Dit zal geen gemakkelijk jaar worden. De wereldwijde crisis heeft ervoor gezorgd dat de traditionele kloven tussen Noord-Zuid en Oost-West nog dieper zijn geworden. Bovendien zijn er nog steeds geen alternatieve oplossingen op mondiaal niveau. De enige lichtpuntjes die hier en daar te vinden zijn (of die op zijn minst een sprankje hoop op verbetering hebben gegeven) zijn oplossingen op regionale schaal, of oplossingen in het kader van traditionele samenwerkingsverbanden die zich vastklampen aan hun zweem van macht. Het beste voorbeeld hiervan is de Europese Unie die tracht het hoofd boven water te houden door zich te focussen op de landen van de eurozone.

De Europeanen maken momenteel hun grootste existentiële dilemma door, wat het komende jaar linksom of rechtsom zal leiden tot het begin van een oplossing. De EU is voor ongeveer 60 procent afhankelijk van Russische natuurlijke hulpbronnen. Dit percentage zou aanzienlijk kunnen stijgen indien conflicten ontstaan waardoor de toegang tot natuurlijke hulpbronnen uit het Midden-Oosten tijdelijk afgesneden wordt. Daarnaast is de EU afhankelijk van de import van graan en vlees uit Zuid-Amerika, een strategische leverancier die nu nog betaalbaar is, maar van gedrag kan veranderen nu de positie van het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur als grote speler op het internationale machtstoneel is verstevigd.

Landbouw als instrument voor buitenlandbeleid

Het ziet ernaar uit dat Europa Rusland zal blijven beschouwen als een strategische partner voor het oplossen van problemen op het gebied van energie. En misschien zal de EU erin slagen om een middel te vinden om te profiteren van de Afrikaanse markt van natuurlijke hulpbronnen. Maar het jaar 2013 zal vooral worden gekenmerkt door een wrede strijd om agrarische grondstoffen en de levering van vlees.

Het is mogelijk dat dit alles een kans vormt voor Roemenië, dat, althans in theorie, een belangrijk aandeel zou kunnen produceren van de Europese vraag naar landbouwproducten. Het zou een historische vergissing zijn om niet te profiteren van de vele argumenten die wij bij Brussel zouden kunnen aandragen (wat wij de afgelopen vijf jaar halsstarrig hebben geweigerd). Deze kansen zijn bovendien vastgelegd in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Ik pleit niet voor een Roemenië dat uitsluitend fungeert als de graanschuur van Europa, maar voor een Roemenië dat in staat is om hiervan een instrument voor buitenlands beleid te maken. Maar misschien willen wij dit niet, wat de zaak er uiteraard stukken eenvoudiger op maakt. Wij blijven dan wie we zijn en betalen hiervoor een prijs.

Landbouwgrond ligt al meer dan een decennium braak

Terwijl uitgestrekte landbouwgronden bij ons al meer dan een decennium braak liggen en wij een land zijn geworden dat steeds afhankelijker is geworden van dure import van allerlei agrarische producten, proberen de Europeanen formules te vinden om goedkope en milieuvriendelijke landbouwproducten te verkrijgen. Maar dat zouden wij nou juist kunnen leveren, tegen een goede prijs, als we maar zouden weten hoe we datgene wat we in huis hebben, aan de man kunnen of willen brengen. Daarbij zouden we moeten investeren in een landelijk systeem van kleine boerenbedrijven die worden ondersteund door een Nationale Bank voor Landbouwkredieten.

Een van de meest meedogenloze veldslagen van het jaar 2013 zal worden uitgevochten op landbouwgebied. De kans bestaat dat wij als een van de winnaars uit de bus zullen rollen. Oekraïne, het andere grote landbouwareaal, zit immers tot aan de nek in grote politieke problemen en heeft niet, zoals wij, het voordeel om lid te zijn van de Europese Unie.