Duitsland: Knarsetandend lachen om Hitler

De Oostenrijkse acteur Martin Sommerlatte in de rol van Adolf Hitler in de musical "The Producers" in het Admiral's Palast in Berlijn, mei 2009.
De Oostenrijkse acteur Martin Sommerlatte in de rol van Adolf Hitler in de musical "The Producers" in het Admiral's Palast in Berlijn, mei 2009.
1 februari 2013 – Le Temps (Genève)

Op 30 januari, tachtig jaar nadat Adolf Hitler aan de macht kwam, is het boek “Er ist wieder da” (“Hij is weer terug”) van de Duitse schrijver Timur Vermes uitgekomen, waarin de dictator in de zomer van 2011 opduikt in Berlijn. Het boek is hard op weg een bestseller te worden, maar roept heel wat weerstand en vragen op.

30 augustus 2011. Een oude man wordt wakker op een verlaten terrein in Berlijn. Vanaf de grond waarop hij ligt, ziet hij niets dan blauwe lucht boven zich, en tot zijn verbazing hoort hij vogels zingen. Dat moet een gevechtspauze betekenen. De man heeft hoofdpijn en begrijpt niet waar hij is of hoe hij daar terecht is gekomen. Hij probeert zich te herinneren wat hij de avond ervoor heeft gedaan: zijn geheugenverlies kan niet aan overmatig alcoholgebruik liggen: de Führer drinkt immers niet! Hij tast tevergeefs naar zijn trouwe Bormann[privé-secretaris van Hitler] naast zich.

De Führer staat moeizaam op en loopt in de richting van het stemgeluid dat afkomstig blijkt te zijn van drie jongens van de Hitlerjugend. Ze hebben ongetwijfeld een vrije dag want ze dragen geen uniform en schoppen tegen een bal. “Hé ouwe, wat moet je daar! Moet je die ouwe zien!” Ik moet er werkelijk slecht uitzien, denkt de Führer, ze brengen me niet eens de verplichte groet. “Waar is Bormann?” vraagt hij zich opnieuw af. “Wie is dat?” “Bormann! Martin Bormann!” “Die ken ik niet, hoe ziet ie eruit?” “Als een legeraanvoerder van het Reich, verdorie!” Hitler bekijkt de drie jongens wat beter. Ze dragen kleurige hemden. “Hitlerjunge Ronaldo! Waar is de dichtstbijzijnde straat?” Geen reactie. Hij richt zich tot de jongste van de drie, die naar een hoek van het veld wijst.

Hitler “ontdekt” door een productiemaatschappij

Bij de kiosk op de hoek, zoekt Hitler naar zijn vertrouwde [nazikrant] Völkischer Beobachter. Maar hij ziet alleen maar Turkse koppen… “Vreemd, de Turken zijn immers buiten het conflict gebleven, ondanks onze verwoede pogingen ze voor onze zaak te winnen.” Hij valt flauw als hij op een van die onbekende kranten de datum leest, 30 augustus 2011. De eigenaar van de kiosk denkt dat hij van doen heeft met een acteur die zo uit een televisieserie kan zijn weggelopen. Hitler mag een paar dagen bij hem logeren. “Maar u jat niets, hè?” Hitler is woedend. “Zie ik eruit als een crimineel?” “Maar u lijkt zo op Hitler”, antwoordt de kioskhouder. “Nou, precies!” antwoordt de Führer…

Nadat hij krantenverkoper is geworden, wordt de dictator “ontdekt” door een productiemaatschappij. De producenten zien een “enorm potentieel” in hem. Hij wordt aangenomen… Het succes van de uitzending is overweldigend. Verbijsterd maakt Hitler ineens deel uit van een maatschappij waarin iemands succes wordt afgemeten aan kijkcijfers, aan “Vind-ik-leuks” op Facebook… Hij wordt een bekende komiek… Zijn producent wrijft zich vergenoegd in zijn handen: “Je bent goud waard, mijn vriend! En geloof me, dit is nog maar het begin…!”

In het reine komen met het verleden

“Dit boek is zo grappig dat u het niet meer weg zult kunnen leggen”, schrijft Peter Hetzel, literair criticus op de televisiezender Sat 1, enthousiast. En inderdaad kent de roman met de witte omslag, waarop verder alleen de bekende lok zwart haar staat en de titel de plek van de snor inneemt, een onverwacht succes. Helemaal als je bedenkt dat de prijs ervan niet mals is (19,33 euro, als verwijzing naar het jaar dat Hitler aan de macht kwam) en de teksten langdradig (396 pagina’s in eerste persoon enkelvoud, waarvan een goed deel over de persoonlijke gedachten van de Führer gaat, in dezelfde droge en sombere stijl van Mein Kampf). “De Hitler van Vermes vindt zichzelf terug in een maatschappij voor wie het lachen om hem, al lang een teken is dat die maatschappij het hoofd biedt aan haar eigen verleden. Maar het is ook een maatschappij die begrepen heeft dat dat niet nodig is om met haar eigen verleden in het reine te komen, denkt de Süddeutsche Zeitung. Er wordt gelachen, maar wel een beetje als een boer met kiespijn.”

Er ist wieder da, dat in de herfst van 2012 in een oplage van 360.000 exemplaren verscheen, voert de ranglijsten nu al wekenlang aan. De roman, waarvan ook een uitstekend luisterboek verkrijgbaar is, voorgelezen door Christoph Maria Herbst – zal vertaald worden in het Frans, het Engels en in vijtien andere talen, en de pers speculeert al over toekomstige filmcarrière van het script. Het is zeker niet de eerste keer dat de belichaming van het kwaad wordt gebruikt door humoristen en artiesten. Charlie Chaplin maakte de Führer al in 1940 belachelijk in De Dictator. En in 2007 verscheen de succesvolle komedie Mein Führer in de bioscoop, van de Duitse filmmaker Dani Levy.

“Hitler zou ook nu kans van slagen hebben”

Niet iedereen is echter even enthousiast over de eerste roman van journalist Timur Vermes. Daniel Erk, schrijver van So viel Hitler war selten (“Zoveel Hitler hebben we zelden gezien”), een werk waarin de “alledaagsheid van het kwaad” aan de kaak wordt gesteld, maakt zich ongerust over de veelvoud aan komedies over het Derde Rijk. “Waarom zou men nog vragen stellen bij het nog steeds aanwezige, diepgewortelde antisemitisme in de Duitse maatschappij, als een gek als enige verantwoordelijke wordt aangewezen? vraagt hij zich af. Het biedt de Duitsers een uitgelezen gelegenheid om alle fouten en verantwoordelijkheden af te schuiven. Die Hitler daar, is de enige die verantwoordelijk is voor de oorlog en de genocide.”

Voor Timur Vermes rechtvaardigen diezelfde argumenten daarentegen zijn roman. In Er ist wieder da, beschrijft hij een bange Hitler, die zich zorgen maakt als het publiek dat hem niet gelooft, weerstand biedt. “Wij hebben niet teveel Hitler, vindt Timur Vermes. Maar we hebben teveel van het stereotype van Hitler, altijd dezelfde: die van het Monster, waarmee we onszelf gerust kunnen stellen. Ook ik accepteerde lange tijd die visie op Hitler. Maar die visie voldoet niet. Hitler zorgde voor een ware fascinatie. Als zoveel mensen hem wilden helpen bij zijn misdaden, is dat omdat zij hem aardig vonden. Mensen kiezen niet voor een gek. Ze kiezen iemand die ze aantrekkelijk vinden of bewonderen. Door hem als monster te presenteren, zet je de kiezers weg als idioten. En dat stelt ons gerust. We denken dat we tegenwoordig slimmer zijn. We zouden nooit meer voor een monster of een clown kiezen. Maar destijds waren de mensen net zo slim als wij! Dat is het pijnlijke eraan… Vaak zeggen we dat als er een nieuwe Hitler zou opstaan, het gemakkelijk zou zijn om hem te stoppen. Maar ik heb geprobeerd te laten zien dat Hitler zelfs vandaag de dag een kans van slagen zou hebben. Alleen op een andere manier.”

De roman van Vermes laat zien dat in het Duitsland van de twintigste eeuw een demagoog opnieuw een kans krijgt: de middelen om de massa te veroveren zijn veranderd, moderner geworden. Maar de intentie blijft dezelfde. “Vermes houdt de Duitse maatschappij een spiegel voor waarin de Duitsers zich ondanks de grappen zichzelf niet erg flatteus terugzien”, besluit de literair criticus op de zender N-TV. Misschien ligt daarin wel het geheim van het succes.

Factual or translation error? Tell us.