De Spaanse premier Rajoy ontkende [op 2 februari] tegenover het bestuur van zijn partij krachtig dat hij geld van geheime rekeningen zou hebben ontvangen of gestort en beriep zich daarbij op zijn eerlijkheid. We zijn overtuigd van zijn oprechtheid en geloven ook dat deze indruk vast wordt gedeeld door vele Spanjaarden, of ze nu wel of niet op hem hebben gestemd tijdens de verkiezingen. Toch is dat niet het probleem dat de Spaanse publieke opinie bezighoudt. Spanjaarden winden zich vooral op over kwesties als het fortuin dat Luis Bárcenas, de voormalig penningmeester van de PP-partij [Parti Popular, conservatief] wist te vergaren en uit handen van de Spaanse fiscus te houden, zijn betrokkenheid bij de affaire Gürtel, waarbij verschillende PP-volksvertegenwoordigers werden beschuldigd van corruptie [in het kader van aanbestedingen], maar ook over de onthullingen van mensen en kringen rond de PP, waaruit blijkt dat er gedurende een aantal jaren onwettige stortingen zouden zijn gedaan.

Storm van protest

We weten dat Maria Dolores de Cospedal [algemeen secretaris van de PP] en Mariano Rajoy zelf besloten hebben een einde te maken aan het systeem van betalingen en aan de boekhouding die in navolging van de haast historische praktijken van de partij waren toevertrouwd aan penningmeester Bárcenas. Onder deze omstandigheden is de storm van protest van de partij ten aanzien van de informatie die nu aan het licht is gekomen welhaast onbegrijpelijk. De huidige twee voornaamste leiders van de partij hebben zelf besloten dat ze een einde wilden maken aan de verdenkingen van onregelmatigheden waarop de aandacht werd gevestigd na de ontdekking van corruptienetwerken zoals bij de zaak Gürtel.

De toezeggingen van de premier om transparantie te betrachten, inclusief de publicatie van zijn aangiften voor de inkomsten- en vermogensbelasting, dienen in zijn voordeel te worden uitgelegd. Maar het is moeilijk te bevatten dat deze transparantie na zoveel voorvallen, te beginnen met de malversaties van de eerste penningmeester, Rosendo Naseiro, ook binnen de eigen partij steeds de regel is geweest. We hoeven alleen maar terug te denken aan de veroordeling van Jaume Matas, ex-president van de Balearen [regeringsleider van de autonome deelstaat Balearen] en voormalig minister van de regering Aznar of de gevangenisstraf van [Francisco] Correa [de hoofdverdachte in de zaak Gürtel] en de aanhoudingen van PP-burgemeesters en -wethouders op verdenking van corruptie en fraude.

Penningmeester was multimiljonair

Bovendien gaat de argumentatie over de transparantie van de boekhouding op een fundamenteel zwak punt mank: de permanente schaduw van Luis Barcenas, die meer dan twintig jaar de financiële geheimen van het hoofdkantoor van de partij deelde. Het mag waar zijn dat de PP niets weet van de 22 miljoen euro die de voormalig penningmeester op een Zwitserse rekening had staan. Maar het is van nu af aan onbetwistbaar dat de penningmeester van deze partij multimiljonair was en een belastingontduiker, waarbij hij inmiddels amnestie heeft gekregen voor het feit dat hij de boekhouding van de partij gedurende zoveel jaren had gevoerd.

Het is aan justitie om te bepalen waar het fortuin van Barcenas vandaan komt en om de juistheid van de boekhouding te verifiëren zoals hij die heeft gevoerd. De leiders van de PP-partij zijn van hun kant wel een verklaring schuldig aan hun kiezers en aan de hele publieke opinie over de vraag hoe ze decennialang vertrouwen hebben kunnen stellen in een belastingontduiker en dat ook zijn blijven doen nadat hij zijn functie had neergelegd, terwijl er sprake was van ernstige verdenkingen van corruptie. We weten natuurlijk wel dat het politiek gezien moeilijk is om je te distantiëren van een leider die een deur verder een fortuin heeft weten te maken.

Verontwaardiging van burgers

De Spaanse premier vergist zich echter als hij denkt dat burgers het idee voor zoete koek zullen aannemen dat de ontwikkelingen van de afgelopen weken slechts een complot zijn dat wordt gesmeed tegen zijn partij of tegen zijn persoon. Justitie zal haar oordeel vellen over de gedragingen in het verleden. Maar de politiek moet zich bezinnen op heden en toekomst en juist daar is de democratie in het geding. Het gaat hier niet om een surrogaatdemocratie waarin officieuze machten en occulte krachten de instellingen hinderen, maar om een Europees land dat volksvertegenwoordigers moet hebben die boven iedere verdenking zijn verheven, of ze nu aan de macht zijn of in de oppositie zitten.

Het is normaal dat burgers hun verontwaardiging kenbaar maken over affaires die aan het licht zijn gekomen (waarbij de zaak van de minister van gezondheid [Ana Mato], die formeel door de politie in staat van beschuldiging is gesteld voor het ontvangen van cadeaus van een crimineel netwerk, niet de minste is). En tijdens een financiële crisis, die nota bene door de vastgoedbubbel werd veroorzaakt, die op zijn beurt de politieke corruptie voedde, gebeurt dat iets heftiger.

Democratische herijking is onvermijdelijk

Daarom is een plan voor democratische herijking nu onvermijdelijk: een plan waarbij onze instellingen in juridisch en moreel opzicht worden hervormd en dat door geen enkele huidige politieke partij alleen kan worden uitgevoerd, aangezien de verdenkingen gelden voor het overgrote deel van de partijen.

De politieke klasse, die in de achting van de publieke opinie al is gedaald – zoals blijkt uit alle enquêtes – moet dat beseffen, en dan vooral diegenen onder hen die aan de macht zijn. Oost-Indisch doof blijven voor de kritiek, de werkelijkheid ontkennen of weigeren aandacht te besteden aan de terechte demonstraties op straat, dat zijn precies de dingen die alleen maar zullen uitmonden in frustratie en melancholie.