Het lijkt wel of de EU in het beklaagdenbankje is beland: ze zou afwezig zijn, niet reageren op de crisis of overbodig zijn, maar ook telkens weer de bewering dat Frankrijk alleen zou staan! Als we de situatie objectief analyseren, worden deze beweringen weerlegd, zowel op politiek, als op financieel en humanitair vlak. Toch is er sprake van een feitelijke mislukking, namelijk die van het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid.

Wat is er gebeurd vanaf het moment dat de operatie Serval bekend werd? De Europese Unie organiseerde crisisbijeenkomsten om de agenda en de acties in het kader van de eigen Europese procedure af te stemmen met betrekking tot Mali waarover de EU-lidstaten een besluit hebben genomen, in het bijzonder over de EUTM-trainingsmissie voor Mali. De vergadering van ministers van Buitenlandse Zaken op 17 januari in Brussel vormde zowel de voortzetting als het bewijs van deze inzet van de Europese Unie, die solidair is met Frankrijk in Mali, in ieder geval politiek en symbolisch.

Binnen zestig dagen 60.000 manschappen

Concreet biedt de EU financiële steun aan de MISMA – de internationale missie die onder Afrikaanse leiding in Mali op de been wordt gebracht – van de ECOWAS (Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten), waarmee de salarissen van de Afrikaanse militairen worden betaald.

Ook nu in het geval van Mali blijkt maar weer eens hoe moeilijk het is om het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid in praktijk te brengen. Het GBVB (Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid) zag het licht in het verdrag van Maastricht in 1993 en was bedoeld om: “te komen tot een gemeenschappelijke defensie als het moment daarvoor was aangebroken". Tijdens de top van Helsinki in 1999 werd vastgesteld dat de Europese Unie voor het eind van 2003 in staat moest zijn om met behulp van luchtmacht en marine binnen een termijn van 60 dagen maximaal 60.000 manschappen op de been te brengen. Sindsdien zit de EU met het probleem om een operationele troepenmacht van deze omvang bijeen te brengen. In 2004 kwam de conferentie over de toezeggingen van militaire vermogens met een voorstel van gevechtstroepen van 1.500 man waarmee Europa sneller zou kunnen reageren op crisissituaties De EU had als een van haar voornaamste militaire ambities aangegeven dat ze over de mogelijkheid wilde beschikken om snel en doeltreffend te reageren op conflicthaarden buiten de EU.

Het is dus inderdaad zo dat er in Mali een Europese grondtroepenmacht had kunnen ingrijpen, waarmee de EU haar militaire en diplomatieke stempel had kunnen drukken. We worden geconfronteerd met een crisis buiten het grondgebied van de EU-lidstaten, die zich voordoet in een land dat minder dan 6.000 km van Brussel verwijderd is. Een crisis die een snelle interventie noodzakelijk maakt, a priori voor het grootste deel van de internationale gemeenschap, met een zwakke maar werkelijk Europese consensus, zonder voorbij te gaan aan het verzoek om hulp van de wettige regering van Mali, voordat het stokje wordt overgedragen aan een andere, Afrikaanse en regionale troepenmacht.

Beschuldigende vinger wijzen naar Brussel

Maar zo is het niet gegaan. En zoals gewoonlijk buitelen de media, de politiek en zelfs burgers over elkaar heen om met een beschuldigende vinger naar Brussel te wijzen. Frankrijk staat alleen. Er is geen sprake van een Europees defensiebeleid, van Europese grondtroepen of een feitelijke diplomatieke eenheid. Toch moet de reden voor deze verdeling van taken buiten Brussel worden gezocht. Binnen de regeringen van de landen die tijdelijk de verantwoordelijkheid droegen voor de gevechtstroepen. In willekeurige volgorde: Frankrijk, Duitsland en Polen. Frankrijk heeft besloten om alleen op pad te gaan en heeft kennelijk aan niemand iets gevraagd. Vanuit Berlijn en Warschau bezien is Mali vooral een uitdaging voor Frankrijk en lijkt de investering maar weinig rendement op te leveren.

Er staat veel op het spel. Namelijk de werkelijke diplomatieke macht van de EU en je ziet dat Catherine Ashton moeite heeft om haar draai te vinden. Diplomatiek en militair Europa verkeert in moeilijkheden. Toch mogen we niet vergeten dat de Europese Unie zich wel degelijk bezighoudt met de crisis, zoals ze eerder al deed in Somalië en Palestina. Frankrijk staat niet alleen in Mali. De Europese Unie werkt de gemakkelijke uitvluchten van de lidstaten zelf in de hand door te discreet te handelen en met een ingewikkelde en onduidelijke institutionele opzet, zonder duidelijk gezicht of stem. De EU is er wel mee bezig, zorgt voor financiering en zet zich in, maar verliest de strijd van het mediafront. Ze slaagt er maar niet in de verdeeldheid achter zich te laten en een gemeenschappelijk, strategisch en operationeel veiligheids- en defensiebeleid uit te voeren. Zachte diplomatie op economisch, cultureel en educatief gebied, in de media, op sportief vlak… is niet levensvatbaar zonder een krachtige relatie die volledig is opgenomen in harde militaire en financiële diplomatie en in het kleine zusje van de 21e eeuw, de cyberdiplomatie die tegenwoordig volledig wordt gedomineerd door de VS. Het verenigd Europa zal dan ook veel Europeser zijn op het gebied van defensie en veiligheid.