De invloed van Europa is tanende. Dat bleek tijdens de klimaattop van Kopenhagen waar de Europese wens tot bindende afspraken over vermindering van broeikasgassen niet werd ingewilligd. De EU kan fraaie klimaatdoelstellingen formuleren, maar schiet tekort om China en Amerika voor de aanpak te winnen.

De problemen kwamen nog duidelijker aan het licht tijdens de financiële crisis. Het herstelvermogen van Europa, nog steeds ’s werelds grootste economie, bleek minder dan dat van andere ontwikkelde economieën. De relatief grote bankensector en de hechte financiële relatie met de VS, de te grote exportafhankelijkheid van Frankrijk en Duitsland en de grote financiële verwevenheid van sterke en zwakke landen, zoals Griekenland, zijn volgens de Oeso een deel van de verklaring.

Te laat werd besloten tot een pakket van 720 miljard euro aan leningen en garanties voor landen die bankroet dreigen te raken. Voor de uitvoering moest bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) worden aangeklopt. Te laat werden stappen gezet om elkaars economieën te kunnen monitoren, terwijl een politieke unie noodzakelijk is om landen als Griekenland tot goed gedrag te kunnen dwingen.

Gebrek aan nationale dynamiek

Het gebrek aan Europese daadkracht is een optelsom van gebrekkige nationale daadkracht. In Hongarije leidde dat tot een politieke crisis die alles ondermijnt waarvoor Europa staat. Het land verkeerde al in een financiële crisis toen de rechtse Fidesz begin 2010 een tweederde meerderheid in het parlement veroverde waarmee die de grondwet naar believen kan aanpassen. Dit opent de weg naar dictatuur, vooral omdat de verkiezingsuitslag het resultaat is van een brede anti-politieke stemming. Extreme denkbeelden krijgen vrij spel, zoals die van de rechts-radicale partij Jobbik, die joden en zigeuners de schuld van de malaise geeft en het idee van een groot Hongarije propageert. Deze crisis is een extreme variant van politiek onbehagen, dat in vrijwel alle EU-lidstaten zichtbaar is en constructief beleid in de weg staat.

Merkwaardig is dat Europa zich bij de neergang heeft neergelegd. Een verklaring is het succes van het proces van Europese integratie zelf. Dit heeft voor ongekende welvaart en veiligheid gezorgd, maar daardoor heeft ook de decadentie toegeslagen. Alles wat het zelfgeschapen paradijs bedreigt, leidt tot onvrede, tot de roep om minder Europa en het aanwijzen van zondebokken: joden, zigeuners, moslims en ’de rijken’. Dit, en het gebrek aan nationale politieke daadkracht, maakt het onmogelijk dat lidstaten essentiële beloften nakomen, zoals de uitvoering van de Lissabon-doelstellingen van 2000. Europa werd niet de beloofde meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld. Het nieuwe plan, Europa 2020, lijkt eenzelfde lot beschoren.

Een andere verklaring voor de neergang is de hoge omloopsnelheid van het nieuws. Politici rennen van hype naar hype. Dat maakt reflectie onmogelijk. Oplossingsgericht denkvermogen wordt te weinig gemobiliseerd. Leiders ontbreekt het vaak zelf aan kennis en inzicht. Dat maakt de uitleg van omstreden maatregelen moeilijk. Neem de vergrijzing. Nu zijn er in de EU vier werkenden op elke pensioengerechtigde, in 2040 zijn dat er nog maar twee. Er zijn immigranten nodig om die vergrijzing te compenseren. Volgens Eurostat, het Europese bureau voor statistiek, komen er 40 miljoen immigranten de EU binnen tussen nu en 2050. Daardoor kunnen de effecten van een laag geboortecijfer en hogere levensverwachting enigszins worden gecompenseerd. Maar politici willen minder immigranten, terwijl er meer nodig zijn. Zonder immigranten wordt het Europese verval versneld.

Hopelijk komen politici door de financiële crisis tot het inzicht dat de negatieve trend moet worden gekeerd. Dat vereist dat zij leiders worden die kunnen samenwerken en het innovatieve vermogen van Europeanen weten te mobiliseren om de EU aan de nieuwe tijd aan te passen.