Je hoeft geen doctorstitel te hebben om de betekenis te snappen van het simpele gegeven dat er in 2011 veel minder boeken zijn verkocht in Roemenië (jaaromzet 60 miljoen euro) dan in Hongarije (jaaromzet 180 miljoen euro), het buurland dat minder bevolkt is dan ons eigen land. Je hoeft geen communist te zijn om vandaag te dag in te zien dat in onze landsstreek het analfabetisme toeneemt, 6 procent van de betreffende bevolking en 40 procent van de tieners onder de 15 jaar niet over de basisvaardigheden beschikken om te lezen en te schrijven, terwijl dit in de jaren 50 van de vorige eeuw grotendeels was uitgebannen.

Je hoeft geen politieke voorkeur te hebben om te begrijpen dat de Roemeense regering – welke kleur deze dan ook mag hebben –de nationale cultuur verwaarloost en beschimpt en daarin wordt bijgestaan door de grote postcommunistische uitgeverijen, die azen op vertalingen om hun omzet te verhogen en buitengewoon laagdunkend zijn over de hedendaagse Roemeense cultuur. Degenen die daar niets van geloven kunnen zich, ter illustratie, refereren aan het percentage gepubliceerde Roemeense boeken ten opzichte van het totaal aantal uitgegeven boeken.

Vertalingen kunnen literatuur niet vervangen

Het is opnieuw tijd dat iemand zijn mond open durft te doen en onderschrijft dat ‘vertalingen geen litteratuur teweeg brengen’. Dat vertalingen geen vervanging kunnen of moeten zijn van de oorspronkelijke en vrije literatuur, in de taal van het land en uit naam van onze eigen normen en waarden. Het is opnieuw tijd – is het niet vermoeiend om steeds weer te verwijzen naar de geschiedenis – dat er een Mihail Kogălniceanu [19e-eeuwse liberale politicus, historicus en publicist, red.] opstaat om de teksten af te keuren die komen uit Potomac, Sint Petersburg of Tokyo. Hoe spannend en interessant deze teksten ook mogen zijn en wat de universele waarde die ze overdragen ook is, ze kunnen onmogelijk tippen aan de vreugde en smart die spreken uit de meest sobere volksverhalen over de markt van Obor, het kanaal van Bega, of de bergen van Apuseni. Dat zijn onvervalste inspiratiebronnen voor creativiteit. Potomac, Sint Petersburg en Tokyo krijgen alleen hun volle betekenis in onze culturele horizon voor zover ze een dialoog stimuleren, opwekken, suggereren en oproepen met hetgeen het leven ons brengt en met ons doet.

We kunnen niemand verwijten zich, in zijn korte leven, op zijn eigen manier te willen verrijken. We kunnen altijd nog met welbehagen de ‘nutteloze’ boeken lezen van Ion Ghica, Ion Creangă of Mihail Sadoveanu, onze grootse, onvertaalbare schrijvers... Waarom zou hetgeen zij willen gegronder zijn dan wat wij willen? Ik geloof niet dat het pad van de evolutie de vernietiging van onze nationale cultuur en onze taal beoogt.

Figuranten van onze eigen geschiedenis

Het is een gegeven dat we in een tijdperk leven vol creativiteit, waarin stemmen van grote waarde weerklinken. Dat is, op een bepaalde manier, het gevolg van ruim twintig jaar vrijheid van informatie en meningsuiting in Roemenië. Dat is het resultaat van het contact met de stimulerende atmosfeer van het Westen en de rest van de wereld. Wij hebben met grote teugen de zeelucht ingeademd en het is ons gelukt, ook al blijven we economisch aanpruttelen, om in vrijheid te schrijven, te schilderen en te componeren.

Maar laten we ons geen illusies maken: het analfabetisme neemt toe; de kwaliteit van het onderwijs loopt terug; de problemen van de grootste minderheid, de Roma, zijn verre van opgelost, kijk alleen maar naar hun scholing. De Roemeense bevolking gaat ten onder. Dus waar wachten we op om de waardigheid van een volk en een cultuur te herstellen tot op een niveau waar vroeger naar werd gestreefd? Kan iemand het zich voorstellen dat wij, zonder opleiding en een perfect vernieuwde identiteit, lid kunnen zijn van een Europese gemeenschap die zich in de technologische voorhoede bevindt? Wij verwachten van de Hongaarse Roemenen dat zij correct Roemeens spreken terwijl we zelf niet in staat zijn enige culturele waarde aan onze eigen taal te hechten?

Deze eeuwige karikatuur, deze slaafse imitatie van de heersende taal van het moment kan geen oplossing zijn, omdat het iedere geloofwaardigheid wegneemt. Zolang we doorgaan ieder ongedwongen, culturele initiatief te misprijzen, zolang het onderwijs op de tweede plaats blijft staan, zullen we duimendraaiende burgers voortbrengen en niet gekwalificeerde arbeid – waar multinationals uit de hele wereld voor lage kosten gebruik van maken. En we zullen behandeld worden als de figuranten van onze eigen geschiedenis. Het lot van de Roemenen anno 2013? Verworden tot metoiken in eigen land.