Tien dagen na de aardbeving in Haïti, in januari, was de beloofde hulp al opgelopen tot 1 miljard dollar. Tijdens de aardbeving in 2005 in Pakistan was binnen een paar dagen bijna 300 miljoen dollar bijeengebracht. En vooral de tsunami van 2005 had geleid tot een ongeëvenaarde opwelling van solidariteit. Maar met 20 miljoen slachtoffers lijken de overstromingen in Pakistan geen indruk te maken op de Europese regeringen en burgers. Ze hebben moeite hun portemonnee te trekken, zoalseen grafiek in The Guardian laat zien.

Er zijn al bijna drie weken verstreken sinds het begin van de ramp en “eindelijk worden de VN en enkele internationale donoren zich bewust van de omvang van de ramp”, merkt het Pakistaanse dagblad The Nation op. Volgens deze krant “blijft de EU op haar centen zitten, terwijl sommige landen, zoals de Verenigde Staten, alles doen om van hun inspanningen te doen spreken en de traditionele bondgenoten van Pakistan (Saudi-Arabië, China, Iran) in stilte alle mogelijke hulp bieden”.

"Europa in de greep van islamofobie"

Talrijke Pakistani verbazen zich over de reactie van het Westen”, schrijft de Pakistaanse historicusTariq Aliin de Süddeutsche Zeitung. “Sommigen van hen”, legt hij uit, “zeggen dat gezien het feit dat hun land wordt beschouwd als een toevluchtsoord voor terroristen, Europa en de Verenigde Staten liever hun hand op de knip houden. De situatie ligt toch wel iets ingewikkelder en Pakistan is niet de enige oorzaak van het probleem. In werkelijkheid is de internationale hulp zo beperkt omdat Europa en een deel van Noord-Amerika sinds 11 september in de greep zijn van een overduidelijke islamofobie. In een recente opiniepeiling beantwoordde meer dan de helft van de ondervraagde personen de vraag “Waar denkt u het eerst aan als u het woord islam hoort?” met “terrorisme”.

Dit onderzoek is dan wel uitgevoerd in het Verenigd Koninkrijk”, zwakt Tariq Ali zijn woorden af, “maar we weten heel goed dat de Fransen, de Duitsers, de Nederlanders en de Denen hetzelfde denken als de Britten. Pakistan staat onder water en de rest van de wereld bekommert zich er niet om”, stelt hij bitter vast: “Ja, het onderliggende vooroordeel tegen landen met een islamitische cultuur is inderdaad een van de redenen voor de geringe internationale hulp. Hierbij komt nog een andere ­­– lokale – factor: veel Pakistani houden zelf liever hun portemonnee dicht omdat ze bang zijn dat hun geld terecht komt in de zakken van hun corrupte leiders.”

"Hulpverleners wél vanaf dag één in actie"

Pakistan heeft er al jaren zelf aan meegewerkt het land een slechte internationale reputatie te bezorgen”,is de onverbiddelijke reactie van Jyllands Posten. Volgens deze krant wordt het land “beschouwd als de meest gevaarlijke plek op aarde, een nucleaire macht met een leger dat zich niet wil of kan meten met de Taliban en Al-Qaida, en met een geheime dienst die de Taliban steunt.” Maar ook al “roept Pakistan geen sympathie op, het land heeft ondanks alles massale hulp nodig”, stelt het Deense dagblad.

Zou de humanitaire hulpverlening te maken hebben met religieuze discriminatie?”,vraagt Libération zich af. Volgens het Franse dagblad is de hulp die afkomstig is van islamitische organisaties veel groter dan de hulp van andere NGO’s. Helemaal niet, luidt het antwoordin De Volkskrant. De krant geeft het woord aan twee hulpverleners van Samenwerkende Hulporganisaties die schrijven dat “bij een ramp als die in Pakistan hulpverleners vanaf dag één in actie komen en dat er direct geld wordt vrijgemaakt” uit hun eigen noodhulpfondsen.

"Beelden moeten indringend en menselijk zijn"

In tegenstelling tot wat veel commentatoren de afgelopen dagen beweren, is “de politieke situatie geen doorslaggevende factor voor het falen of het succes van een hulpactie”; aldus Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de VU in Amsterdam,geciteerd door Trouw. Volgens hem “moet een actie het vooral hebben van beelden. Die moeten indringend zijn, menselijk en langdurig worden uitgezonden. Belangrijk is ook dat het nieuws hoog in de prioriteitenlijst staat”.

Daarom spoortLibération de journalisten aan “medialawaai” te maken rondom de ramp. “Het tekort aan beelden en het ontbreken van treffende en ontroerende reportages hebben de vrijgevigheid van het publiek bij voorbaat de kop ingedrukt”, zo analyseert het dagblad, dat herinnert aan “een elementaire wet: rechtvaardigheid veronderstelt verstand, maar liefdadigheid is gebaseerd op emotie. Zonder emotie geen opwelling, geen initiatief, geen menselijke solidariteit.”

"Met wederopbouw wordt ook aan vrede gewerkt"

De solidariteit van de Europeanen heeft op zich laten wachten, maar begint nu toch op gang te komen. Terwijl Frankrijk heeft verzocht om oprichting van een snelle interventiemacht voor noodgevallen, heeft de commissaris voor Humanitaire hulpKristallina Georgieva aangekondigd “binnenkort” met nieuw EU-beleid te komen voor dit soort noodgevallen,meldt de EUobserver. De EU, aan alle kanten onder druk gezet, heeft het bedrag van de hulp nu verhoogd naar 115 miljoen euro (van de 460 miljoen noodhulp waar de VN om vroeg) en is van plan om in oktober een internationale donorconferentie te organiseren,legt de Süddeutsche Zeitung uit. “De Europeanen hebben eindelijk de moed om het onvoorstelbare lijden van de slachtoffers voor te laten gaan op het negatieve imago van Pakistan in het Westen", schrijft het Duitse dagblad hierover. Er staat dan ook veel op het spel, merkt het dagblad op: “Degenen die de wederopbouw van het land op de lange termijn financieel steunen, zullen niet slechts het lijden van de slachtoffers verlichten. Zij zullen ook werken aan vrede in de regio.” Maar daarvoor is wel een grotere financiële investering nodig: “De Westerse landen die hun banken hebben gered met honderden miljoenen zullen nog dieper in de buidel moeten tasten voor de stabiliteit van Pakistan.”