"Zoek creatieve geesten en kunstenaars om stadsontwikkeling een impuls te geven." Sinds een aantal jaren is het in de mode: creatieve factoren als kunst, cultuur, muziek of design gebruiken om een stad een nieuw imago te geven en kunstenaars, jonge professionals en innoverende ondernemers aan te trekken.

Een aantal steden heeft deze aanpak al gebruikt, of gaat hem toepassen, te beginnen bij Seattle, Barcelona en Bilbao, maar ook Glasgow, Edinburgh, Denver, Lille en Berlijn.

Gemeentebesturen ontwikkelen verschillende strategieën, die vaak een mix zijn van activiteiten en initiatieven op het gebied van het samenstellen van een cultureel programma tot onderwijs, van een groot symbolisch museum tot een reeks kleine straatevenementen, festivals of concerten.

Over het algemeen kunnen we zeggen dat er twee hoofdlijnen te onderscheiden zijn: van de ene kant zijn er de steden die vooral willen investeren in infrastructuur, in enorme architecturale projecten voor stedelijke opwaardering en grote evenementen, zoals dat bijvoorbeeld het geval was in Barcelona en Bilbao. Laatstgenoemde stad heeft zich met het Guggenheimmuseum, dat bijna een miljoen bezoekers per jaar trekt, weten te ontwikkelen van een verlopen industriestad tot een voorkeursbestemming voor het internationale culturele toerisme.

Microbeleid

Aan de andere kant zijn er de steden die een microbeleid voeren en die vooral actief zijn op het sociale en culturele vlak. We zien daarbij dat er vaak een mix wordt toegepast van fiscale voordelen voor artiesten en educatieve programma's gericht op kinderen of de bevolking in het algemeen. Dit was bijvoorbeeld het geval in Lille, dat zich vanaf het eind van de jaren zeventig begon te ontwikkelen van een oude industriestad tot een bruisend en dynamisch cultureel centrum. De stad maakte daarvoor gebruik van programma's waarbij scholen en universiteiten betrokken werden maar ook van een cultureel programma waarvoor de inzet van tientallen verenigingen, vrijwilligers, winkels en ondernemingen nodig was. En vergeet het genereuze subsidiesysteem niet, waarmee ieder jaar artistieke projecten, manifestaties en evenementen worden gefinancierd. Tegenwoordig besteedt Lille vijftien procent van zijn begroting aan de promotie en productie van cultuur, waardoor de stad in cultureel opzicht één van levendigste van Europa is.

Het meest toepasselijke recente voorbeeld is wellicht Berlijn. Een stad die nu in de mode is maar waar al jarenlang een systeem in gebruik is van fiscale voordelen en hulp aan kunstenaars en alle verenigingen die actief zijn op cultureel gebied. En de stad voegt daar ook nog eens een solide sociaal beleid en een grote beschikbaarheid aan goedkope ruimte aan toe. Alles dus om creatievelingen van over de hele wereld aan te trekken die op zoek zijn naar ateliers, zonder zich zorgen te hoeven maken over hoe ze de eindjes aan elkaar moeten knopen aan het eind van de maand, zoals in London of New York. En zo kreeg Berlijn zoetjesaan een internationale reputatie van 'coole' stad.

Mislukte pogingen

Maar net als bij andere beleidsvormen vragen kunst en creativiteit als ontwikkelingsmethode om aandacht, geduld en een evenwichtige verhouding tussen het lokale karakter en het sociale element. En ook al heeft iedereen het over Bilbao, je hoort niets over de mislukte pogingen om de Baskische stad na te doen. Net zoals niemand het meer heeft over de rehabilitatie van Barcelona waardoor een groot deel van de armste bewoners van het centrum van de stad naar de buitenwijken werd verbannen, iets dat soms gepaard ging met sociale conflicten.

De juiste aanpak bestaat niet alleen in het bouwen van een opera, een museum of het organiseren van een festival, maar in het ontwikkelen van de juiste sfeer. Cultuur, kunst en creativiteit moeten niet alleen gezien en geïnterpreteerd worden als voorwerpen die je in een vitrine zet en verkoopt om eraan te verdienen, maar als een wereld die gevormd wordt door mensen, ideeën, productie en innovatie. Een gemeenschap waaruit ideeën opborrelen, waarin gedebatteerd wordt en waarover wordt gesproken, die onze moderne problemen het hoofd biedt en interpreteert, waarin activiteit en nieuwsgierigheid wordt opgewekt, en die ook stimulerend is voor degenen die geen artiest zijn, voor professionals, ondernemers, studenten en de mensen. Daarvoor is een open geest nodig, die ook openstaat voor een stuk verwarring, chaos en zelfs inefficiëntie.

Dat is de mentaliteit van de steden die cultuur met succes hebben ingezet als stuwende kracht achter hun economische en sociale ontwikkeling. En dat is waarschijnlijk ook waar het in Italië aan ontbreekt. Een land dat over geweldige steden en een keur aan kunstschatten beschikt maar waarin cultuur nog steeds wordt beschouwd als een consumptiegoed en een toeristische attractie.