Madrid Street is een straat in Belfast die abrupt eindigt bij de Berlijnse Muur. Die muur is ruim zeven meter hoog en opgetrokken uit baksteen, ijzer en staal, met bovenop scherpe punten en prikkeldraad. Hij is niet alleen bedoeld om mensen te beletten van de ene kant naar de andere kant te gaan, maar ook om te voorkomen dat ze elkaar met straatstenen, spijkers en molotovcocktails bekogelen. Zulke muren worden ‘vredeslijnen’ genoemd, om ze niet aan te duiden als de muren van de schande. Ze dienen om protestanten en katholieken uit elkaar te houden.

Het oostelijk deel van Belfast ontwaakte [de afgelopen dagen, red.] met brandende autowrakken, gebroken glas en kapotte straatstenen die naar de politie waren gegooid. In het desolate landschap dat aan de onlusten herinnerde stonden de muren, die sterk lijken op die in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever, nog recht overeind. Ze geven de wijk het naargeestige aanzien van een concentratiekamp en zijn beklad met graffiti ter ere van de met bivakmutsen getooide loyalisten uit Ulster of de republikeinse martelaren van de IRA.

Letterlijk ingemetseld

De Noord-Ierse hoofdstad ligt letterlijk ingemetseld tussen scheidsmuren als die in Madrid Street. Volgens de laatste telling zijn er nu 99 ‘muren van de schande’ en sinds het Goede-Vrijdagakkoord [1998, red.] zijn er alleen maar meer gekomen. En dat noemen ze vrede? De politie zegt dat de stad zonder die ‘vredeslijnen’ permanent in staat van oorlog zou verkeren. Taxichauffeurs brengen u zonder aarzelen tot aan die vestingwerken, waarop de bewoners hun woede en onmacht koelen. Ze vormen de belangrijkste toeristische attractie van het bloedige Belfast.

De muur in Madrid Street ligt een beetje achteraf en is niet opgenomen in de gebruikelijke toeristische routes. Hij staat op de andere oever van de Lagan, in het gewelddadige oosten van de stad. Hier in Short Strand, een soort getto van sombere baksteen, wonen 6000 katholieken, tegenover 60.000 protestanten, die hen er voortdurend aan herinneren hoe hachelijk hun positie is te midden van loyalisten.

Op deze zondagochtend is er in Madrid Street geen levende ziel te bekennen. Als we door de straat lopen horen we wat vaag geroezemoes, luiken die worden gesloten, het geblaf van een hond. Eindelijk komt ergens een oudere man naar buiten om een sigaretje te roken. We staan voor nummer 123, aan de voet van de imposante muur.

"Beter beschermd door de muur"

"Op het eerste gezicht is hij inderdaad nogal indrukwekkend, maar sinds die muur er staat voelen we ons veel veiliger en beter beschermd", zegt Phil Fermanagh, een gepensioneerde metselaar die ons maar al te graag laat zien welke schade de spijkers hebben aangericht die veelvuldig op zijn huis terechtkwamen.

"We kunnen nu in elk geval rustig slapen. Er wordt niet meer dagelijks gevochten op straat en we horen 's nachts geen schoten meer. Ikzelf heb hier heel wat rake klappen opgelopen, vooral toen ik nog jong was. Ik weet dat het niet in de haak is, maar we zijn grootgebracht met het haten van onze naasten en omgekeerd. Madrid Street was een van de brandhaarden tijdens The Troubles (gewelddadidge periode in Ulster van het eind van de jaren 60 tot het Goede-Vrijdagakkoord). Maar als je het vraagt aan de mensen die aan de andere kant van de muur wonen, zullen die ongetwijfeld met een ander verhaal komen."

Wie naar de ‘andere kant’ wil, naar de protestantse wijken, moet langs de vijfhonderd meter lange muur in Bryson Street lopen en een kruis slaan voor de St. Matthewskerk (toneel van de beruchte strijd tussen katholieken en protestanten in 1970, waarbij twee doden en tientallen gewonden vielen).

Geschilderde geweren

‘Loyalist East Belfast’, lezen we op de muur, vanwaar we scherp in de gaten worden gehouden door de beulen van de Ulster Defense Association [loyalistische paramilitairen, red.], die ons blijven volgen met hun geschilderde geweren. Waar we ook kijken, een zee van Union Jacks [de Britse vlag, red.] die wapperen in de wind.

"Wat ze hebben gedaan met de vlag is een belediging en daarom hebben we gedemonstreerd", zegt de 37-jarige Heather Murray uit Susan Street, aan de andere kant van de muur. *"Wat er [tijdens de onlusten, red.] is gebeurd, was de schuld van de politie, die onze mensen belette om naar huis te gaan. Ik was er niet bij, maar mijn man wel. Ik heb twee kleine kinderen en durf de straat niet op met alles wat daar gebeurt. De politie daagt ons voortdurend uit. Het is de wereld op zijn kop, ze hebben zich tegen ons gekeerd."

Net als 68% van de protestanten in Belfast weigert Heather Murray om met haar katholieke buren te praten. "We leven in twee verschillende werelden", zegt ze. "We willen niet dezelfde toekomst voor Ulster, we geloven in iets anders dan zij. Ook al denk ik dat we eigenlijk tot dezelfde God bidden en dat hij ons gebed op een dag zal verhoren."