Timothy Kalyegira heeft advies voor zijn regering: steel zo veel mogelijk donorgeld. Als Europese landen “niets beters te doen hebben met het geld van hun belastingbetalers dan het te schenken aan een regering met een bewezen staat van corruptie”, dan is het “alleen maar logisch” dat corrupte overheidsfunctionarissen het geld spenderen aan huizen en dure auto's.

Timothy Kalyegira is een bekende commentator in Uganda. Hij geeft geregeld zijn opinie in de onafhankelijke krant Daily Monitor. Kalyegira's sarcastische opmerking is een reactie op een van de grotere schandalen rond hulp in zijn land. De Europese Unie, Groot-Brittannië, Ierland, Denemarken, Noorwegen en Duitsland hebben 225 miljoen euro voor Uganda opgeschort. De donoren reageren op de diefstal van zeker 10 miljoen euro die was bestemd voor Noord-Uganda dat herstelt van een gewapend conflict. Ze willen eerst hun geld terugzien voor zij hun steun hervatten.

Europese landen medeschuldig

Commentatoren, journalisten en krantenlezers in Uganda reageren met hoon, spot en ongeloof. Natuurlijk, de hoofdverantwoordelijken zijn de Ugandese overheidsfunctionarissen die het hulpgeld hebben ontvreemd. Maar zijn Europese landen niet mede schuldig? Zij blijven maar geven aan een regering die al zo vaak heeft bewezen donorgeld te ontvreemden.

“Op de een of andere manier”, stelt Kalyegira, zien de door recessies geplaagde Europese regeringen “liever hun eigen inwoners slapen op de straat en eten halen bij de voedselbank”, dan dat ze Afrikanen zien leven zonder westerse hulp.

Het in Uganda ontvreemde geld was begrotingssteun, geld dat rechtstreeks naar een regering gaat. De gedachte is dat ontvangende landen het beste weten waar de hulp nodig is. Bovendien creëert begrotingssteun, in theorie, een politieke hefboom. Uganda ontving in de jaren negentig als allereerste land begrotingssteun van de Wereldbank. President Yoweri Museveni werd beloond voor zijn macro-economische stabiliseringsbeleid. Inmiddels is Museveni 27 jaar aan de macht en volgen de fraudeschandalen elkaar op.

Geen spoor van gegeven steun

Dat begrotingssteun niet altijd uitpakt zoals bedoeld, bleek ook dinsdag toen Karel Pinxten namens de Europese Rekenkamer een toelichting gaf op de 1,6 miljard euro die de EU vorig jaar besteedde aan zulke steun. ”Als het geld eenmaal gestort is, vinden we er geen spoor meer van terug”, zei Pinxten. ”Een risico dat we niet langer mogen nemen.”

Weinig Ugandezen geloven zulke waarschuwingen. Donoren gingen eerder al door met begrotingssteun ondanks diefstal van geld van onder meer het Gemenebest van Naties en van het Global Fund, een organisatie die aids, tbc en malaria bestrijdt.

”We kunnen er van uitgaan dat het niet lang duurt voor de westerse hulp wordt hervat”, aldus Kalyegira, “dan gaan we terug naar ministers die luxueuze auto's kopen, hun minnaressen en echtgenotes uit winkelen nemen in het Westen en winkelcentra bouwen in Kampala.” Vandaar het advies om het geld dan maar te stelen: willen donoren niet horen, dan moeten ze maar voelen.

Blij met stelende overheid

Joachim Buwembo, een andere commentator, schreef blij te zijn met Uganda's stelende overheid. Als die net zo lang doorgaat totdat het Westen echt niet anders kan dan de hulp definitief te staken, dan komt eindelijk een eind aan de ‘neokoloniale' afhankelijkheidsrelatie. Een extra voordeel, schreef Buwembo, is dat misschien ook de corruptie afneemt. Omdat er minder te stelen zal zijn.

Vertegenwoordigers uit Noord-Uganda, waar het ontvreemde geld voor bestemd was, willen niet dat de hulp op zich stopt. Zij profiteren, anders dan de krantencommentatoren in Kampala, in theorie van het geld. Dat de hulp stopt tot de dieven veroordeeld worden, vinden ze wel oké.