Een glanzende witte piano in de antichambre. Cd´s die van hand tot hand gaan, midden in een hoogst officieel onderhoud met de heer des huizes. Het is een tafereel dat zich in een willekeurige nationale schouwburg zou kunnen afspelen, ware het niet dat auto's bij de ingang van het presidentiële paleis in Zagreb worden gecontroleerd op explosieven. De man die hier woont is componist. Hij is tevens de president van de Republiek Kroatië.

Kroatië hoeft zich niet gekwetst te voelen als wij constateren dat dit land maar een heel bescheiden plekje op de wereldkaart inneemt. Een puzzelstukje op de Balkan, dat 4,5 miljoen inwoners telt en uitgesneden is tussen de Middellandse Zee en Midden-Europa. In 2013 zal Kroatië een ereplaats krijgen op het voortoneel van het uiteengevallen voormalige Joegoslavië, dankzij zijn toetreding tot de Europese Unie op 1 juli. Maar blijkbaar is dat niet iets waar de Kroaten voor naar de krantenkiosk rennen.

Drie jaar geleden nog docent harmonieleer

Kroatië zou zich evenwel een opzienbarende slogan kunnen aanmeten: ´het land waar de muziek aan de macht is´. Tot in de kleinste dorpjes zijn er muziekscholen te vinden. Overal weerklinkt het gezang van folkloristische groepen en koren, van de vlakte van Slavonië tot aan de Dalmatische kust. En het gebouw van de nationale radio en televisie, in Zagreb, biedt onderdak aan maar liefst vier permanente ensembles: een symfonieorkest, een zangkoor, een groot jazzorkest en een traditioneel orkest.

Kroatië is bovenal het enige land ter wereld waar de president van de republiek tevens componist is. Geen amateursaxofonist zoals Bill Clinton of hobby-accordeonist zoals Valéry Giscard d'Estaing. Nee, een echte. In de geest van koning David en koning Frederik de Grote, of van de grote pianist en componist Ignacy Jan Paderewski, die na de Eerste Wereldoorlog minister-president van Polen werd. “De enige president die in staat is een uitglijder van de bas te herkennen bij de omkering van een akkoord”, gniffelen ze op de Muziekacademie van Zagreb, waar Ivo Josipović drie jaar geleden nog docent harmonieleer was.

Hoe is hij op deze positie beland? De president, die gekleed is in een blauw pak met wit overhemd, leunt achterover in zijn fauteuil en vertelt glimlachend: “Ik heb altijd al meerdere dingen tegelijk gedaan.” Als kind zat hij behalve op school ook nog op het conservatorium; een dubbele opleiding zoals gebruikelijk was bij de nomenklatoera [de heersende klasse, red.] uit die tijd. Toen hij de leeftijd had om naar de universiteit te gaan, droomde de jonge Ivo van natuurkunde. Maar hij wilde absoluut niet met muziek stoppen. “Mijn vader was jurist. In de bibliotheek kwam ik toevallig een boek over Romeins recht tegen, dat mij erg boeide. Dat kwam goed uit: als je rechten studeerde, had je maar weinig uren college.”

Geen revolutionair

Als jonge man was hij intelligent, snel en serieus. “Geen revolutionair", benadrukt zijn vriend Berislav Šipuš, die componist en staatssecretaris van Cultuur is. "Hoewel hij voor zijn composities uit verschillende werelden putte, waren deze tamelijk klassiek. Maar altijd geslaagd, raak. Ik vroeg me vooral af hoe hij zo veel dingen tegelijk kon doen.”

In de loop van de jaren tachtig voltooide Josipović zijn rechtenstudie, schreef hij een stuk of twintig muziekstukken, begon hij met lesgeven en werd hij voorzitter van de componistenvakbond. Een belangrijke functie toen in 1991 de oorlog uitbrak in voormalig Joegoslavië. Zowel in Zagreb als in Belgrado was iedereen vol lof over zijn rol van bemiddelaar. “Het was een hele krachttoer dat hij het geld van de Kroatische auteursrechten dat geblokkeerd was in Belgrado, terug wist te halen en met een wettelijke oplossing kwam waar iedereen tevreden mee was", voegt Berislav Šipuš eraan toe.

Ondertussen streed hij bij het Internationaal Strafhof in Den Haag als vertegenwoordiger van de Kroaten en zette hij zijn dubbele academische loopbaan voort. In de jaren 2000 werd hij bovendien directeur van het prestigieuze muziekfestival Music Biennale Zagreb en ging hij officieel de politiek in door zich aan te sluiten bij de Sociaaldemocratische Partij van Kroatië.

Nadat Josipović in 2003 was gekozen tot parlementslid, werd hij in 2009 voorgedragen als kandidaat van de partij voor de presidentsverkiezingen. Er werd wel eens de spot gedreven met zijn gebrek aan charisma. “De mensen waren die corrupte praatjesmakers zat", buldert Niksa Gligo, die eveneens componist is en al dertig jaar met Josipović bevriend is. "Hij wekte vertrouwen." Zijn campagne tegen corruptie en voor regionale verzoening, die steun kreeg van de burgermaatschappij en talloze kunstenaars, was doeltreffend. In januari 2010 werd hij met 60 procent van de stemmen gekozen tot president. Bijna drie jaar later is hij nog altijd de populairste politicus van het land.

Belofte niet nakomen

Wat is er overgebleven van de componist, bij de man die is neergestreken in het presidentiële paleis? Misschien de overtuiging dat “cultuur ons kan helpen om uit de crisis te komen” en dat "cultuur centraal moet staan in het Europese project”. En daarmee de zorg om het budget voor kunst zoveel mogelijk intact te laten in deze tijden van recessie. En het krachtige verlangen om de “harmonie” in het land te bewaren.

Een harmonie waaraan het de musicus zelf soms ontbreekt. Zijn piano raakt hij alleen ´s zondags aan, “en vaker niet dan wel”. Hij heeft al vier jaar niets meer gecomponeerd. Dus droomt hij wel eens van de periode hierna, van de opera waarvoor de Biennale hem in 2010 opdracht had gegeven, en die hij officieel had aangenomen, maar vier maanden later moest teruggeven. Het onderwerp doet hem nog steeds huiveren: John Lennon “en vooral zijn moordenaar, Mark David Chapman”. Hij slaat zijn naar boven gerichte blik weer neer en merkt glimlachend op: “Dat is mijn enige belofte als president die ik niet zal nakomen. Die laat ik aan de componist over.”