië zijn het Amerikaanse voorbeeld gevolgd, maar de Duitse regering wil daar niets van weten. Namens minister van Economische Zaken Philipp Rösler verklaarde zijn staatssecretaris dat hij het sanctieregime ‘passend’ vond en dat hij “terughoudend stond tegenover een criminalisering van het kartelrecht in de EU”.

Dat uitgerekend Duitsland kartelafspraken ook in de toekomst slechts als een overtreding wil bestraffen, is naar de mening van vele juristen ook daarom al twijfelachtig, omdat deze generositeit niet voor iedereen geldt. Afspraken bij openbare aanbestedingen zijn zeer zeker strafbaar. “De staat beschermt zichzelf in dat geval zeer resoluut”, zo luidt het commentaar van mededingingshoogleraar Säcker. Dan moet de Duitse wetgever zich toch eens gaan afvragen of “afspraken tussen plaatselijke handwerkslieden werkelijk strafwaardiger zijn dan een wereldwijd prijskartel van multinationale ondernemingen, dat tot miljardenschade leidt”.