Van het weeshuis Al Karameh in Gaza zijn nog slechts wat puinhopen over. De instelling waar 50 Palestijnse kinderen werden opgevangen, is door de Israëlische luchtmacht in januari 2009 verwoest tijdens de Operatie Gegoten Lood. De kosten voor de bouw ervan bedroegen 1.198.718 euro, waarvan de helft betaald was door het Spaanse agentschap voor Internationale Ontwikkelingssamenwerking, Agencia Española de Cooperación Internacional para el Desarrollo (AECID), en de Olof Palme Foundation.

Het weeshuis is slechts een van de 78 door Europese fondsen gefinancierde projecten die tijdens de aanvallen van het Israëlische leger in Palestina in de afgelopen tien jaar zijn verwoest. Volgens een rapport van de Europese Commissie bedroeg de waarde van deze projecten meer dan 79,5 miljoen euro (volgens de laagste schattingen). Minstens acht waren volledig betaald door Spanje en hadden meer dan 33 miljoen euro gekost.

Israël heeft zeer voordelige deals met EU

Terwijl het leger systematisch de Europese projecten vernietigde, sloot Israël een voor de Hebreeuwse staat zeer voordelige overeenkomst met de EU. "Deze samenwerkingsovereenkomst biedt Israël veel voordelen met betrekking tot de relatie met de Europese Unie, zowel politiek als economisch," zo prees de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken zich gelukkig.

Europa is de belangrijkste exportmarkt voor Israëlische landbouwproducten en heeft aan Israël via de Europese Investeringsbank sinds 1981 637 miljoen euro betaald. Het afgelopen jaar is er 25 miljoen euro aan de Hebreeuwse staat toegewezen voor de bouw van een ontziltingsinstallatie in Hadera ten noorden van Tel Aviv, bovenop de al in 2007 betaalde 120 miljoen.

Tegelijkertijd is de Israëlische regering sinds het begin van de tweede Intifada in 2000 een vernietigingscampagne gestart van Palestijnse infrastructuur en gebouwen. Het vliegveld, wegen, bruggen, elektriciteitscentrales, waterzuiveringsinstallaties, ziekenhuizen, kassen en schuren…allen zijn het doelwit geworden van deze door het Israëlische leger opgelegde collectieve straf.

"EU is bang om haar invloed te verliezen"

De EU heeft nog geen vergoeding van Israël durven eisen voor de schade die aan de bouwwerken in Palestina is veroorzaakt. "De door de EU gefinancierde projecten behoren wettelijk aan de Palestijnse autoriteiten en wij weten niets van een verzoek om schadeloosstelling van haar kant aan de Hebreeuwse staat,” antwoordde Benita Ferrero-Waldner in maart 2009 op vragen van Europarlementariërs over dit onderwerp. Hij was toentertijd Eurocommissaris voor Buitenlandse Betrekkingen. "Er zou terecht een vergoeding van Israël kunnen worden gevraagd voor de door Europa gedane uitgaven", verklaart de Oostenrijkse Europese afgevaardigde Johannes Swoboda.

Veel internationale NGO’s hebben zware kritiek geuit op het passieve gedrag van de EU. "Het probleem is dat de EU niet meer degene wil zijn die voor het vredesproces voor de kosten opdraait terwijl de rol van onderhandelaar door de Verenigde Staten is overgenomen,” verklaart Brigitte Herremans, Midden-Oostenspecialiste bij de Belgische NGO Broederlijk Delen. “Maar de EU wil Israël ook niet onder druk zetten en alle invloed verliezen."

Het duurste project was het vliegveld van Rafah in het zuiden van de Gazastrook. De vele Israëlische bombardementen en de inzet van bulldozers op de enige landingsbaan die het vliegveld telde hebben het volledig verwoest. Er staan alleen nog maar wat skeletten van de terminal en een bijgebouw. De controletoren is verdwenen en de landingsbaan is een steengroeve geworden waar de Palestijnen stukken asfalt weghalen om ze als bouwmateriaal te gebruiken.