Tweehonderd jaar geleden, of nog iets langer, kozen de Franse aristocraten voor ballingschap om te ontsnappen aan de sansculotten [de revolutionairen, red.] en aan de guillotine. Andere tijden, andere zeden. De (zeer) rijken kiezen tegenwoordig voor een vlucht naar het buitenland om een belastingheffing te ontvluchten die zij als venijnig of ten minste als een ‘confiscatie’ beschouwen.

Tot hen behoort Gérard Depardieu. En zoals zo vaak bij dit icoon van de Franse film heeft de kwestie enorme en onbetamelijke proporties aangenomen. Zijn keuze om zich in België te vestigen, die hij enkele dagen geleden aankondigde, is klip en klaar: hij wil profiteren van het gunstige belastingregime aan de overzijde van de grens. Daarbij deinst hij er niet voor terug een nationaal conflict te ontketenen, dat past bij zijn roem. "Nogal zielig", luidde het commentaar van premier Jean-Marc Ayrault. "Wie bent u om zo'n oordeel over mij te vellen?", riposteerde Depardieu theatraal. Hij dreigde zijn paspoort in te leveren en de Franse nationaliteit op te geven. Daarop werd weer verontwaardigd gereageerd door de minister van Arbeid die zelfs van "een vorm van persoonlijke teloorgang" sprak en de minister van Cultuur, die de acteur, met iets meer humor, opriep om "naar de stomme film terug te keren".

Een socialistische afgevaardigde opperde zelfs om fiscale ballingen hun nationaliteit te ontnemen. Ludieke geesten zullen in deze ‘affaire’ een boertige klucht zien. De meer politiek ingestelde geesten zullen het opvatten als een kille tegenaanval van de beter gesitueerden op de strengheid van de Franse fiscus en als het bewijs dat voor hen het beheer van hun kapitaal voortaan veel meer gewicht in de schaal legt dan het nationale belang. Het valt aan te bevelen dat iedereen goed nadenkt over de oorzaken van dit conflict.

Symbolische hardvochtigheid van 75 procent

Die oorzaken voeren ons terug naar de campagne voor de presidentsverkiezingen. François Hollande wilde indruk maken en zijn linkse achterban tevredenstellen. Daarom stelde hij voor om 75 procent belasting te heffen over inkomsten van meer dan een miljoen euro. Toch kwam dit voorstel als een verrassing. Rechts beschouwt de maatregel als confiscatie, maar daar valt over te twisten omdat soortgelijke percentages al in de jaren zeventig werden gehanteerd. Volgens de president is dit tarief gerechtvaardigd vanuit het oogpunt van solidariteit en om het huishoudboekje, dat in rampzalige staat verkeert, op orde te brengen. Uiteraard waren de betrokkenen niet overtuigd door dit argument. En met reden.

Het tarief van 75 procent lijkt op een strafmaatregel. Als Hollande in de geest van de Verklaring van de rechten van de mens en de burger had willen handelen, volgens welke "burgers in verhouding van hun middelen" aan de belastingen moeten bijdragen, zou hij twee, drie of vier extra schijven hebben toegevoegd tot indien nodig 75 procent was bereikt. Verder blijkt belastingheffing in één land tamelijk inefficiënt te zijn in een tijd van globalisering en vrij verkeer van burgers in Europa.

Hollande riskeert de politieke tol te betalen voor zijn verkiezingscoup in het voorjaar. Ook dreigt het gevaar dat deze polemiek blijft voortwoekeren, net als toen Nicolas Sarkozy zijn belastingplafond voorstelde. Belastingverhoging is noodzakelijk, de allerrijksten moeten meer bijdragen dan de anderen. Maar uiteindelijk wordt deze boodschap ondermijnd door de symbolische hardvochtigheid van 75 procent.