Ondanks beweringen van het tegendeel is de Europese Unie in wezen een unie van natiestaten, en zij zal dat ook blijven totdat er een radicale herziening van het zogenoemde acquis communautaire (het Gemeenschapsrecht) tot stand is gekomen. Maar daar is, althans op dit moment, geen sprake van.

Er is geen beter bewijs voor deze stelling dan het feit dat, zelfs na de 'upgrade' in het Verdrag van Lissabon, het Europees Parlement – de enige instelling die rechtstreeks wordt gekozen door de volkeren van Europa – ook de zwakste van alle Europese instellingen is. Toen eerst de financiële crisis en daarna de schuldencrisis de Europese Unie voor een existentiële dreiging plaatsten, verschoof het besluitvormingsproces zich onmiddellijk van de gemeenschapsinstellingen naar de nationale volksvertegenwoordigingen.

Maar als de integriteit van de natiestaten wordt bedreigd, kan de Europese Unie geen veilige afstand bewaren tot de gebeurtenissen die zich in Vlaanderen, Catalonië of Schotland ontvouwen, hoe graag sommige belanghebbenden dat ook zouden willen. De recente opleving van de afscheidingsbewegingen, in het kielzog van de crisis, zal Brussel met meerdere uitdagingen confronteren.

Domino-effect

In de eerste plaats zijn de Europese regio's die naar onafhankelijkheid streven al begonnen verontrustende vragen te stellen. Deze zijn nu nog impliciet, maar zullen binnenkort ook expliciet zijn. Zal Schotland het lidmaatschap van de EU opnieuw moeten aanvragen als de Schotten bij het referendum van 2014 vóór onafhankelijkheid kiezen? Zullen de Catalanen van hun huidige Europese burgerschap worden beroofd als zij ervoor kiezen zich van Spanje af te scheiden? Hoe zal de EU reageren als een van zijn lidstaten om hulp vraagt vanwege een 'bedreiging voor de nationale veiligheid' in de vorm van een onafhankelijkheidsbeweging?

De conventionele wijsheid luidt dat als er een nieuwe staat bijkomt in Europa, deze het hele toetredingsproces zal moeten doorlopen en de unanieme goedkeuring van alle bestaande lidstaten zal moeten zien te verkrijgen voordat hij tot de club wordt toegelaten. Volgens het Verdrag van Lissabon is het Europees burgerschap 'aanvullend' op het nationale burgerschap van een lidstaat.

Zelfs als de EU een geïsoleerde afscheiding (van bijvoorbeeld Schotland) politiek en juridisch in goede banen weet te leiden, zou een mogelijk domino-effect van soortgelijke eisen in Baskenland, Catalonië, Zuid-Tirol, Vlaanderen, de Elzas en Corsica, maar ook de Polen in Litouwen, de Friezen in Nederland en de moslims in Noordoost-Griekenland de Unie als geheel destabiliseren.

De dreiging van afscheiding

Zelfs vandaag nog beïnvloedt de angst voor afscheidingsbewegingen het EU-beleid. Vijf van de 27 EU-landen – Cyprus, Griekenland, Roemenië, Slowakije en Spanje – weigeren Kosovo te erkennen, uit vrees dat dit de separatistische bewegingen in eigen land vleugels zal geven.

De situatie is vooral gecompliceerd op Cyprus, de enige lidstaat van de Europese Unie die, volgens de VN, gedeeltelijk bezet wordt door een buitenlandse (Turkse) macht. Een eventuele Europese goedkeuring voor een afscheiding van welke regio in Europa dan ook zou door de Cypriotische autoriteiten worden geïnterpreteerd als het groene licht voor een juridische verdeling van het eiland.

Zelfs in minder gecompliceerde gevallen, zoals dat van Groot-Brittannië, zou een positieve houding van de EU ten opzichte van een eventuele Schotse onafhankelijkheid de relaties tussen Londen en Brussel verder onder druk kunnen zetten.

Hoe moet de EU dus reageren? Bovenal door het hoofd koel te houden. Afscheidingsbewegingen zijn niet onomkeerbaar. Uit opiniepeilingen blijkt bijvoorbeeld dat een duidelijke meerderheid van de Schotse kiezers er de voorkeur aan geeft dat het land deel blijft uitmaken van Groot-Brittannië. In Spanje zeggen de opiniepeilingen dat de Catalanen een referendum willen, maar verdeeld zijn over de vraag of zij voor of tegen onafhankelijkheid zullen stemmen.

De nationalisten in Vlaanderen lijken bereid om genoegen te nemen met een confederatie in plaats van met een volledige opsplitsing van België, terwijl het vraagstuk wie Brussel moet krijgen lastig genoeg is om België bij elkaar te houden.

De Europese Unie moet een duidelijk standpunt innemen over de juridische status van regio's die zich willen afscheiden, want volkeren die naar onafhankelijkheid streven hebben er recht op goed-geïnformeerde besluiten te kunnen nemen. In Schotland en Catalonië lijkt het erop dat de waarschijnlijkheid uit de Europese Unie gezet te zullen worden veel mensen ervan weerhoudt vóór afscheiding te stemmen.

Sterkere rol voor de regio’s

In de meeste gevallen waarin sprake is van afscheidingsbewegingen is het belangrijkste argument dat de mensen het beu zijn de centrale regering of de armere regio's te 'subsidiëren.' Een effectiever gebruik van de Europese structuurfondsen om armere regio's te helpen hun achterstand in te lopen kan voor sommige lidstaten een kwestie van overleving zijn.

Het is nu bijna zeker dat onmiddellijk na de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2014 een herzieningsproces van het Verdrag van Lissabon zal beginnen. Tot nu toe is gebleken dat alle doemscenario's over een opsplitsing van de eurozone of de EU er helemaal naast zaten.

De crisis heeft het proces van Europese eenwording in bijna alle aspecten – fiscaal, financieel, politiek – juist versneld. Nu de EU zich in de richting van steeds meer integratie begeeft, moeten de regio's een sterkere rol krijgen in de besluitvorming.

Het geval van Duitsland – de meest succesvolle federale staat in de EU – toont aan dat een sterk regionaal bestuur en federalisme niet onverenigbaar zijn. Integendeel, het regionaal zelfbestuur in Duitsland verleent democratische legitimiteit aan de federale structuren.