De omstandigheden, die op zijn minst discutabel zijn, en de bijzonder anti-Europese en antichristelijke houding van kolonel Khadaffi hebben bij het grote publiek voor geschokte reacties gezorgd. Toch moeten we de subjectieve elementen van het onaangename karakter van het bezoek dat Khadaffi eind augustus aan Rome bracht, in combinatie met de fundamentele onverenigbaarheid van de Libische leider en de Italiaanse en Europese publieke opinie, weten te onderscheiden van de objectieve elementen. En daar kunnen we helaas dan toch niet om een bittere waarheid heen: als Muammar Khadaffi het heeft over de toekomst van Europa en Afrika, heeft hij over het geheel genomen wel gelijk.

Zijn toespraak is namelijk gebaseerd op onweerlegbare cijfers. Volgens de meest recente demografische statistieken van de Verenigde Naties wordt de bevolking van Europa in zijn geheel geschat op circa 730 miljoen mensen, inclusief het Europese deel van Rusland (circa vijfhonderd miljoen als we alleen naar West-Europa kijken). Het aantal inwoners van ‘zwart’ Afrika, dat wil zeggen van de landen ten zuiden van de Sahara, bedraagt in totaal circa 860 miljoen. Tegenwoordig is er dus iets meer dan een ‘zwarte’ Afrikaan op elke Europeaan, terwijl die verhouding zestig jaar geleden nog bijna drie Europeanen per Afrikaan bedroeg. Volgens betrouwbare ramingen zou de verhouding tegen 2030 bijna twee ‘zwarte’ Afrikanen per Europeaan bedragen.

Europeanen moeten feiten accepteren

De ‘zwarte’ bevolking in Afrika groeit feitelijk met meer dan 20 miljoen mensen per jaar. Als die groei in dit tempo doorgaat, zullen er op basis van een aanname van gemiddelde groei, in 2017 een miljard Afrikanen zijn en in 2030 zelfs 1,3 miljard. De Europese bevolking blijft op haar beurt tot 2020 stabiel en zal vervolgens elk jaar met meer dan een miljoen inwoners gaan dalen. Momenteel is zestig procent van de ‘zwarte’ Afrikanen jonger dan 25 jaar en slechts acht procent is ouder dan 65 jaar. In Europa liggen die cijfers op ongeveer de helft voor de jongeren, dat wil zeggen dertig procent van de totale bevolking, en op ongeveer het dubbele voor de ouderen, dus zestien procent van de totale bevolking. Dit verschil zal de komende twee decennia aanzienlijk groter worden.

We moeten ons bij de feiten neerleggen en deze cijfers accepteren, zelfs al worden ze op een wijze gecommuniceerd die wij zonderling of zelfs verachtelijk vinden. In vergelijking met Europeanen zijn 'zwarte' Afrikanen over het algemeen erg arm en leven ze vaak in landen die door oorlogen zijn verwoest door oorlog of door aids worden ondermijnd. Velen van hen lijden honger en ze hebben een geschat inkomen per hoofd van de bevolking van 600 tot 1.200 euro, in tegenstelling tot dat van Europeanen, dat tussen 23.000 en 30.000 euro ligt. Iedereen die in de schoenen zou staan van een vader van een Afrikaans gezin, die zijn kinderen een toekomst wil bieden, zou ook zijn spaargeld opnemen en zijn zoon met de beste kansen op succes op een overvolle bus zetten, waarbij de kartonnen koffers op het dak nog een luxe zijn.

Twee van de drie gevallen eindigt in Libië

Die bus volgt regelrecht het spoor van de savanne, die in twee van de drie gevallen eindigt in Libië. En daar komt kolonel Khadaffi in beeld, van wie we met recht kunnen stellen dat hij, in de ogen van Afrikanen, de sleutel tot het Europese paradijs in handen heeft. Wat vraagt de Libische leider nu op lompe wijze en op barse toon van de Europeanen? Heel simpel: dat ze hem betalen om de deur dicht te houden. In zijn toespraak in Rome refereerde Khadaffi aan de invasie van de Barbaren, en dat is niet geheel ten onrechte. De Barbaren die zo’n 1700 jaar geleden op de poorten van het Romeinse rijk klopten, hadden zelden oorlogszuchtige bedoelingen: meestal waren ze gewoonweg uitgehongerd. Om ze op een afstandje te houden, deden de Romeinen, als ze dat konden, een beroep op ‘bevolkingsgroepen als buffer’. Nu biedt Moammar Kadhafi deze rol aan Libië.

En als ons dat niet aanstaat? Dan kunnen we niet volstaan met ‘nee’ zeggen tegen kolonel Kadhafi. Er is een alternatieve oplossing nodig. De Italiaanse regering lijkt daar, in navolging van de hele politieke klasse in Europa, duidelijk niet over te beschikken en bovendien heeft elk alternatief ook zo zijn prijs. In het begin zou die prijs ook wel eens erg hoog kunnen zijn, vooral als er projecten worden beoogd met forse investeringen in Afrika, die zowel voor Afrika als voor Europa gunstige economische perspectieven zouden bieden.

De Europese publieke opinie moet ervan doordrongen raken dat er hoe dan ook zal moeten worden betaald en dat de rust aan de grenzen van de Middellandse Zee niet eeuwig zal duren. Men zou zelfs tot de conclusie kunnen komen dat die vijf miljard, die kolonel Khadaffi vraagt, alles bij elkaar nog een heel redelijk bedrag is. Tenslotte neemt hij de taak op zich om eventuele migranten terug te sturen, waarbij hij ons de vrijheid laat om de andere kant op te kijken en tegelijkertijd hoog op te blijven geven van de principes die Europa haar aanzien verlenen en uit naam waarvan de rest van de wereld geacht wordt om ons met respect te blijven behandelen.