Net als in de meeste Westerse landen schommelen ook de Europese reacties op de gebeurtenissen in Iran tussen “de hoop op een historisch keerpunt in de politiek van het land’ en “de zorg om [...] de diplomatieke openheid van het Westen de afgelopen maanden ten opzichte van Teheran niet om zeep te helpen, aldus een artikel in de Franse krant Le Monde. De officiële verklaringen die in Europa worden afgegeven zijn behoedzaam geformuleerd, behalve die van de Franse president. Nicolas Sarkozy zei met name dat "deze verkiezingen afschuwelijk nieuws zijn” en wilde daarmee kennelijk “de relatie met president Ahmadinejad definitief verbreken”, zo luidde het vermoeden van de Franse krant.

Rome beperkt zich tot het bekritiseren van de "onacceptabele gewelddadigheden" in Iran, maar verwees daarbij niet naar de verdenking van fraude bij de verkiezingen. Groot-Brittannië toonde zich in zijn uitlatingen echter het meest diplomatiek. Premier Gordon Brown onderstreepte dat ‘verkiezingen een aangelegenheid zijn van het Iraanse volk’ en leek daarmee zijn Westerse bondgenoten op te roepen tot een zekere mate van terughoudendheid. Le Monde benadrukt dat dit een opmerkelijke wending is, aangezien Groot-Brittannië, samen met Frankrijk, over het algemeen een ‘harde’ lijn voert als het om het nucleaire dossier in Iran gaat.

Je zou wensen dat de Europese Unie de situatie in Teheran veel duidelijker, krachtiger en geloofwaardiger zou veroordelen”, zo luidt de kritiek in de Weense krant Kurier, vooral ook omdat "de jonge tegenstanders van Ahmadinejad op meer morele steun uit het buitenland hadden gerekend”.

Het Roemeense dagblad Ziua is daarentegen van mening dat de reacties binnen de EU "ondubbelzinnig" zijn. In elk geval in vergelijking met de aarzelende reacties ten aanzien van vergelijkbare gebeurtenissen in Moldavië na de parlementsverkiezingen van 5 april van dit jaar. Beide landen worden geleid door een dictatuur en bij demonstraties waarin de gemanipuleerde resultaten aan de kaak werden gesteld zijn in beide landen doden gevallen. Volgens het dagblad moet de verklaring daarvoor worden gezocht in het feit dat Iran "met zijn gas- en oliebronnen een belangrijke handelspartner is, terwijl Moldavië daarentegen een van de armste landen ter wereld is".

De Duitse krant Tagesspiegelonderstreept dat Duitsland, na China, de tweede handelspartner van Iran is. Volgens een Duits ondernemer die door het Berlijnse dagblad werd geïnterviewd wil Duitsland zich daarom niet al te openlijk tegen het regime uitspreken. "Dat zou schadelijk kunnen zijn. Als er al sancties moeten komen, zouden die door de Verenigde Naties moeten worden opgelegd". Volgens de Financial Times Deutschland zouden Duitse ondernemers in het midden- en kleinbedrijf hun verantwoordelijkheid moeten nemen en hun handelsrelatie met Iran moeten beëindigen. Daarmee laat de krant wel een heel ander geluid horen: ‘Dat is de enige manier om een einde te maken aan het nucleaire programma in Iran. (…) 75% van het Iraanse midden- en kleinbedrijf is uitgerust met Duitse technologie'.

De politieke crisis in Iran zou kunnen zijn weerslag kunnen hebben op energiebedrijven in Europa, constateert het Duitse economisch dagblad Handelsblattop zijn beurt. Er staat behoorlijk wat op het spel. De grootste energiebron ter wereld bevindt zich namelijk in het Iraanse olieveld South Pars, in de Perzische Golf. Waarde van de belegging : 4,7 miljard dollar. Zowel het Franse olieconcern Total als het Brits-Nederlandse Shell en het Spaanse Repsol zijn daarin geïnteresseerd. Als reactie op de Amerikaanse dreiging met sancties hebben deze concerns, net als de Duitse energiebedrijven RWE en E.ON, zich gedistantieerd van hun projecten in Iran. “Maar Teheran is bezig de druk aan Iraanse kant te verhogen. De Iraanse olieminister dreigt nu contracten te gaan sluiten met bereidwilliger concurrenten, zoals China en Rusland".