Iets meer dan twintig jaar geleden werden Slovenië en Kroatië als onafhankelijke staten opgericht met de gedachte dat afgescheiden, soevereine en onafhankelijke staten de enige manier was om een einde te maken aan een uitzichtloos conflict.

De Europese Unie, die in de jaren vijftig van de vorige eeuw het licht zag, is op een totaal andere basis geschoeid. Gezien de geschiedenis die op zijn minst huiveringwekkend is en de vastberadenheid om de verschrikkingen van de oorlog voorgoed achter ons te laten, is de EU gefundeerd op de idee dat het afstaan van een gedeelte van de soevereiniteit van de staat en integratie, en niet desintegratie, de beste manier is om het ontstaan van nieuwe conflicten te voorkomen. Daarom moesten de Europese staten ontdaan worden van de capaciteit, de oorzaken en de macht om conflicten te veroorzaken. Daarnaast moesten mechanismen in het leven worden geroepen om hun vreedzame en op consensus berustende regeling na te kunnen komen.

Onvermogen of onwil?

Het verschil tussen het ontstaan van het conflict tussen Kroatië en Slovenië en het ontstaan van de Europese constructie, dat wil zeggen tussen twee politieke filosofieën, kan worden samengevat tot het verschil tussen de gedachte van onvoorwaardelijke soevereiniteit en de eis dat alle geschillen op rationele wijze beslecht dienen te worden en, indien nodig, tegen de prijs van een ingeperkte soevereiniteit.

Deze tegenstelling ligt ten grondslag aan het Kroatisch-Sloveense geschil en het onvermogen (of wellicht de onwil?) van Zagreb en Ljubljana om tot een oplossing te komen. Slovenië en Kroatië voeren een felle strijd over een onderwerp (het grenstracé en het bankgeschil) dat de uitbreiding van de EU in de weg staat en haar vermogen om conflicten op te lossen in gevaar brengt. Op paradoxale wijze bedienen Kroatië en Slovenië zich van hun soevereine recht ten aanzien van het conflict en demonstreren dit in een politieke gemeenschap die als uitgangspunt heeft dat conflicten worden beslecht tegen de prijs van een ingeperkte soevereiniteit van haar leden.

Een vleugje Imagine van John Lennon

De situatie is enigszins lachwekkend, want Sloveense en Kroatische politieke elites zien de EU als de incarnatie van de racistische illusie van de Europese beschaving en haar culturele superioriteit. Zij stelden zich dit voor naar het voorbeeld van het Weense nieuwjaarsconcert, overeenkomstig de geest van de kleine burgerij en haar voorliefde voor kitsch.

Beide landen hebben hun entree op het moderne politieke toneel gemaakt met waarden die diagonaal tegenovergesteld zijn. Zij zagen de soevereiniteit van hun staat als iets heiligs en waren bereid om daarvoor mensenrechten en zelfs mensenlevens op te offeren. Nu voelen zij zich plotseling enigszins van hun stuk gebracht. Want Europa is niet de Radetzkymars, maar eerder de 9e symfonie van Beethoven en een vleugje Imagine van John Lennon.

Iedere uitkomst van het conflict tussen Kroatië en Slovenië zal voor alle betrokken partijen positief zijn en gunstig uitpakken. Zeer waarschijnlijk zal Brussel Ljubljana en Zagreb dwingen tot het sluiten van een compromis dat tot gevolg zal hebben dat Slovenië het toetredingsverdrag van Kroatië zal ratificeren.

Zo laat de EU zien dat zij in staat is om haar basisfunctie te vervullen, namelijk haar leden dwingen om op een constructieve en rationele wijze te handelen en coöperatief te zijn. Mocht de EU er ongelukkigerwijze niet in slagen de bittere soevereiniteit van haar leden aan banden te leggen, dan zou zij haar ideaal verzaken en zou zij het niet meer waardig zijn om wie dan ook te laten toetreden.